13 C
Knokke-Heist
zaterdag, september 18, 2021
spot_img

Plato: Het “Zwart Huis” en haar bewogen geschiedenis

In de Dumortierlaan staat een Zwart Huis. Een monument van De Nieuwe Stijl. Een huis van architect Huib Hoste met een eerbiedwaardige leeftijd. Een huis dat men ondanks enkele pogingen toch niet heeft kunnen afbreken om er een “riant” appartementsgebouw voor in de plaats te zetten. Een woning die wilde afsteken tegen de cottagestijl die toen in zwang was in Knokke.

Schokkend

Deze woning heeft een eerder bewogen geschiedenis achter de rug. In 1924 was de woning een typevoorbeeld van de Belgische modernistische avant-garde. Bouwheer was huisarts Raymond De Beir.

Onrechtstreeks had de “Grote Oorlog” aan de basis gelegen van dit architectonisch pareltje. Als arts was De Beir voor een kamp van Belgische militairen in contact gekomen met architect Huib Hoste, die vrij vertrouwd was met De Stijl. De woning die hij enkele jaren na de oorlog door Hoste liet ontwerpen is dan ook zwanger van de ideeën van Mondriaan, Van Doesburg en Rietveld.

Huib Hoste zocht naar een nieuwe betekenis voor kleur in de architectuur. Lijnen, vlakken en kleuren zijn immers typisch voor De Stijl. Het gebouw had in de ogen van de goegemeente echter iets schokkend. Het daagde uit, het contrasteerde en paste volgens velen niet in het straatbeeld. Het verhaal wil dat een journalist niet begrijpen kon hoe men had toegelaten ”om de gevel van de villa in het pikzwart te doen schilderen”. Deze woning was “een echte wanklank in het harmonisch geheel, iets zwaarmoedigs te midden van de vreedzame levenslust “.

Vernieuwende architectuur

Het gebouw moet in zijn tijd inderdaad “revolutionair” geweest zijn. Zo was er het gebruik van nieuwe materialen en technieken: gestandaardiseerde betonnen raamkaders en gestort assenbeton. Maar ook de strakke, functionele opdeling, de kleinere ramen, de centrale lichtkoepel, het ontbreken van vertrouwde elementen als gevelsteen en een puntdak met rode pannen werd als té afwijkend ervaren.

De grootste uitdaging zat echter in de contrasterende werking van de kleuren: het zwart (teer) op de gevel, het rood (terracottategels voor de gevel, vloer en kozijnen) en het groen (kozijnen). De invloed van Mondriaan is daar duidelijk in merkbaar. Het zwart op de gevel zou voortgekomen zijn uit de bewondering die De Beir voor Permeke koesterde. Even vernieuwend was het interieur, met meubels van Huib Hoste en geometrische wandversieringen van avant-gardist Servranckx.

De woning van Dr. De Beir breekt met het bestaand: vlakken en volumes worden anders gegroepeerd.De witte ramen breken met de eenheid van het zwarte gevelvlak. Een duidelijk afgetekend balkonvolume is in evenwicht met de ontstane leegte. Onderbouw en bovenbouw sluiten mooi op elkaar aan. Zijn architectuur wist de moderne tijd uit te beelden.De woning ademde duidelijk de “Nieuwe Tijd” uit. Dr. De Beir zocht aansluiting bij de ideeën van een kunstenaar die een nieuwe functionaliteit wilde ontwerpen.

Voor de doorsneeburger was, zoals eerder verduidelijkt, de eigenzinnigheid die het gebouw uitstraalde echter van het goede teveel. De naam “Zwart Huis” vatte samen wat men ervan dacht.

Aftakeling en verval

In de loop van de jaren verloor het huis echter veel van zijn kracht. In 1930 liet de eigenaar een aantal wandschilderingen van Servranckx onder een laag verf verdwijnen. Op die wijze wilde hij zijn eigen kunstverzameling meer tot haar recht laten komen.

De grootste aanpassing kwam er echter in de vijftiger jaren toen de nieuwe eigenaars de door Huib Hoste ontworpen meubels en het gebezigde kleurenpalet – de identiteitskaart van de woning – lieten verwijderen. Gebruikt als tandartsenkabinet zou vooral de benedenverdieping ingrijpend worden omgebouwd.

Niet alleen de woning verloor in de loop de jaren haar authentieke uitzicht. Gelegen op een hoek van de Dumortierlaar, in de onmiddellijke omgeving van de Lippenslaan, had het huis in 1924 nog “zicht op zee”. Langzaamaan zou het worden ingesloten. De Lippenslaan en de Dumortierlaan (het centrum van de gemeente) raakten volgebouwd. Een volgende “vague” deed appartementsgebouwen uit de grond rijzen, zodat het gebouw uit eindelijk tussen smakeloze, zeg maar “kleurloze” tweede residenties geprangd kwam te liggen. Het is alleszins merkwaardig dat dit de gemiddelde bewoner en recreant minder zou storen. Of: hoe selectief verontwaardiging zijn kan.

Toen de tandartsenpraktijk eenmaal was stopgezet rukte het verval op. Gevelbekleding, ramen en deuren raakten aangetast. Vakantiegangers en speculanten zagen enkel nog een woning in verval. Voor bouwhaaien was het een gedroomd – want zeer goed gelegen – af te breken pand geworden. Het mag een wonder heten dat het huis, dan tocht een representatief staaltje cultureel erfgoed, dat alles overleefde.

Restauratie en herbestemming

De restauratie die enkele jaren geleden werd voltooid mag er zeker zijn. De nieuwe eigenaars respecteerden het gedachtegoed van de architect, zowel op bouwtechnisch als op esthetisch vlak. Vakkundig werden weer terracottategels aangebracht, de raamkozijnen kregen hun oorspronkelijke afmetingen en kleuren terug. Weer daagt het zwart van de gevel de saaie appartementsgebouwen in de omgeving uit. Ook is gepoogd om het meubilair te reconstrueren. In de woning staan nu sierlijke kopieën van meubels uit de tijd van Hoste. Men is er zelfs in geslaagd hier en daar een Servranckx tevoorschijn te toveren.

Voor één keer werd het pand ook geen nieuwe winkelruimte voor de verkoop van chique status verlenende merkkledij. Het huis kreeg een gedeeltelijke herbestemming. Een advocatenkantoor vond er bv. onderdak. Nu en dan wordt het gebruikt als kunstgalerij en het werd ook al opengesteld voor bezoekers.

Niet zonder reden werd de woning door toenmalig minister Johan Sauwens om haar architectuurhistorische waarde als monument beschermd. Zo is een “Vlaamse” interpretatie van de modernistische ideeën die in de jaren twintig opgang maakten in ere hersteld.

Dit gebouw verdient zeker aandacht en is een ideale locatie voor projecten die aansluiten bij de fundamenteel modernistische opzet van het pand zelf: tentoonstellingen die gericht zijn op hedendaagse kunst, design en literaire expressie uit de jaren tussen beide Wereldoorlogen doen die opzet het best tot zijn recht komen.

Wat de huidige eigenaars betreft: hun verweer tegen de verappartementisering en banalisering kan enkel gewaardeerd worden.  De waardenomkering in ons denkpatroon: nl. de veronderstelling dat de economische waarde het hart van de menselijke bezigheid uitmaakt en dat filosofie, kunst, letteren en cultuur bijkomstigheden zijn, mag immers merkwaardig, zelfs zorgwekkend worden geheten.

Tekst: Plato – Foto’s: Gino Blanckart

Lees ook deze artikels

2 REACTIES

  1. Straks is het zwart huis dus 100 jaar oud (1924).
    De eigenaars en de publieke opinie (incl. het gemeentebestuur) zullen na 100 jaar (blijkbaar) tot wasdom gekomen zijn over de waarde van dit ‘monument’.
    Ik citeer de geest van destijds met de woorden van meester André Dhondt : ‘Laat ons hopen dat deze zwaarmoedige vlek vlug verdwijnt, desnoods op bevel van de bevoegde autoriteit. Het betreft hier werkelijk een valse noot in een evenwichtige compositie.’ (Dagklapper uit Knokke 2).
    Misschien kan het gemeentebestuur de 100ste verjaardag in 2024 meevieren ? ? Open deur dag ? Expositie ?

  2. Het mag misschien ook gezegd worden dat onze stadsgenoot architect Wim Cattoor een voorname rol gespeeld heeft om de huis te bewaren tegen de wil in van de toenmalige eigenaars .

Er zijn geen reacties meer mogelijk.

- Advertisement -

Kneistikrant gebruikt cookies. Als je verder kijkt aanvaard je dus ook onze cookies!