zaterdag, juli 2, 2022
12.7 C
Knokke-Heist

Opinie: Plato maakt zich zorgen over de Zeespiegel

Enige tijd geleden haalde een wel bijzonder fiscaal dispuut de pers. Het ging om een geschil waarbij afschrijvingen, gedaan op een appartement aan de kust, werden verworpen. De vennootschap, met appartement in De Haan, betoogde dat een kustappartement wel degelijk een investering is omdat verwacht worden kan dat een meerwaarde realiseerbaar is. De fiscus verwierp de afschrijvingen stellende dat het niet zo is dat, omdat de waarde van een goed nu hoger ligt dan op het ogenblik van de aankoop, dit ook zo zal zijn in de toekomst. Argument ter staving was dat de stijging van de zeespiegel het vastgoed in Der Haan niet enkele onbewoonbaar maken kon, maar de facto ook onverkoopbaar. Voor fiscaal juristen was dit natuurlijk een “been” om zich in vast te bijten. Blijft echter de vraag of – los van het fiscale dispuut – de stijging van de zeespiegel iets is waar wij aandacht aan schenken moeten.

Kustzone in gevaar?

Sinds een tiental jaar halen berichten, waarin de stijging van de zeespiegel een probleem is waar dringend aan gewerkt worden moet, het nieuws. De studie “Metropolitaan Kustlandschap 2100” stelde, in één van de opties dat de westelijke regio, bij ongewijzigd beleid, inderdaad de kans loopt om tegen 2100 “onder water te staan”. De studie wilde mee het debat aanzwengelen omtrent de klimaatverandering en toekomst van onze kust.

Diverse vaststellingen, simulaties en publicaties (Kust en Klimaat – Omgeving Vlaanderen – vlaamsbouwmeester – maritieme dienstverlening en kust) maken duidelijk dat er zich een probleem aandient.

Sinds het begin van de jaren negentig van de vorige eeuw stijgt de zeespiegel trouwens wereldwijd. Bepaalde studies wijzen erop dat er een verband is tussen de stijging van het zeeniveau en het afsmelten van de ijskappen. Prognoses (pessimistisch scenario) laten uitschijnen dat indien de ijskappen aan het huidige tempo blijven smelten de zeespiegel tegen het eind van deze eeuw met 17 cm zal stijgen. Metingen geven nu alvast aan dat het niveau van de oceanen elk jaar met 4 mm stijgt. An sich wellicht niet onmiddellijk onrustwekkend. Wel stof tot nadenken en ageren.

Quid Vlaanderen?

Studies tonen aan dat ook bij ons het meest pessimistische scenario realiteit kan worden. Voor de Noordzee en het zeeniveau van onze kust stellen waterbeheer specialisten dat er (in het slechtste scenario) tegen 2100 een stijging van het zeeniveau met 80 centimeter tot 1 meter mogelijk is. (“Zeespiegel stijgt alarmerend (tot 1 meter in 2100): wat …”) Er zijn ook verschillen voorspelbaar. Ter hoogte van Oostende steeg de zeespiegel sinds de jaren 90 al met ongeveer 6 centimeter. Omdat het een proces is dat zich zeer langzaam voltrekt maken velen zich geen zorgen. Feit is echter dat een deel van Vlaanderen slechts enkele meters boven zeeniveau ligt. Daarbij komt dat de getijdenwerking een flink stuk landinwaarts werkt (Schelde).

Vlaanderen en de zee

Zaterdagmiddag, 31 januari 1953 steekt er een stevige wind op. De meteorologische diensten, waarschuwen op de radio voor een tijdelijke zware storm, die kan leiden tot gevaarlijk hoog water. Veel haalt de waarschuwing niet uit, want bv. de meeste Nederlandse waterschappen zijn niet geabonneerd op de dienst voor stormwaarschuwingen en niet iedereen heeft een radio of telefoon. (“Watersnoodramp (1953) – Rampzalige stormvloed | Historiek”) Tussen vier en zes uur ’s nachts breken aan de Nederlandse kust de eerste dijken door. Het water stroomt vervolgens zo snel de polders in, dat in sommige dorpen binnen een half uur, twee tot drie meter water staat.  Automobilisten worden door de stroming meegenomen, voordat ze überhaupt de kans hebben om hun motor af te zetten. Veel families vluchten naar hun zolder, sommigen zitten urenlang op hun dak. Het vee wordt, waar het nog kan, in veiligheid gebracht. Veel mensen en dieren worden echter gegrepen door het water en verdrinken. Zo’n 165.000 hectare loopt onder water. Het wordt nog erger als op zondagmiddag 1 februari een tweede vloedgolf aankomt. (“Watersnoodramp (1953) – Rampzalige stormvloed | Historiek”) De dijken zijn gebroken en het water ondervindt weinig tegenstand. Deze tweede golf maakt nog meer slachtoffers.

Verschillende factoren zorgden voor een abnormaal hoge waterstand: springtij, de duur van de storm, windrichting, windkracht en stuwing van het water door het Kanaal.

Ook bij ons is de toestand dramatisch. In de nacht van 31 januari 1953 blijken sommige dijken aan onze kust en langs de Schelde en andere rivieren niet tegen het geweld van de zee opgewassen.  Ook bij ons begeven dijken het dus. Er worden zo’n grote bressen geslagen dat villa’s dreigen in zee te storten.  De hulp van het leger moet worden ingeroepen om te vermijden dat de zee zich verder een weg zou banen naar het lagergelegen achterland.  Duizenden zandzakjes worden gevuld en tegen de volgende vloeden binnen de bressenwanden gestapeld. (“ORO NIEUWS Knokke-Heist: 2008-01-27 – Blogger”) Grond en zand worden door de zee weggevreten. Te Knokke worden gaten worden in de zeewering gebeukt. Te Heist is het al niet veel beter. Het water wordt eerst opgevangen in de brede afvoerriolen die Heist rijk is, maar dit stort zich vervolgens op het dieper gelegen deel van de vroegere duinpanne waarin Heist gebouwd was. Door de druk op de riolen spuit, zo is in krantenberichten te lezen, het water ook uit de riooldeksels in de laagstgelegen delen. In Zeebrugge komt het water zo hoog in de vissershaven dat de vaartuigen er op gelijke hoogte komen te liggen met de kade. 

Tijdens die nacht worden windstoten gemeten van 115 km/u in Oostende en van 122 km/u in Antwerpen. (“Records – KMI”) Het geweld van de zee slaat waar het kan bij hoogwater bressen in de dijk.  Het kolkende water stroomt de Oostendse binnenstad binnen en kost op amper een halfuur tijd aan 8 Oostendenaars het leven.  Ook de materiële schade is enorm.   Iedereen wordt opgetrommeld om te helpen.  Niet alleen het leger, maar ook bijvoorbeeld jeugdverenigingen zoals de tweede eenheid van de Zeescouts van de FOS in Oostende.

Geen verrassing

Rond 800 lag het westen van Nederland vele meters bóven zeeniveau. De kustlijn lag kilometers verder naar het westen dan nu het geval is.  En achter de duinen strekte zich een uitgebreid, hooggelegen veengebied uit. (“De laag gemaakte landen | Trouw”) Er is, zo blijkt uit bronnenmateriaal sinds 800 geen eeuw voorbijgegaan zonder meerdere watersnoodrampen.  In de daaropvolgende eeuwen werden bijna beurtelings het noorden, het Zuiderzeegebied en het zuidwesten getroffen. (“De laag gemaakte landen | Trouw”)

Tijdens de middeleeuwen, in 1404 en 1421 vinden twee grote overstromingen plaats, de eerste en tweede Elisabethsvloed.  Over die Sint-Elisabethsvloed doen sindsdien de wildste verhalen de ronde.

Hele stukken van Nederland, Engeland en Vlaanderen zouden zijn weggespoeld. Volgens toenmalige geschiedschrijvers verdwenen er 72 dorpen geheel in de golven en werd het aantal slachtoffers geschat op zo’n 100.000. Aan dit cijfer dankt de vloed een deel van zijn reputatie. (“600 jaar Elisabethsvloed; de feiten en mythes …”) De cijfers kloppen echter niet helemaal. Er woonden destijds namelijk veel minder mensen in die dorpen dan er werd voorgespiegeld in de verhalen. In de eeuwen daarna vinden er ook regelmatig overstromingen plaats.

Interessant is dat vele overstromingsrampen bekend raakten onder de naam van de Heilige wiens feestdag op het ogenblik van de ramp gevierd werd: de Sint-Elizabethvloeden omtrent 19 november 1404, 1421 en 1424; de Sint-Felixvloed van 5 november 1530; de Allerheiligenvloed van 1 november 1570 of de Sint-Ignatiusvloed van 1 januari 1953. De watersnoodrampen worden blijkbaar als bovenmenselijke fenomenen beschouwd, waar de mens onmachtig tegenover staat. Niets is minder waar. Er is bv. een duidelijk verband tussen dijkonderhoud en bescherming tegen het zeewater.

Afsluitdijk

De allereerste plannen voor het afsluiten van de Zuiderzee dateren al uit de 17e eeuw.” (“Historie – De Afsluitdijk”) In die tijd waren de kennis en de techniek echter nog lang niet rijp. In 1891 werkte de jonge ingenieur Lely de eerste concrete plannen uit voor de Afsluitdijk. In 1913 zorgde hij er als minister van Waterstaat voor dat het project op de agenda van het kabinet kwam.  Toch besloot het kabinet om deze plannen op de lange baan te schuiven. In 1920 begint men met de bouw van een afsluitdijk. Na een korte stop o.a. ingevolge de verslechterende economische situatie worden de werken in 1925 hervat.

De afsluiting van de Zuiderzee door de aanleg van dijk, (Noord-Holland verbonden met het Friese Kornwerderzand), was een knap staaltje ingenieurskunst en een belangrijke ingreep in het Nederland van de vorige eeuw.  Deze negentig meter brede dijk bleef niet onopgemerkt.

De Afsluitdijk beschermt Nederland nu al een eeuw tegen de kracht van het water. Rijkswaterstaat en De Nieuwe Afsluitdijk werken verder aan de waterkering. De Afsluitdijk wordt nu hoger en krijgt een nieuwe toplaag. Men plaatst 75.000 blokken die elk zo’n zesduizend vijfhonderd kilo wegen. De blokken moeten de golven breken als het hard stormt. Deze werken zijn noodzakelijk. De dijk is aan vernieuwing toe. Hij voldoet niet enkel niet meer aan de normen voor waterveiligheid, ook de klimaatverandering noopt tot waakzaamheid: de zeespiegel stijgt en er zullen meer extreme weersomstandigheden zijn.

En Vlaanderen?

In Europa blijkt België na Nederland het kwetsbaarst te zijn voor overstromingen door een stijgend zeeniveau.”(“Zeespiegelstijging — Klimaatportaal”) In Vlaanderen ligt 15 % van het oppervlak minder dan 5 meter boven het gemiddelde zeeniveau. De Belgische kustlijn is ook de meest bebouwde van Europa. (“Zeespiegelstijging — Klimaatportaal”) In 2000 was langs de kuststrook 10 km landinwaarts 30 % van de oppervlakte bebouwd. 1 km landinwaarts was dat zelfs bijna 50 %. In West-Vlaanderen woont 33 % van de bevolking in laaggelegen poldergebieden die gevoelig zijn voor overstromingen vanuit zee.

Of delen van Vlaanderen zullen overstromen als de zeespiegel blijft stijgen zal, volgens deskundigen, afhangen van de zeespiegelstijging en de maatregelen die men neemt om de kustregio en het hinterland te beschermen. Nu beschikt men reeds over kaarten die aantonen – indien er geen rekening wordt gehouden met ingrepen wat dijken en overstromingsgebieden betreft – welke zones onder water zouden kunnen komen te liggen.

In 2011 heeft de Vlaamse overheid trouwens een plan goedgekeurd om onze kust te beschermen tegen de zogeheten “1.000-jarige stormvloed” (een zeer zware storm die samenvalt met springtij). Dergelijke stormvloed zou grote delen van Vlaanderen onder water kunnen zetten.

Problematisch is het stijgen van het zeeniveau. Het Masterplan Kustveiligheid van de Vlaamse overheid zou rekening houden met een zeespiegelstijging van 30 centimeter tegen 2050 en met 80 centimeter (bij hoogwater) tegen 2100. (“Zeespiegel kan volgens nieuw rapport 1,2 tot 2 meter …”) Pessimistische voorspellingen hebben het over een zeespiegelstijging van 3 meter tegen 2100! De stijging van het zeeniveau is een langzaam proces dat duren zal, maar steeds sneller gaat.

Duidelijk is immers, volgens deskundigen, dat de evolutie van het aantal stormvloedrampen vanaf de 15de eeuw omgekeerd gelinkt kan worden aan de investeringen in het onderhoud van dijken en waterwegen. De kwaliteit van de zeeweringen was in de periode van de grote stormen niet echt optimaal.    

Kortom, ook al is de mens niet verantwoordelijk voor het weerkundig verschijnsel ‘stormvloed’, hij ligt vaak wel aan de basis van de ramp die dergelijke stormvloed veroorzaakt (Van de Graafjansdijk tot de Grote Polderboer. Vijf mythes rond middeleeuwse polders en wateringen kritisch doorgelicht. Professor dr. T. Soens).

De Vlaamse kust is een toeristische trekpleister

De klimaatverandering is een feit. Vergelijking van gegevens met meting uitgevoerd in de 1ste helft van de 19de eeuw geven aan dat er duidelijk verschuivingen zijn wat temperatuur, neerslag en zeespiegel betreft.

Langs de Vlaamse en Nederlandse kust is er stroming in zee parallel aan de kust. (“Wetenschappers geschokt: klimaatverandering … – BNNVARA”) Zolang er evenveel zand wordt aangevoerd als er verdwijnt is er zandtoevoer niet nodig. Het optreden van de mens verstoorde ook hier het proces.

De doorsnee Kneistinaar is vertrouwd met dit probleem. Herhaaldelijk diende het Agentschap Maritieme Dienstverlening en Kust opnieuw zandsuppleties laten uitvoeren op het strand. Na enkele kleinere toevoeren van een 200.000 m3 en in 2020 een vooroeversuppletie van 2,9 miljoen m3 diende begin 2021 alleen al 800.000 m3 zand te worden aangevoerd. In 2022 werd in totaal 1,45 miljoen m3 zand opgespoten op de stranden van Koksijde, Oostende centrum, De Haan Vosseslag, De Haan centrum en Wenduine. (“1,45 miljoen kubieke meter extra zand moet veiligheid op …”) Kostprijs: 18,5 miljoen euro. Zandsuppleties zijn dan wel op korte termijn een goede oplossing, toch is duidelijk dat er meer noodzakelijk is.

Deskundigen opteren voor een combinatie van maatregelen: harde structuren (strekdam) samen met extra duinvorming. En beter dan alles vol te bouwen zouden we ook beter duinen creëren die op termijn kunnen groeien.

En er moet ook nagedacht worden over het probleem dat niet vanuit de zee komt, maar vanuit het binnenland. Het hinterland is volgebouwd. De onregelmatige – soms hevige neerslag – zorgt voor een extra belasting van de zone achter de kustwering. Concreet: in de zomer staan de polders droog, in de winter nat. Het evenwicht raakt verbroken en de kans op verzilting is een feit. Dit alles heeft op korte termijn een grote invloed op de landbouwsector en op langere termijn op onze drinkwatervoorziening.

Laten we ons dus niet al te veel blindstaren op riante bouwprojecten en bestratingswerken allerhande. De minder zichtbare ingrepen en financiële inspanningen om onze kustlijn en dus ook het hinterland te beschermen moeten meer aandacht krijgen: preventie, robuuste ruimtelijke inrichting en crisismanagement zijn aandachtspunten.

Veel informatie over het Masterplan Kustveiligheid en beschermingsmaatregelen is te vinden op de website van Afdeling Kust. (“Zeespiegelstijging — Klimaatportaal”). Zeker interessant is het artikel “Van de Graafjansdijk tot de Grote Polderboer”. Voordracht gegeven door de heer prof. dr. Tim Soen ter gelegenheid van de jubileumviering van het 50-jarig bestaan van de heemkundige kring. Soens, T. (2009). Van de Graafjansdijk tot de Grote Polderboer: Vijf mythes rond middeleeuwse polders en wateringen kritisch doorgelicht. Rond de Poldertorens 51(4): 126-139.

Onze krant is een platform waar snel en concreet worden gediscussieerd over en naar aanleiding van het nieuws. Dit doen we ook via opiniestukken zoals deze. Elk onderwerp is goed, als er maar een connectie is met het nieuws, en als het maar voor een breder publiek interessant is. Onze redactie beschikt over de naam en de contactgegevens van de schrijver. Ook uw opinie is welkom. Stuur ze naar: Redactie@kneistikrant.be Ben je het eens of oneens met de schrijver hier boven? Reageer dus gerust hier onder.

2 REACTIES

  1. Zéér interessant opiniestuk. De inhoud moet veel opzoekingswerk hebben gevergd.
    Tevend een wake-up call voor onze beleidsmakers.

  2. Geachte,
    Naast het Albertplein, voor het gewezen bankfiliaal Bnnparisbas,is de begroeing weg gehaald.
    In die begroeing waren er een aantal vogelnestjes, met jonge vogeltjes.
    Men heeft die NU weggehaald, vernietigd. En dat voor een gegezegde groene gemeente!
    Was het niet mogelijk om te wachten todat de vogels uitvlogen? Welke schande ! Al die kleine vogeltjes.
    Als knokkenaar, ben ik beschaamd dat dit gebeurd.
    Zo nutteloos, en triestig.
    Spijtig, dom en kortzichtig.

    R Aerts

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in

Ook dit moet je even lezen