HomeCultuurDak- en gevelrestauratie van Golf Résidence in Knokke-Heist krijgt groen licht

Dak- en gevelrestauratie van Golf Résidence in Knokke-Heist krijgt groen licht

Vlaams minister van Onroerend Erfgoed Matthias Diependaele zet het licht op groen voor de dak- en gevelrestauratie van Golf Résidence in Knokke-Heist. De Vlaamse overheid kent hiervoor een premie van 314.192,68 euro toe. Deze middelen komen uit het relanceplan Vlaamse Veerkracht, waarmee de Vlaamse Regering 4,3 miljard euro investeert om het economisch en maatschappelijk weefsel te herstellen na de coronacrisis. “De restauratiewerken aan het appartementencomplex Golf Résidence kunnen starten. Door het monument te blijven gebruiken als woongelegenheid zet men in op een duurzaam hergebruik van deze erfgoedsite”, aldus minister Matthias Diependaele. “Onroerend erfgoed vertelt vaak een lokaal verhaal en geeft mee vorm aan onze Vlaamse identiteit. Dankzij middelen uit het relanceplan kunnen de eigenaars van beschermde monumenten een ondersteuning krijgen om de erfgoedwaarde van het erfgoed te bewaren. Regelmatig onderhoud is de beste investering om dure restauraties in de toekomst te vermijden. Dankzij de werken worden de historische erfgoedelementen van het monument opnieuw in ere hersteld.

Het dak en de gevels van appartementencomplex Golf Résidence, gebouwd in een opvallende cottagestijl, worden grondig gerestaureerd. Golf Residence, zoals het vroegere Golfhotel nu heet, is beschermd als monument omdat het voormalige hotel een belangrijke historische getuige is van de opkomst en ontwikkeling van het toerisme aan de Oostkust waarbij Knokke evolueerde tot een residentiële badplaats van allure. De restauratie voorziet een valorisatie van de historische erfgoedelementen. Vanuit de sociale finaliteit draagt dit project bij tot een ruimtelijke en regionale ontwikkeling van de omgeving. Voor deze restauratiewerken wordt een premie van 314.192,68 euro toegekend.

Vlaamse Veerkracht

Vlaanderen zal de komende jaren met het relanceplan Vlaamse Veerkracht 4,3 miljard euro investeren om ons economisch en maatschappelijk weefsel te herstellen na de coronacrisis. Onroerend erfgoed moet haar steentje hiertoe bijdragen.

Minister Diependaele: “Investeren in ons onroerend erfgoed draagt in de eerste plaats bij tot werkgelegenheid in de bouw- en restauratiesector. We maken van Vlaanderen een aantrekkelijke plek om in te wonen, te ondernemen, te bezoeken en te genieten.”

Meer info

oormalig “Golf Hotel”, gebouwd in 1913 naar ontwerp van architect Adolphe Pirenne (Brussel, 1876-1932) en in 1928 aanzienlijk uitgebreid door de architecten Jozef Viérin (Kortrijk, 1872-Brugge 1949) en Antoine Dugardyn (Brugge, 1889-1962). Verbouwd in 1953 door architect Florimond Vervalcke (Knokke) en vanaf dan tot heden in gebruik als appartementencomplex gekend als “Golf Residence” of “Golf Residentie”. Beschermd als monument bij ministerieel besluit van 15/12/2003.

Historiek. In 1911 wordt een stuk duinengrond aan de westzijde van de Elisabetlaan verkaveld, waar op de zuidoostelijke hoek van het Cottagepad het “Golf Hotel” wordt opgetrokken naar ontwerp van Adolphe Pirenne in opdracht van Mr. Vanden Hoecke. Het betreft een hotel in cottagestijl met Normandische inslag, zie onder meer het gebruik van vakwerk in erkers en gevelvelden. Dit hotel is deels bewaard in het linkerdeel van het huidige complex, bekroond door drie puntgevels. In 1926 wordt het hotel door architect Raymond Heyneman (Knokke, 1887-1969) vergroot met zijdelingse aanbouwen met omlopend hoekterras; tevens enkele gevelwijzigingen. Uiteindelijk besluit de toenmalige eigenaar, hotelhouder C. Neirynck-Tavernier het “Golf Hotel” grondig uit te breiden. Dit gebeurt in 1928 naar de plannen van de architecten Jozef Viérin en Antoine Dugardyn, waardoor het hotel grosso modo het huidig uitzicht krijgt. Het jaar erop, in 1929, wordt in het kadaster opgetekend dat het hotel in gebruik wordt genomen. Het hotel is op dat moment speciaal verbouwd om het hele jaar door geopend te blijven, met de nodige nutsvoorzieningen voor de koudere seizoenen, o.m. centrale verwarming, dubbele beglazing, enz.

Na de Tweede Wereldoorlog, met name in 1952, wordt het hotel verkocht aan de Brusselse Naamloze Vennootschap “Société Urbaine, Rurale et Forestière”, die het in 1953 door architect Florimond Vervalcke (Knokke) laten herinrichten als appartementencomplex dat tot heden nog in gebruik is.

Beschrijving. De “Golf Residence” is een vrijstaand complex, geïntegreerd in thans deels verharde duinhelling. Aangepaste witgeschilderde bakstenen tuinmuur met bolornamenten, waarachter hagen en groen als een soort buffer tussen het gebouw en de straat. Het huidige appartementencomplex is opgetrokken in cottagestijl met integratie van Normandische stijlkenmerken. Nog oorspronkelijk monumentaal volume zie plannen van 1928 : drie bouwlagen onder overkragend pannen zadeldak; vernieuwde dakkapellen en korte brede schoorstenen. Bewaarde oorspronkelijke materiaalafwerking, zie ongeschilderde bakstenen onderbouw, bepleisterde overkragende bovenbouw met toepassing van decoratief pseudo-vakwerk in gevelvelden. Verder opvallend veelvuldig gebruik van verzorgd houtwerk onder meer voor de fraaie consoles, de doorlopende balkons (met vernieuwde balusters) en de gesuperposeerde erkers. Levendige volumewerking door onder meer typerende grote overkragende puntgevels onder pannen zadeldaken met driezijdige erkers op console, in- en uitspringende muurpartijen als gevolg van erkers en terrassen; het groot terras aan de straatzijde en op de noordelijke hoek is thans toe gebouwd. Gebruik van steunberen op de hoeken. Rechthoekige muuropeningen waarin deels behouden schrijnwerk met kleine roedeverdeling. Een bakstenen trappartij leidt naar de hoger gelegen inkom van het voormalige “Golf Hotel”. Huidige centrale toegang tot appartementencomplex op straatniveau tussen bepleisterde en witgeschilderde bakstenen muren; vernieuwde inkom onder schilddak met platte betegeling op houten consoles. Vrij zwaar verbouwde achtergevel zichtbaar vanaf het Cottagepad, met o.m. torenachtige uitbouw onder puntdak met platte betegeling.

De inrichting en aankleding gaat grotendeels terug op de omvorming van het bestaande “Golf Hotel” tot de “Golf Residence” met appartementen in 1953. Het grondplan van 1928 door de architecten Jozef Viérin en Antoine Dugardyn voorziet op de benedenverdieping aan de straatzijde links een theesalon en rechts een grote eetzaal, achteraan het privé-woongedeelte van de hotelhouders en de keuken. Thans grote centrale inkomhal met zwart-witte tegelvloer en ensemble van opengewerkte metalen afsluitingen en leuningen. Bordestrap met metalen leuning en tweede, voormalige diensttrap. Voorheen telt het “Golf Hotel” op de bovenverdieping aan de straatzijde vier grote kamers met bijhorende badkamer; aan de achterzijde vier kleinere kamers met een gemeenschappelijke badkamer. De bovenverdiepingen van de “Golf Residence” is ingedeeld in appartementen die uitkomen op een centrale gang. Fragmentarisch bewaarde inrichting en aankleding, zie houtwerk onder meer parketvloeren, binnendeuren met accoladeboogvormige beglazing, en plafonds met moer- en kinderbalken op consoles. Schouwen veelal in baksteen, al dan niet met houten haardbalk. De oorspronkelijke betegeling van enkele badkamers is behouden.

- Advertisment -

Lees ook dit

Recente reactie van onze lezers