Home Burgerlijke Stand Ere Schepen Joseph De Groote overleden

Ere Schepen Joseph De Groote overleden

Zonet vernemen we het overlijden van Ere Schepen Joseph De Groote vader van Eerste Schepen Piet De Groote. Hij had 6 kinderen Ann, Bart, Karel, Piet, Paul en Francisca.

Hieronder de levensloop van deze geliefde Ere Schepen

door Rita Vandewalle en Marie-Christine Dezutter voor Heyst Leeft (2005)

Het is fascinerend – wanneer je van mensen houdt – hoe verrijkend elk interview kan zijn. Marie-Christine en ik belden enthousiast aan de deur van onze gastheer. Wij werden goed onthaald door de erevoorzitter van Heyst Leeft, en hebben urenlang zitten kletsen over Heistse jeugdverhalen en andere…

U raadt het al… wij hadden een verrijkend gesprek met: JOSEPH DE GROOTE.

Joseph werd geboren op 7.12.1938 in een gezin van 10 kinderen  (1 broer Achille is gestorven als baby). Zijn vader Raymond De Groote, bakker van beroep, werd geboren in 1912 en overleed in 1972. Zijn moeder Julia Pyckavet werd geboren in 1915 en overleed in 1988. Zijn vader Raymond was een échte De Groote, een familie van liberalen. Zijn moeder Julia een échte Pyckavet met een diepchristelijke kern en een hoog CVP- gehalte.

2015 06 19 160441

“Dat zal nooit lukken zo’n koppel!” zeiden de mensen, maar ze hadden ongelijk. Raymond en Julia hebben elkaar een leven lang gesteund, en samen met hun oudste zoon Joseph, vormden ze vooral beroepshalve een écht team.

Joseph De Groote, zelf C.V.P.’er herinnert zich nog politiek getinte verhalen uit zijn kindertijd.  Zo kent hij nog een anekdote over de verkiezingstijd van twee generaties terug. Zijn grootvader Octave De Groote, dooppeter van Joseph, ging pamfletten plakken voor zijn broer aan het patronaat in de Kerkstraat. Ze waren daar net met verbouwingen bezig, en er stond een grote ketel met witsel klaar om op te stijven, zodat de stukadoren na enkele dagen hun werk konden doen.

Geen probleem zou je denken, ware het niet dat zijn grootvader de verkiezingsfoto’s van de liberalen bovenop die van de C.V.P.’ers plakte. De pastoor kwam aangestormd en reclameerde. Wat er toen juist gebeurde weet niemand meer, want het ging allemaal zo snel, maar één minuut later lag de pastoor in die bak met plaaster. Hij kwam eruit als een witte pater, gelukkig was de bak niet te hoog…

Heistse kinderjaren

Julia Pyckavet, moeder van Joseph, was terecht fier op haar oudste zoon. Na zijn geboorte kreeg ze nog zes dochters (waaronder 1 tweeling), en ze heeft moeten wachten tot respectievelijk 1952 en 1955 vooraleer ze opnieuw twee nakomers-zonen kreeg nl. Willy en Johan.

“In je prille kindertijd leef je nog niet bewust” zegt Joseph. Toch herinnert hij zich de verhalen van de Duitsers die zouden binnenvallen, en het slechte nieuws toen het effectief oorlog werd! Als 4-jarige zag hij de Duitsers marcheren door de straten. Ze waren in uniform en droegen grote laarzen. Ze zongen ALI-ALO en de kleine Joseph zong ALA erbij…

Met angst heeft hij meegemaakt hoe ze moesten evacueren naar Knokke tegen een bepaalde datum.

Vooraleer te vertrekken werd er thuis een soort ingemetste kluis gemaakt waarin ze hun privé bezittingen konden verbergen. Ook radio’s en andere, die men niet mocht in huis hebben van de Duitsers. Om het geheel te dichten werd er een deur vóór geplaatst die beplakt werd met papier, en tenslotte een grote kast voorgezet. Voor die werkzaamheden konden ze beroep doen op de schrijnwerkers in hun familie, nl. vader Pyckavet en zijn broer. Uiteindelijk waren ze te laat voor hun exodus naar Knokke. De triporteur werd volgeladen en het kind Joseph zat er bovenop.

Toen ze ter hoogte kwamen van de Knokkestraat, net aan de boerderij van Louagie (toeval, want de dochter zou later zijn vrouw worden), hoorden ze enorme beschietingen. Zij sprongen in de gracht, en wel 20 minuten lang hoorden ze niets anders dan kogels. Nog eens vijf minuten later durfden ze de tocht weer aan.

2015 06 19 160510

Hun triporteur was doorzeefd van de kogels.

Eenmaal in Knokke mochten ze hun intrek nemen in het appartement van een vroegere bakkersgast in de Koningslaan. In die tijd was Knokke nog niet zo bebouwd, er waren nog duinen en weiden! Daar hebben ze enkele maanden gewoond. Zijn vader Raymond werkte in een bakkerij, en zijn moeder stond drie dagen per week in een winkel. Er was namelijk een overeenkomst tussen de bakkers in Knokke om in beurten voeding te voorzien voor de bevolking.

Op een dag hoorde Joseph lawaai en ging naar buiten. Hij werd geraakt door een schrapnel en heeft er een schouderletsel aan overgehouden. Ook de bevrijding staat in zijn geheugen gegrift. De Canadezen kwamen vanuit Nederland binnenvallen. Ze reden met tankwagens door de Lippenslaan en de kinderen kregen chocolade.

Het hoofdkwartier van de Duitsers lag in Duinbergen, meer bepaald in de nu nog bestaande Duinresidence.

Naar huis

Eenmaal thuis was er opluchting, want er was weinig schade aan het huis. Voor het eerst moest Joseph naar school…

In de kleuterklas kreeg hij les van Zuster Victoire, en vanaf het eerste studiejaar ging hij naar de Frères waar hij les kreeg van Frère Marin. Die man is later het evangelie gaan verkondigen in Belgisch Congo. Wat Joseph zo leuk vond in de Frères waren de toneelopvoeringen. Zo speelden ze het stuk van “Pietje De Roker” en Joseph mocht Pietje spelen. Ook in het blijspel “Sloeber” kreeg hij de hoofdrol.

In het vierde leerjaar bij Frère Albert ontpopte hij zich als een rebel, in zover dat hij voor het zesde studiejaar naar Blankenberge gestuurd werd. Hij was niet het enige kind met streken, het zal de leeftijd wel geweest zijn, want de leraar van het 6de studiejaar kon de klas ook niet aan. Nochtans in Blankenberge waren er gepensioneerde zustertjes die het eten klaarmaakten, en met hen klikte het zo goed dat ze zelfs vrienden werden. Als er frietjes op het menu stonden mocht Joseph altijd teruggaan voor een tweede portie.

Zijn schoolmakkers uit de Frères waren:

Wilfried Desmet – Mare Parez – René Vermeersch – Karel Naert – Richard Demuynck – Guido Verhaeghe – Walter Van de Velde – Hubert Ceyfs, – Freddy Haerynck – Donatien De Paepe – André Van Dierendonck “Troene”.

Er waren twee jongens met dezelfde naam, dus werd er een bijnaam gegeven.

F3

Brussel was toen nog een chansende stad…

Het was niet allemaal kommer en kwel, want 1 jaar na de oorlog beleefde Joseph – als 8-jarige – de mooiste zomers van zijn jonge leven. Hij mocht op vakantie naar Brussel bij zijn tante Simonne, zus van Raymond De Groote, en gehuwd met Marcel Van Dierendonck. Samen met hun oudste dochter Lisette mocht hij mee naar de cinema, naar het circus, maar vooral naar oude Brusselse cafés met veel ambiance. Hij herinnert zich de typische sfeer van zo’n “Café chantant”, en vond dit als kind héél leuk.

Eerst werd er gezellig gedronken en nadien zongen ze in groep mee op de tonen van: “It’s a long way to tiporairie, it’s a long way to go…!”

Mensen zaten er te kaarten, en Joseph kreeg veel chocolade, wat uniek was zo vlak na de oorlog.

Moeskroen

Op een dag kwam de moeder van Wilfried Desmedt, – hun buren van “Het Koetje” – naar de ouders van Joseph om te zeggen dat er zo’n goede school was in Moeskroen. “Hij zou er leren Frans spreken” zeiden ze “en dat is goed om commercie te doen later…”

Dus werd Joseph voor zijn zevende leerjaar naar Moeskroen gestuurd. Daar kregen alle leerlingen 20 uur les per week in de Franse taal, als voorbereiding voor het middelbaar onderwijs die volledig Franstalig was. Tijdens dat eerste jaar is hij weerspannig geweest, maar het jaar nadien, dus in het eerste middelbaar, is dat stilaan veranderd. Het tweede middelbaar was zelfs het jaar van de ommekeer. Hij had een goede leraar die hem enorm motiveerde. Hij moest elke morgen naar de mis en werd een ander mens. Er stond veel sport op het programma, en dit was een uitlaatklep.

In atletiek was er keuze tussen verschillende disciplines. Je kon er lopen, hoogspringen of kogelstoten, en vooral dat laatste deed hij graag. Later mocht hij zelfs voetballen in de eerste ploeg. De positieve energie die sport teweegbrengt, heeft zijn karakter versterkt en verbeterd.

Joseph merkte op dat hij in Moeskroen een grote troef in handen had, doordat hij aan de zee woonde. Zijn schoolmakkers wilden tijdens de zomermaanden maar al te graag afkomen richting kust. ’s Morgens hielpen ze mee om brood te snijden, ze gingen mee naar de winkels om uit te voeren, en in de namiddag trokken ze naar het strand. Hij was 15 jaar oud en in het derde middelbaar, toen zijn pa ziek werd en een maagoperatie moest ondergaan. Daardoor verloor Joseph 1 jaar school, want hij moest naar huis komen om te helpen. Raymond De Groote vroeg aan zijn zoon of hij later niet wilde in de zaak komen en het beroep van patissier aanleren. Die operatie had hem aan het denken gezet. Joseph zag er – als oudste van negen kinderen – de noodzaak van in, en volgde 3 jaar patisserieschool in Antwerpen.

Daar had hij goede vrienden nl. Herman Verheecke, zoon van de ons allen gekende “Rosalie Babelutte”, en Arnold Roels, zoon van de brouwer Roels. Eenmaal in Antwerpen namen ze het voor elkaar op tegen de Antwerpenaars. Eén enkele keer kwam het zelfs tot een gevecht.

Na zijn studies kwam Joseph thuiswerken. Op zijn twintigste ging hij naar het leger, en was gekazerneerd in Zwankendamme. Door die korte afstand kon hij elk week­end naar huis!

Start beroepsleven

2018 04 12 145139

Hij begon net thuis te werken toen de eerste veranderingswerken zich aandienden. Het was zo: Maenhoudt, de beenhouwer ging weg, en zij kregen de kans om de bakkerij uit te breiden. Vader Gustave Bailyu en zijn zoon Dany Bailyu tekenden de plannen. Dany en Joseph werkten in overleg met elkaar aan het verbouwingsplan. Zij werden gesteund door Ma Julia Pyckavet als dirigente van het geheel!

Joseph en Hilda in de bakkerij

Het werd een brood- en banketbakkerij met tea-room, waar de toeristen en klanten koffie met taartjes konden nuttigen.

De bakkerswinkel werkte zodanig goed, dat er al vlug geen plaats meer was om de taarten uit te stallen. Dus werden er geen klanten meer aangetrokken voor de tea­room.

De tafeltjes die uitnodigend klaarstonden, werden gebruikt voor het opstapelen van taarten en andere lekkernijen. Ook met het personeel waren er nooit problemen. De bakkersgasten vroegen zelf om te mogen terugkomen voor het seizoenwerk. Zij waren graag bij de familie.

Vroeger werd er brood gebakken in de kelder, maar dit was ongezond gezien de beperkte ventilatie e.a.

Al vlug verhuisden ze hun warme bakkerij naar de Brouwerstraat. Daar bouwden ze een modern broodatelier met geavanceerde machines. Het brood rolde erin, en de capaciteit van de pistolets was enorm. 300 pistolets per plateau, 900 pistolets per oven en 1800 stuks per half uur. Op topdagen werden er van zaterdag op zondag makkelijk 27.000 pistolets verkocht! Zij leverden ook aan andere bakkers in de omgeving van Knokke tot in Blankenberge.

Edelweiss

In het begin van de jaren ’50 kochten zijn ouders een woning op de hoek van het Heldenplein, nl. de “Edelweiss”, het was bedoeld als “bijhuis”. Na tien jaar werd dit huis afgebroken, en kwam er een appartementsgebouw voor in de plaats. Op de benedenverdieping zou er een bakkerij en patisserie komen met een oppervlakte van 120 m2, en later bij de aankoop van het huis ernaast uitgebreid tot 200 m2.

Dit werd een groot project, want voor het eerst werd Joseph betrokken in het echte zakenleven. De financiering zou voor de helft op zijn schouders rusten, de andere helft werd betaald door zijn ouders. Een lening werd afgesloten op 15 jaar. De appartementen werden niet verkocht maar door de familie De Groote verhuurd tijdens het seizoen. Na tien jaar waren ze er financieel door, maar ze hebben er hard voor gewerkt. Zo herinnert Joseph zich dat hij ging slapen in een oude woning naast de deur, om toch maar te kunnen verhuren. Die méérwinst bracht hem sneller bij zijn doel.

Na 15 jaar werd alles verkocht; het werk dat de verhuring met zich meebracht, begon zwaar door te wegen. Enkel de eerste verdieping waar Joseph indertijd woonde met vrouw en kinderen, werd in eigendom gehouden. Een stukje nostalgie is nooit ver weg…

In 1969 is Joseph dan begonnen als “bouwpromotor” met als eerste gebouw de Residentie “Old Fisher.”

Echtgenoot en vader

In 1961 huwde Joseph De Groote met Hilda Louagie. Al tijdens hun verloving kwam Hilda het vak leren bij zijn ouders in de Kursaalstraat. In 1962 verhuisden ze naar het Heldenplein. Toen ze vier jaar gehuwd waren, hadden ze reeds 5 kinderen, want ook hun gezin werd gezegend met een tweeling. In 1970 kregen ze nog Siska, een “achterkomertje”.

2018 04 12 145209

Geboorte van hun tweede kindje

Onnodig te zeggen dat het koppel hard moest werken. Maar in die tijd hadden de mensen echte banden met de buren. Zo kwam er ‘Maria Dourane’ in hun leven, een niet-Heistse Mevrouw met een goed hart en een grote bereidheid om te helpen. Zij kwam koken en ontfermde zich over de opvoeding van het jongste dochtertje.

Toch kijkt Joseph nog zorgelijk als hij vertelt over een bijna-brandervaring die zich situeerde in 1972.

Zijn zus Madeleine, die ook in de O.L.Vrouwstraat woonde, was op weg naar haar kine-praktijk in de Kerkstraat. Zij merkte rookontwikkeling op in de studio naast de woning van Joseph. Als lid van de familie wist ze dat er 3 of 4 kinderen van Joseph en Hilda lagen te slapen op die studio met aparte ingang!

En inderdaad, omdat het appartement te krap was voor het ganse gezin, hadden ze geopteerd voor die oplossing in de winter. Madeleine begon heel hard te roepen om Joseph te wekken. In een minimum van tijd stond de brandweer daar om te blussen. Wat was er nu gebeurd? Na het seizoen hadden ze die studio opgekuist, en op het elektrisch fornuis allerlei spullen gezet. De kinderen hadden gedraaid aan de knopjes met alle gevolgen vandien…

Het gezin begreep dat ze te klein behuisd waren, en besloten een ruimer huis te bouwen in de O.L.Vrouwstraat.

Voor hetzelfde geld konden ze een vrijstaande villa kopen in Duinbergen, maar Hilda vond dat niet kunnen: 6 kinderen en een zaak, plus dat heen- en weergeloop van Heist naar Duinbergen. Zij kozen voor Heist, waar het stuk grond reeds in hun bezit was. Dany Bailyu zou de plannen tekenen, en heeft een bepaalde bouwtrant gevolgd. De bijzondere indeling was geïnspireerd op een bestaande villa van zijn vriend Joel De Corte uit Wielsbeke, die Joseph kende van zijn schooltijd in Moeskroen.

De jongens waren er lid van de K.S.A. en zijn ook later vrienden gebleven.

De jaren gingen voorbij…

Joseph stopte met de bakkerij in 1973, maar hield nog toezicht op de winkel. De patisserie “Edelweiss” (huidige “Le Héros”) werd te klein voor alle tevreden klanten. Zij kochten een aanpalende woning, namelijk de groentewinkel van Brouckaert, de schoonvader van Richard Vantorre. Het was de bedoeling dat zijn vrouw Hilda haar eigen tearoom zou hebben. Zij heeft die tea-room met plezier gerund tot haar ziekte toesloeg in ’88-89.

Na een lange ziekte is ze overleden op 3.12.2000. Joseph heeft haar tot de laatste dag bijgestaan.

Politieke carrière

Joseph begon zich de politiek aan te trekken door omstandigheden. Hij had tijd en energie over tijdens de wintermaanden, dit is typisch voor seizoenwerk.

2018 04 12 145236

Ontvangst oudstrijders op het stadhuis

Jan B. de Gheldere wist dat de familie De Groote liberalen waren, en vroeg aan Joseph om zich in te zetten voor de zelfstandigen, en toen heeft Joseph zich aangesloten bij het NCMV. Zijn nonkel Sylvain Pyckavet was voorzitter van het NCMV. (Het zat dus al in de familie). Eerst was hij vijf jaar bestuurslid van het NCMV, en is toen voorzitter geworden van 1972 tot 1994. Later werd hij gevraagd om in Brugge voorzitter te worden van het arrondissement, maar heeft dit geweigerd wegens overbelasting.

Hij is wel ondervoorzitter geweest met Johan Weyts als voorzitter in het arrondissement Brugge. Doordat hij eertijds 6 jaar bij de CVP jongeren actief was, was hij dus automatisch aangesloten bij de CVP partij. Met de fusie van 1970 werd hij vanaf de eerste keer verkozen als schepen, samen met Karel De Grauwe en Manu Dezutter. Manu was toen al 6 jaar in Heist. Eerst twee jaar als gemeenteraadslid, daarna als schepen.

1ste termijn.

Toen alles op punt stond na de fusie, – dit duurde zo’n 3 maanden – werd Joseph tot schepen verkozen voor 6 jaar. Functie: Schepen urbanisatie bij de C.V.P. De schepen van Openbare Werken was toen Leopold Lippens.

2de termijn.

Na 4 jaar heeft L. Lippens Manu opgevolgd als burgemeester. Dit was in 1978, Manu werd volksvertegenwoordiger. L. Lippens was verkozen als schepen voor 6 jaar. Nu is L. Lippens reeds 25 jaar burgemeester.

3de termijn.

Joseph werd met brio herkozen en heeft door bijzondere omstandigheden zijn mandaat niet kunnen opnemen. Na drie termijnen is hij in 1988 bij de ‘gemeentebelangen’ gekomen. Hij was 12 jaar schepen van personeel, onderwijs, middenstand en visserij. De laatste 6 jaar heeft Schepen Ingrid Reubens ‘onderwijs’ overgenomen.

In totaal is Joseph dus 22 jaar schepen geweest.

ANNO 2005

Op heden is Joseph nog altijd betrokken en rustig actief bij het wel en wee van onze gemeente.

Hij is onder meer:

  • Gemeenteraadslid
  • lid van de politieraad
  • afgevaardigde van Knokke-Heist bij de provincie voor de dienst overheidspersoneel.”

ISWA: Intercommunale Samenwerking Waterbedeling. Joseph is aangeduid om daar onze gemeenteraad te vertegenwoordigen.

Heyst Leeft

In 1972 heeft Joseph De Groote onze vereniging “HEYST LEEFT” opgericht. Als schepen in Knokke-Heist volgde hij de activiteiten van “Cnoc is Ier”, en was gedreven om in Heist-aan-zee ook een heemkundige kring op te richten.

Door en dankzij de visserij heeft Heist nog een rijker en ouder verleden dan Knokke. De kern van het bestuur werd gevormd met klinkende namen zoals: Frank Vanhulle, Francine Beirens, Frans Dyserinck, Cyriel Vantorre, Joseph Ackx, André Desmidt, Wilfried Desmedt, Dany Vantorre, en Fernand De Backere, die later 10 jaar voorzitter is geweest.

Er moest ook één van de Kavijaks bij, vond Joseph, want zij hadden hem leren vechten. Het werd Cyriel Vantorre (broer van de schrijver Jozef.) De werkers van het eerste uur mogen met trots terugkijken op “Heyst Leeft”. Onze 500 leden zullen dit beamen.

2018 04 12 145303

Joseph met Romanie Vanhulle, de 100-jarige (Romme de Ratte)

Het interview was afgelopen en op weg naar huis praatten Marie-Christine en ik nog wat na. Wij deelden dezelfde mening en vonden Joseph op jonge leeftijd een initiatiefnemer, iemand met commercieel instinct en een drang om zich op te werken. Dit hardwerkende kreeg hij van beide ouders mee. Later in zijn politieke carrière ontpopte hij zich als een persoon met empathie. Hij was menslievend, joviaal en sociaal in de omgang. Zo vertelde hij ons het verhaal tussen zichzelf, als schepen van personeel, en de straatvegers.

In het gemeentelijk depot nodigde hij zijn mannen uit voor een gesprek, en kwam direct uit een positieve hoek. Hij loofde hen voor hun inzet met als resultaat een reine badstad, en vond dat dit hun verdienste was. “Iedereen in België spreekt erover” zei hij! Joseph vroeg hen een meerwaarde toe te voegen aan hun beroep door beleefd te zijn voor de toeristen. “Jullie kunnen de mensen helpen als ze vragen komen stellen,” zei hij, “al was het maar om hen de weg uit te leggen.”

Na drie maanden was er al resultaat. De toeristen waren blij verrast, en de straatvegers verwonderd over de impact van zijn goede raad. Dit trekje, die welsprekendheid, erfde hij van de Pyckavets. Een kind is altijd het product van zijn beide ouders, en het bewijst eens te meer dat er toch bijzondere mensen geboren worden op Heistse grond.