Onze Columnisten – Kneistikrant https://www.kneistikrant.be De digitale krant van Knokke-Heist en de Zwinregio Sun, 24 May 2020 18:38:17 +0000 nl hourly 1 https://wordpress.org/?v=5.4.1 /wp-content/uploads/2020/04/cropped-bladlogo-32x32.png Onze Columnisten – Kneistikrant https://www.kneistikrant.be 32 32 Colum: Verbinden van verleden, heden en toekomst https://www.kneistikrant.be/colum-verbinden-van-verleden-heden-en-toekomst/ https://www.kneistikrant.be/colum-verbinden-van-verleden-heden-en-toekomst/#respond Sun, 24 May 2020 18:38:16 +0000 https://www.kneistikrant.be/?p=922 Er is enige commotie ontstaan naar aanleiding van plannen om het herdenkingsmonument voor de militaire en burgerlijke slachtoffers, dat momenteel op het Heldenplein te Heist te vinden is, te verplaatsen.  Is iets fout gelopen? Even situeren Het herdenkingsmonument is opgenomen in een inventaris van bouwkundig erfgoed.   Het gaat om een natuurstenen standbeeld voor de militaire […]

Het bericht Colum: Verbinden van verleden, heden en toekomst verscheen eerst op Kneistikrant.

]]>

Door Kneistikrant-Columnist: Plato (De auteur is Dr. ethicus en rechtsfilosoof) – Echte naam en adres bekend bij de redactie.

Er is enige commotie ontstaan naar aanleiding van plannen om het herdenkingsmonument voor de militaire en burgerlijke slachtoffers, dat momenteel op het Heldenplein te Heist te vinden is, te verplaatsen.  Is iets fout gelopen?

Even situeren

Het herdenkingsmonument is opgenomen in een inventaris van bouwkundig erfgoed.   Het gaat om een natuurstenen standbeeld voor de militaire en burgerlijke slachtoffers van de Eerste Wereldoorlog, opgericht in 1921, uitgevoerd door H. Le Roy die de in 1920 uitgeschreven wedstrijd wint (Agentschap Onroerend Erfgoed 2020: Standbeeld voor slachtoffers van de Eerste Wereldoorlog [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/58515 (Geraadpleegd op 20-05-2020). Na de Tweede Wereldoorlog wordt een gedenksteen voor de anonieme slachtoffers van het concentratiekamp in Dachau bijgeplaatst.

Opzij, opzij…

De vernieuwing van de doortocht van Heist (inbegrepen de bouw van de ondertussen beruchte drie torens) wordt aangegrepen om dit monument weg te werken. De heraanleg van de doortocht heeft immers een impact op het Heldenplein. Wij lezen (het taalgebruik van planologen en dito is an sich reeds voer voor verder onderzoek) dat het Heldenplein heringericht wordt “ … als een flexibele evenementenruimte met verblijfskarakter.”.  Onder de locatie waarop het monument momenteel te vinden is, komt een parking voor 250 wagens.

De motivering voor de verhuis is interessant: “Het oorlogsmonument van het Heldenplein zal verhuizen naar de nieuwe toegangsruimte tot het Willemspark waar het beter tot zijn recht zal komen.” Deze bewering heeft als enige waarde dat deze bruikbaar is als oefening voor het vak “logica en argumentatieleer”: hoe heet men dergelijke argumentatie?

Grote schoonmaak

Standbeelden moeten inderdaad al eens plaats maken voor parkeergelegenheid of herinrichting van een plein. Soms worden ze ook niet meer gesmaakt, want voorbijgestreefd, ideologisch geladen, fout of controversieel. In andere gevallen worden artefacten als storend, want uitnodigend tot nadenken of te confronterend, ervaren: de bobo (een hybride tussen de verwaande bourgeois en de zorgeloze bohemien) bezet de Bühne.

Niet enkel standbeelden worden verplaatst of weggewerkt, ook straatnamen wijzigen, schilderijen worden weggehangen en bustes verdwijnen uit officiële gebouwen of worden ergens “discreet” weggewerkt. Voorstellen om portretten of standbeelden dan wel niet te verwijderen, maar toch te voorzien van een “aangepaste tekst”, circuleren eveneens regelmatig.

De discussie over de zin of de onzin van dit alles verloopt echter niet zonder slag of stoot. In de discussies wordt steevast gewezen op het gebrek aan gevoeligheid bij zij die vragen stellen bij de zin van het wissen van het verleden. Anderen hebben het dan weer over een door oikofobie geïnspireerde, politiek correcte beeldenstorm zonder eind, tegen onze geschiedenis en onze cultuur (Scruton, Finkielkraut).

Het wegnemen (lees verbannen) van standbeelden maakt in bepaalde gevallen deel uit van een afrekenen met het verleden. Nu en dan wordt ook gewezen op een (geïmporteerde) roep om publieke excuses en (financiële) reparatie voor feiten uit het verleden (waar de huidige generatie meestal geen schuld aan heeft).  

Zo halen in Nederland, in Amerika, maar ook in België,  overheden, monumenten of staatnamen die herinneren aan pijnlijke episodes uit het verleden (koloniale periode …) weg. Soms waaien de gemoederen hoog op. Zo besloot de onderwijscommissie van San Francisco dat, in een school,  bepaalde schilderwerken die herinnerden aan bepaalde episodes uit de Amerikaanse geschiedenis  overgeschilderd moeten worden. Ze zouden “traumatiserend” zijn, voor een “onveilige” leeromgeving zorgen, en “onderdrukking verheerlijken”. Bij ons is o.a. de jacht op Leopold II geopend. Over zwarte Piet zwijgen we voorlopig. Voer voor een andere bijdrage.

De Nederlandse (emeritus) hoogleraar Emmer ergert zich aan de manier waarop men soms naar het verleden kijkt en zelfs frauduleuze geschiedschrijving niet schuwt. Niet gespeend van de nodige feitenkennis, stort men zich in pamflettistische beuzelarij. Hij pleit voor een aanpak die niets schuwt, maar die wel het zwart – wit denken achter zich laat.  Het is inderdaad niet omdat iets ongemakkelijk is dat men het wegwerken moet. Beter dan het wegnemen van portretten, standbeelden of schilderijen, leuke eenmalige publicitaire stunts met een hoog feel-good gehalte voor betrokken social warriors,  is het belangrijker de kennis van dit verleden te verfijnen en uit te dragen. Zowel de politiek-correcte zuiveringsoperaties als de door emoties gestuurde tunnelvisie, moet worden vermeden.

Dienden de standbeelden, die vele parken en pleinen in de loop van de 19de eeuw sierden, niet om o.a. België een historisch verleden te construeren.  De figuren zijn het archetype van de geïdealiseerde Belg.  De geschiedschrijving kreeg een likje verf. Is het niet opvallend en tekenend, zoals kunsthistorica Sterckx opmerkt, dat in de  patriarchale 19de-eeuwse samenleving, vooral “grote mannen” standbeelden kregen …vrouwen een eerder decoratieve functie.

Men kan de kennis van het verleden dus best aanvullen met een onderzoek naar de wijze waarop deze kennis tot stand is gekomen of dienstbaar is gemaakt binnen een specifieke sociale, culturele en politieke ruimte. Monumenten hebben een pedagogisch-didactische waarde. Een dankbaar onderwerp voor bv. de leerkracht geschiedenis, taalkunde of zedenleer.

Verbinden van verleden, heden en toekomst

Even over naar Nederland. Daar werd, op verzoek van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties recentelijk een visiedocument geschreven met de vraag of het nu ook nog zinvol is een monument op te richten. Er werd daar bv. onlangs in “De tuin van bezinning” een monument onthuld voor politiefunctionarissen die tijdens de uitoefening van hun werk om het leven zijn gekomen. Hier wordt niet enkel herdacht, er wordt ook aandacht gevraagd voor de toenemende verruwing en agressiviteit in de maatschappij en tegen politiepersoneel in het bijzonder.

Dit brengt ons bij de vraag wat we doen als we herdenken en welke rol een monument als dat wat we op het Heldenplein aantreffen daarin heeft.

Monumenten bieden troost, erkenning en vooral herkenning. Door hun aanwezigheid helpen monumenten ons om een bepaalde gebeurtenis, een bepaalde persoon of groep van personen, een plaats te geven in het collectieve geheugen. Een monument verlegt de grenzen van de tijd: de herinnering wordt levendig gehouden, het feit, de aanklacht, dat wat gebeurde wordt vastgelegd voor toekomstige generaties. Verleden, heden en toekomst worden verbonden.

Woede, verdriet, ingetogenheid, erkenning, respect worden opgeroepen: een monument heeft een therapeutische functie.  Het cohesiebevorderende van een monument wordt ook versterkt door de ceremonie die er op al dan niet regelmatige wijze wordt gehouden. Dit ritueel bouwt een structuur op in de chaos en laat toe  te begrijpen wat er gebeurde en wat we er uit leren kunnen. Het laat toe een gemeenschappelijk (inter- en intragroeps, inter- en intragenerationeel) verwerkingsproces op te starten.

Een monument hoeft niet groots te zijn, ook de kleine herdenkingstekens aan de rand van een weg, n.a.v. een verkeersslachtoffer, hebben een belangrijke functie voor de rechtstreeks betrokkenen.

Monumenten ontstaan dus niet zomaar. Zij zijn zoals hiervoor geschetst een relict van hoe men over iets denkt. Ze zijn kind van hun tijd. Wandelt u over doorheen een oud kerkhof. De beelden leren ons hoe men, doorheen de eeuwen,  de dood ziet.

Na o.a. het natievormende aspect in de 19de eeuw, wilden beelden tot het midden van de vorige eeuw o.a. focussen op de verwerking van een oorlogsverleden en de wederopbouw. Vanaf de zestiger jaren van de vorige eeuw focust men op specifieke aangelegenheden (concentratiekampen) of vraagt men ook aandacht voor minder fraaie aspecten van het verleden (koloniale periode). Men stelt ook vast dat men, nog  meer dan vroeger, monumenten een zeer zichtbare plaats geeft en “verwerkt” in een contemporain geheel.

Les peuples heureux n’ont pas d’Histoire. Ils n’ont donc pas de héros (Schwartzenberg)

“Monumentum” komt van het Latijnse werkwoord “monere”, d.w.z. onder de aandacht brengen, vertellen, herinneren. Een monument houdt zo de herinnering levend aan iets of iemand, waarvan gedacht wordt dat het deze interesse, deze aandacht verdiend heeft. Monumenten herdenken, hebben een geheugenfunctie, hebben een belangrijke louterende rol en werken tevens cohesiebevorderend.

Openbare besturen moeten, niet zonder reden, dan ook rekening houden met enkele elementaire regels (Onroerenderfgoeddecreet).  Dit monument is immers opgenomen in een vastgestelde inventaris (de omgeving niet). De gemeente is bevoegd voor dit monument en moet zorg in acht nemen. Dit wil zeggen dat ze moet onderzoeken of de werken, de plannen, een impact hebben op geïnventariseerd erfgoed.  Bovendien moet ze motiveren welke maatregelen ze heeft genomen om aan de zorgplicht te voldoen. Aan het college van Burgemeester en schepenen en aan de Gemeenteraad wordt dus een algemene zorg opgelegd voor de erfgoedkenmerken van haar onroerende goederen die na een openbaar onderzoek zijn opgenomen in een inventaris.  

De bal ligt dus in het kamp van het gemeentebestuur. De wijze waarop een samenleving zorg draagt voor haar verleden, voor haar patrimonium, is revelerend. Te Knokke – Heist is waakzaamheid dan ook zeker niet overbodig. Zelfs wanneer het om oud-strijders gaat…

Een column is een artikel waarin de schrijver zijn mening geeft over een onderwerp. Soms is de tekst humoristisch, soms provocerend, maar het is altijd de persoonlijke kijk op de wereld van de columnist. Een columnist geeft een beschrijving van een gebeurtenis en maakt daarbij zijn eigen mening duidelijk. Een column moet een emotie bij de lezer losmaken, de lezer moet erom kunnen lachen, het stemt hem tot nadenken of maakt hem boos.  Een opiniestukje of een column nemen we graag op in onze krant. Stuur ze naar: redactie@redactie.be

Het bericht Colum: Verbinden van verleden, heden en toekomst verscheen eerst op Kneistikrant.

]]>
https://www.kneistikrant.be/colum-verbinden-van-verleden-heden-en-toekomst/feed/ 0
Pleidooi à decharge voor een gouverneur https://www.kneistikrant.be/pleidooi-a-decharge-voor-een-gouverneur/ https://www.kneistikrant.be/pleidooi-a-decharge-voor-een-gouverneur/#comments Sun, 10 May 2020 10:13:21 +0000 https://www.kneistikrant.be/?p=575 Het standpunt van de West-Vlaamse provinciegouverneur over het loslaten van enkele epidemie beperkende maatregelen kan blijkbaar niet echt op mededogen rekenen. Bepaalde kustburgemeesters cultiveren (refererende naar de achterhaalde gemeentelijke autonomie en toegevende aan de druk van lobbygroepen allerhande) momenteel een cultuur van civiele ongehoorzaamheid. Wat is er aan de hand? Moet niet wat verder worden […]

Het bericht Pleidooi à decharge voor een gouverneur verscheen eerst op Kneistikrant.

]]>

Door Kneistikrant-Columnist: Plato (De auteur is Dr. ethicus en rechtsfilosoof) – Echte naam en adres bekend bij de redactie.

Het standpunt van de West-Vlaamse provinciegouverneur over het loslaten van enkele epidemie beperkende maatregelen kan blijkbaar niet echt op mededogen rekenen. Bepaalde kustburgemeesters cultiveren (refererende naar de achterhaalde gemeentelijke autonomie en toegevende aan de druk van lobbygroepen allerhande) momenteel een cultuur van civiele ongehoorzaamheid. Wat is er aan de hand? Moet niet wat verder worden gedacht?

Overhaaste maatregelen

Het bedrijf Graydon, een gerespecteerd specialist op het vlak van financiële informatie, bracht zopas een eerder onrustwekkend rapport uit. Zoals gevreesd blijkt dat zeer veel onterecht gebruik werd gemaakt van de economische steunmaatregelen van de overheid. Het overhaaste optreden van de politici (profileringsdrang ?) en het ontbreken van een sluitende controle hebben zelfs mogelijk gemaakt dat ook schimmige bedrijfjes en obscure dekmantalondernemingen gretig in de pot hebben gegraaid.

De verantwoordelijke beleidsvoerders hadden echter ook moeten weten dat deze maatregel niet de verhoopte effectiviteit zou hebben. De teller aan maatregelen allerhande klopt op dit moment af op meer dan 30 specifieke maatregelen van diverse pluimage. Geweten is echter dat ruim een kwart van het Belgische bedrijfsleven onvoldoende middelen heeft om twee maanden omzetverlies op te vangen. Nochtans is de rekening snel te maken wanneer men weet wat de financiële buffer in een bepaalde  sector is. Deze vaststelling komt bovenop eerdere opmerkingen uit syndicale hoek waaruit blijken moet dat er vrij soepel om wordt gegaan met tijdelijke werkloosheid en er al eens vlot wordt ontslagen.

Het Rekenhof wordt best ingeschakeld om de maatregelen door te lichten en de diverse inspectiedienten kunnen best de verantwoordelijken opsporen.

Het Belgische labyrinth

Voormelde vaststellingen verrijken de coronablundersaga. Het begon allemaal met de vaststelling dat men in wezen niet over een voorraad elementaire beschermingsmiddelen beschikte. Het leek onwezenlijk toen bekend raakte dat België tussen 2009 en 2015 wel degelijk over een voorraad van zowaar 63 miljoen mondmaskers beschikte maar deze voorraad vernietigde. Door de verantwoordelijke minister werd het leger met de vinger gewezen. Een  moedig adjudant (het zijn de onderofficieren en de troep die in de vuurlinie staan ! ) weerlegde de bewering. Dit leidde tot enkele leuke onthullingen (de vervaldatum had eerder betrekking op het elastiekje, de ruimte werd leeggemaakt op vraag van een humanitaire organisatie …) en het gebruikelijk politieke kat en muisspel vulde rijkelijk de krant. Over het plaatsen van een nieuwe bestelling sijpelde wat informatie door, maar duidelijk werd niet waarom men nu geen strategische reserve weder had opgebouwd.

Ook de daaropvolgende bestellingen liepen niet zoals verwacht. Er werd blijkbaar meer met Google gewerkt dan iets anders en wat uiteindelijk werd geleverd bleek dan niet steeds aan de kwaliteitseisen te voldoen. Terug naar af, niet getreurd echter. Er werd een nieuwe bestelling geplaatst. Deze keer leidde het spoor naar Luxemburg. Bleek dat de federale overheid 15 miljoen stuks bestelde bij een onbekende Luxemburgse firma die in handen is van een buitenlands miljonair gedomicilieerd in Malta. Moet kunnen.

De bevolking werd dan maar aan het naaien gezet. Gelukkig zorgde dit laatste niet voor bestellingen van naaidozen. De eerdere ervaring met de milieubox zorgde wellicht voor een rem op de bestelwoede van de beleidsverantwoordelijken. Wat een tragedie zou moeten zijn, verwordt echter snel tot farce.

Institutioneel kluwen

Dat er nu en dan iets in het honderd loopt is niet te vermijden.  

Wij struikelen in dit land immers over beleidsverantwoordelijken: de federale, de gewest- en gemeenschapsregeringen, de provincies, de steden en gemeenten (allen met bijhorende mandatarissen en administraties), om maar te zwijgen van de obligate  inspraak- en adviesorganen, waarvan de kwaliteit oscilleert tussen die van kwalitatief werkend tot veredeld tooggezelschap.

Als klap op de vuurpijl beek dat men zowaar over acht (8 !) ministers bevoegd voor “gezondheid” beschikte. Dit zorgde al eens voor verwarring. In de drang om te tonen dat men bestaansrecht had haastte bv. een Waals minister van Gezondheid  berichten over besmetting rond te sturen, gegevens die aanvankelijk niet bevestigd konden worden door de federale minister van Volksgezondheid. Die zat immers in haar kot.

Een hertelling zorgde er voor dat men uiteindelijk 9 verantwoordelijken voor volksgezondheid in Belgie ontdekte.  Dit is geruststellend.

Een interessant gevolg van de Belgische verkavelingspolitiek is momenteel ook het probleem dat onderwijsinstellingen ervaren om onderwijs te kunnen verstrekken in een veilige schoolomgeving. De Belgische compromispolitiek leidde tot het ontstaan en bestendigen van diverse onderwijsnetten, met als grootste speler op het veld het vrij, gesubsidieerd, katholiek netwerk  dat in het onderwijs een reuze socialisatiemachine ziet. De balkanisering zorgde echter voor separate voorzieningen en niet uitwisselbaar onderwijzend personeel.

Een samenwerking over de netten heen met het oog op het ter beschikking stellen van infrastructuur zou heden een te overwegen optie kunnen zijn. Op langere termijn kan trouwens best worden nagedacht over het opheffen van de verschillende netten: een zoveelste, historisch gedateerde en onhoudbare luxe (verankerd via Schoolpact en Schoolpactwet en de abdicatie van het officiële onderwijs) die dit land zich weet te veroorloven. De onderwijsminister ziet zich echter geconfronteerd met onderwijskoepels die, koste wat het koste (letterlijk), op hun autonomie staan.

Verwarring alom

De communicatie zelf bleef eveneens voor verbetering vatbaar. De communicatiestrategie van de premier wordt wellicht verplichte leerstof vooor communicatiestrategen. De persconferenties werden aanvankleijk op onmogelijke momenten gehouden, staken vol  details,  waren eerder verwarrend dan verduidelijkend en  focusten nu en dan zozeer op een specifiek element dat men uiteindelijk door de bomen het bos niet meer zag.  Op bepaalde ogenblikken had men de indruk dat men een vertaalmachine had gebruikt.Het geheel resulteerde in gissen naar dat wat nu eigenlijk werd verteld. Een ware oefening in exegese.

Dit laatste was dan weer gefundenes fressen voor de pers. Na de wazige mededelingen werd gretig ingepikt op de besproken themata. Het werd een oefening in het volharden van het spuien van onduidelijke berichten. Op bv. de radio werd het publiek ruimte gegeven om zijn bedenkingen, wensen, verlangens en interpraties te berde te brengen. Men ging onvermoeibaar door met het verspreiden van alle mogelijke herkauwde richtlijnen, suggesties en adviezen. Eerder geruststellen (of verontrustend) was ook de vaststelling hoe groot in Vlaanderen het aantal terzake deskundig geachte inwoners bleek te zijn.

Wie wilde weten waar men nu aan toe was waagde zich aan het bekijken van het journaal of het doornemen van relevante krantenartikels. De voorzichtige commentaren van de deskundigen, virologen, epidemiologen en artsen, lieten vermoeden dat men niet steeds even gelukkig was met de wijze waarop men communiceerde en de lock down afbouwde. Men kon enkel ontzag hebben voor het geduld waarmede de virologen voor de zoveelste keer antwoord gaven op de vragen van de radio- en televisiemakers. Uiteindelijk diende zelfs het Belgisch Staatsblad erbij gehaald om een en ander te verduidelijken. Of dit een geslaagde operatie is, is nog onduidelijk. Gelukkig waren er nu en dan de gevatte reacties van Marc Van Ranst (met bijhorende collectie kleurrijke truien) en de serene hoogleraar Koen Geens. Een rustpauze in de kakafonie.

Het gretig vertoeven in de schemerzone van de modale Belg (het surrealisme heeft ook zijn rechten) resulteerde dan weer in de elastische interpretaties van bepaalde regels. Het uitbreiden van de cocon en het eigengereide handelen van de burger zorgde bij epidemiologen, die met mathematische modellen de verspreiding poogden te voorspellen, voor het nodige wenkbrauwengefrons. Zowel de wereldgezondheidsdienst als de experten vrezen immers dat de curve omhoogschiet wanneer men de maatregelen te vroeg loslaat en de burgers slordig omspringen met de herwonnen vrijheid. Niet verwonderlijk dus dat bv. de gouverneur van West – Vlaanderen de komst van de tweede verblijvers (voor Knokke – Heist alleen al gaat het om 21.785) , in combinatie met de instroom van dagjesmensen en dito, met de nodige argwaan bekijkt en vraagt om de politionele maatregelen (die reeds mooi omzeild worden) zo goed als mogelijk te handhaven.

Omgaan met het risico

Het risico op een heropstart van de epidemie is immers reëel. Het pandemische karakter van de coronavirusepidemie daagt uit om een verregaande discipline op te brengen. En dat lukt nu reeds in vele gevallen niet.

Begin mei werden reeds 36.000 pv’s uitgedeeld. Dit is wellicht slechts het topje van het werkelijke aantal overtredingen. Er zijn zelfs enkele harleerse coronarecidivisten te noteren. Opvallend: veel lokale besturen nemen geen initiatieven om bv. via GAS-boetes de naleving af te dwingen. De invoering ervan leidde trouwens tot onenigheid tussen de partijen die deze noodregering steunen. De juridische indekking was een zorgenkind en al snel bleek dat het systeem van GAS-boetes in Wallonië nauwelijks wordt gebruikt.

Legaliteit en legitimiteit

Dit alles verlegde even de aandacht naar de legitimiteit van deze noodregering. De coronacrisis zorgde immers tot het ontstaan van de regering Wilmes. De Koning en de onderhandelaars in spe kregen even ademruimte. Waren er echter  geen verkiezingen geweest? Verkiezingen die nog steeds niet hadden geleid tot het vormen van een volwaardige en daadkrachtige regering?  Hoe lang zou deze regering met volmachten en een ingeperkte parlementaire controle kunnen regeren? De noodregering noodzaakte de opstart van  een noodcommissie: een specifieke Kamercommissie werd belast met de controle.

Hoe foruinlijke generaties omgaan met welvaart

Deze controle leek meer dan nodig. De budgettair krappe situatie verergerde. De Belgische staatsschuld werd wankel en zorgwekkend geheten en de impact van de coroancrisis zorgt er wellicht voor, aldus internationale kredietbeoordelaars, dat deze een permanant karakter krijgt. De schuldgraad, die vorig jaar,  voor het eerst in acht jaar, onder de grens van 100 procent van het bruto binnenlands product zakte, neemt toe tot ruim 111 procent van het bbp. De Nationale Bank en het Federaal Planbureau becijferden dat de overheidsfinanciën het begrotingstekort zouden doen oplopen tot 7,5 procent van het bbp. De schuldgraad ramen ze daarbij zelfs op 115 procent voor 2020. Gewesten en gemeenschappen maar ook lokale overheden staan eveneens voor enorme uitdagingen. Een vergiftigd geschenk voor de toekomstige generaties.

Komt erbij dat het arsenaal aan middelen uitgeput is: de financiële politiek van de Europese Centrale Bank leverde niet het verhoopte resultaat en de fiscale en parafiscale druk in België is legendarisch en biedt geen speelruimte. De werkgroepen die pistes moeten ontwikkelen zijn hopeloos (ideologisch) verdeeld.

De eenzaamheid van de veldwerkers

Ondertussen ploegden de ziekenhuizen, de zorgverstrekkers en de rust- en verzorgingstehuizen verder. Begin mei concludeerde de Universiteit Antwerpen uit een onderzoek dat veel zorgverleners en medewerkers in de zorgsector (van de arts over de thuisverpleger tot het poetspersoneel in de ziekenhuizen en verzorgingsinstelling en rust- en verzorgingstehuizen) nog altijd kampen met een tekort aan beschermend materiaal. Deze zorgverleners hebben de voorbije weken letterlijk in de frontlinie gestaan. Openen wij een tweede,  een derde front?

Contacttracing staat nu hoog op de agenda. Virologen benadrukken het nut van een volgerhouden  contactopsporing naast het dragen van maskers. Het gevreesde reproductiegetal moet onder controle worden gehouden. De vrees dat er slachtoffers zullen vallen  bij overtreding  en eigengereide invulling van de richtlijnen ervan wordt versterkt  door het feit dat het dragen van een masker de kans kan verhogen dat men zich veilig voelt en de regels niet echt meer opvolgt.

De toewijzing van de contracten voor contacttracing zorgde alvast ook voor de nodige vragen. Een vraag was o.a. hie wij ethiek met techniek verbinden. Andere vraag vloeide voort uit de vaststelling dat corona volgens sommigen een cashkoe dreigt te worden.

Vragen

De crisis heeft echter ook heel wat ethische vragen opgeworpen. Hoe gaan wij om met de regel van het minste kwaad, hoe gaan wij om met de angst die niet enkel bij de bevolking, maar ook bij het verzorgend personeel en allen die in de zorg zijn tewerkgesteld ?  Moeten mensen met COVID-19 alleen sterven of laten we ook hun gezins- en familieleden toe? Hoe gaan we om met de alleenstaanden, de zwakkeren?  Gezondheidseconomen wijzen er op dat men op een bepaald ogenblik keuzes zal moeten maken.

Contractdenkers

Twee contractdenkers, Rousseau en Hobbes, lijken dan ook plots weer heel actueel. Beiden probeerden immers een theorie te ontwikkelen die verklaren zou welke de mogelijke redenen zijn die ervoor zorgen dat wij samenleven, dat wij een gezag aanvaarden, dat wij een staat aanvaarden.

Bij Hobbes zal de mens afstand doen (een bepaald deel) van zijn vrijheid in ruil voor collectieve veiligheid ( hieronder begrepen dat anderen dit ook doen). Dit is een berekende inperking: men offert enkel dat op wat nodig is om vrede en veiligheid te bereiken. Het recht tot zelfbehoud werd dus in wezen beperkt door een soort politiek contract. Slechts in uitzonderlijke gevallen mocht men het recht op zelfbehoud weer in eigen hand nemen. Faalt het systeem dan bestaat echter het risico op oorlog: de mens is immers een wolf voor zijn medemens. De Leviathan is eeuwig noch onvergankelijk, aangezien hij in principe kan verdwijnen, waarna de oorlog van allen tegen allen begint.

Rousseau lijkt een ietwat positiever mensbeeld te koesteren. De mens is in feite van nature goed. Het is de samenleving die hem corrumpeert. De overlevering van de mens aan een hogere, gemeenschappelijke macht, is hier absoluter. De menselijke vrijheid is het conditio sine qua non voor het mens-zijn. In tegenstelling tot Hobbes denkt hij dat de mensen van nature niet elkaars vijanden zijn, omdat de betrekkingen tussen zaken, niet tussen die mensen tot oorlog leiden. Bij Rousseau gaat het eveneens om het zelfbehoud van de mens. Daarom is hij op zoek naar een vorm van samenleven die met alle gemeenschappelijke kracht de persoon en de goederen van iedere deelgenoot verdedigt en beschermt. Omdat iedereen zich aan allen geeft, geeft hij, volgens Rousseau, zich aan niemand. Wel is Rousseau van mening dat de overgang van de natuurtoestand naar de burgerlijke toestand de mens heeft veranderd. Met het sociaal contract kan de mens zelfbehoud realiseren door zijn krachten te koppelen aan die van anderen en zijn vrijheid in te ruilen voor de algemene wil.

Wie het maatschappelijk verdrag aantast hoeft echter niet op mededogen te rekenen. Zij zijn de vijanden van de staat en stellen zich bloot aan represailles.

In fine

Wanneer men derhalve de uitspraak van de gouverneur van de provincie West – Vlaanderen wil beoordelen neemt men best voorgaande elementen mee in aanmerking samen met een ethische overweging: bevordert onze individuele keuze het welzijn van elke persoon of het nu burgers, zieken, rusthuisbewoners, volwassenen of kinderen betreft; hoe verhouden onze particuliere desiderata zich tot het algemeen belang van de samenleving; wat laten wij primeren en zijn wij dan ook bereid om de verantwoordelijkheid voor de gevolgen van onze keuzes op te dragen, nemen wij de oversterfte erbij als collateral damage?

Een column is een artikel waarin de schrijver zijn mening geeft over een onderwerp. Soms is de tekst humoristisch, soms provocerend, maar het is altijd de persoonlijke kijk op de wereld van de columnist. Een columnist geeft een beschrijving van een gebeurtenis en maakt daarbij zijn eigen mening duidelijk. Een column moet een emotie bij de lezer losmaken, de lezer moet erom kunnen lachen, het stemt hem tot nadenken of maakt hem boos.  Een opiniestukje of een column nemen we graag op in onze krant. Stuur ze naar: redactie@redactie.be

Het bericht Pleidooi à decharge voor een gouverneur verscheen eerst op Kneistikrant.

]]>
https://www.kneistikrant.be/pleidooi-a-decharge-voor-een-gouverneur/feed/ 5