HomeOnze ColumnistenPlato: De woke-brigades dringen ons een nieuw vocabularium op

Plato: De woke-brigades dringen ons een nieuw vocabularium op

Door Kneistikrant-Columnist: Plato (De auteur is Dr. ethicus en rechtsfilosoof) – Echte naam en adres bekend bij de redactie.

Taalmanipulatie en taalzuivering

In Nederland is begin dit jaar enige beroering ontstaan door de bekendmaking van een handleiding “Waarden voor een nieuwe taal”. Doelstelling: een gedekoloniseerde, inclusieve en toegankelijke taal. Achterliggende gedachte: de samenleving verandert en een “nieuwe generatie makers, denkers, sprekers, schrijvers en activisten staat op.”.

De samenleving moet zich dus aanpassen aan “de groeiende mondigheid van gemarginaliseerde personen, mondiale bewegingen zoals #metoo, Black Lives Matter en Pride, nationale bewegingen zoals Kick Out Zwarte Piet en Decolonize the Museum en de effecten van COVID-19. ”.

Tegenspraak is overbodig: de Nederlandse taal moet worden bijgeschaafd.  Die taal staat immers voor de opvattingen van de “dominante machtsgroep” en weerspiegelt de superioriteit en machtspositie. Begrippen als migratieproblematiek of vluchtelingencrisis stigmatiseren. Er is geen sprake meer van “slaven”, het gaat nu over “tot slaaf gemaakten”. Terecht merkt Gerry Van Der List (Elsevier) op dat het woord slaven blijkbaar niet duidelijk genoeg wordt geacht en voor de doorsnee Nederlander, in de ogen van de stellers van de leidraad, blijkbaar toch nog een gunstige klank heeft.

Lingua Tertii Imperii

Tijdens de Tweede Wereldoorlog houdt de Duitse filoloog Victor Klemperer een dagboek bij. Deze (Tot het bittere einde. Dagboeken 1933 -1945) registreren het dagdagelijkse gebeuren en geven een inkijk in het verhullende taalgebruik van het regime. Zijn aantekeningen over het creatieve taalgebruik door de nazi’s werden gebundeld in een boek: “Lingua Tertii Imperii (LTI) of de taal van het Derde Rijk.”.

Deze observaties geven een helder beeld hoe totalitaire regimes de werkelijkheid manipuleren en verknechten. Klemperer inventariseert de neologismen, het gebruik van de distantiërende prefixen, het vermenigvuldigen van superlatieven, het invoeren van vreemde zwaarwichtig klinkende woorden, het gebruik van surrogaattaal of het veranderen van de gevoelswaarde van woorden.

Klemperer stelde vast hoe taal onderdanig kan worden gemaakt en hoe woorden en boeken verworden tot drager van sluipend arsenicum.

Newspeak

Ook George Orwell zal in een essay (“Politics and the English language “in “Mijn land, rechts of links”) aandacht schenken aan de relatie tussen taal en politiek. Voor Orwell is duidelijk dat taal slordig wordt omdat “onze ideeën onnozel zijn, maar de slordigheid van de taal maakt het dan ook weer makkelijker om onnozele ideeën te hebben.”

Versleten metaforen, betekenisloze woorden en verbale vervangstukken teisteren de taal, banale nietszeggende begrippen worden opgesmukt door toevoegingen. Begrippen als totalitair, progressief, reactionair, bourgeois of gelijkheid worden in verschillende betekenissen gebruikt en zijn vaak misleidend. Politieke taal is manipulatief: “Politieke schrijf- en spreektaal worden tegenwoordig grotendeels gebruikt om het onverdedigbare te verdedigen.”

Orwell zal in zijn roman “1984” de Newspeak toepassen. In een appendix “The Principles of Newspeak” verduidelijkt hij deze grammatica en woordenschat.

Nieuwerwetse semantische chantage

In een column begin 2018 (De Standaard) ergert Mia Doornaert zich aan het wegwerken van het woord “blank”. Ze hekelt de taalvergiftiging door een zelfvoldaan kliekje, gehuld in groot gelijk en het feit dat “die grote roergangers haar wit wilden maken in plaats van blank: “Sneeuw is wit, het papier in mijn printer is wit, maar mijn spiegel toont me dat ik dat niet ben, tenzij het blanketsel van een verre overgrootmoeder terugkeert.”.

De politieke agenda van de morele taalcensoren en het opgedrongen schuldgevoel kan voor haar niet door de beugel “God verhoede dat de blanke mens zich ook maar ergens positief zou willen afschilderen. Hij mag alleen mea culpa slaan, want hij draagt de schuld van alles wat fout gaat in deze wereld, nietwaar.”.  Het maatschappelijk debat perverteren door bv. alles volgens huidskleur te gaan categoriseren heeft volgens haar verstrekkende gevolgen: niet-blanken die het maken in een seculiere, democratische maatschappij, worden snel overlopers geheten die zich “wit” gedragen.  Het verwijt van “acting white” is makkelijk gevonden.

Zij verwijst ook naar de term “islamofobie” waardoor verwarring ontstaat tussen een godsdienst en de aanhangers en citeert de Franse filosoof Pascal Bruckner die vermoedt dat deze term is bedacht om ons wijs te maken dat het probleem bij onszelf ligt: “Zint je iets niet in de ­islam? Dan ben je een racist. Het is intimidatie, een vorm van semantische afpersing.”  

Ik beschuldig

In een bijdrage, mei ll. (De Standaard) gaat zij te keer tegen de woke-cultuur: “Ik heb het gehad met de kwezelarij die cultuur met of zonder hoofdletter in politiek correct suikerwater wil omzetten.”.

Meer dan dat stoort haar het onbezonnen handelen van deze sfeerscheppers: “de meutes die op de sociale media en elders iedereen achtervolgen die niet woke genoeg is, ook over zaken die ze soms tientallen jaren geleden zeiden of deden.”

De verwording en het selectieve kortetermijngeheugen illustreert zij door te verwijzen naar het zuiveren van sprookjes of het bewust vergeten van wie er bv. allemaal profiteerde van slavenhandel. Werden op de slavenmarkten van het Ottomaanse rijk niet geroofde blanke vrouwen verkocht?  

En zij haalt scherp uit naar diegenen “die daarvoor nederig het hoofd buigen en zich blijven uitputten in excuses voor onze blijkbaar aangeboren slechtheid.”  Zij heeft het gehad met “professoren, leraars­ en andere opvoeders die de geschiedenis en Europese/blanke cultuur door een woke lens bekijken, en zonder pardon veroordelen tot één brok slechtheid van racisme en kolonialisme en white supremacism.”.

Taalactivisme 

In het tijdschrift “Onze Taal” (Jaargang 64) wordt door F. Jansen ingegaan op het taalzuiveringsfenomeen. Jansen benadrukt dat de voorstanders van de gezuiverde taal ergens geloven in de therapeutische werking van de nieuwe, onbesmette, woordvormen. Immers, wie zich de nieuwe woordvormen eigen maakt zal ook correcter denken en een nieuwe (betere) samenleving gestalte geven: “Deze voorstanders zien woorden als onze nieuwe rivierdijken, die de stromen van ons gedachtengoed stevig in bedwang houden.”

Het gaat hier om naïef denken, elk woord is immers een instrument dat zich voegt naar onze gedachten. Onze waarneming van iets nieuws stuurt onze zoektocht naar een nieuw woord. We passen ook de connotatie van woorden aan wanneer wij op basis van ervaringen menen dat de gevoelswaarde aangepast moet worden. Voor de ene zal “pitbull” gewoonweg verwijzen naar een hondenras, voor de andere staat het voor een persoon die zich vastbijt in iets.  

Het aanstootgevende karakter van een woord zit hem niet in het woord zelf “maar in de bedoelingen waarmee het uitgesproken wordt.”.  De taalzuivering die men wil opleggen wijst op een fout inzicht in taal. De pogingen om woorden te bannen zijn vaak tot mislukken gedoemd omdat ze dwingend worden doorgedrukt: ze generen weerstand.  

De vraag moet gesteld of bv. de “nieuw benoemden” eigenlijk wel voorstander zijn van de opgedrongen taalaanpassingen. Zitten mensen bv. te wachten op de categorisering “non – binair” of “cisgender”. Wellicht zijn het de taalactivisten zelf die hier het meest behoefte aan hebben.

Le style, c’est l’homme

Het manipuleren van taal door de seminaristen van het goede gevoel moet argwanend worden benaderd: vaak is dit niets anders dan een techniek om macht uit te oefenen en andersdenkenden monddood te maken. De taalzuivering zorgt ook voor verwarring en bemoeilijkt het helder benoemen van maatschappelijke aangelegenheden.  Oneerlijkheid is trouwens de grote vijand van klare taal.

Om Caroline Fourest (Génération offensée – De la police de la culture à la police de la pensée) te citeren: “Une meute d’inquisiteurs” ziet niet in dat “Le progrès n’est pas question d’apprendre à se taire, mais d’apprendre à mieux se parler.”

Hierboven kon u een opiniestuk lezen. Zelf schrijven kan natuurlijk ook. Stuur uw opiniestuk naar: redactie@kneistikrant.be

Wat is een opiniestuk?

  • Weerspiegelt de mening van de auteur
  • Subjectief
  • Al dan niet gebaseerd op feiten
  • Vrijheid van meningsuiting (verregaand beschermd, uitzondering: laster en eerroof)
  • Maatschappelijk debat aanzwengelen / sturen
- Advertisment -

Lees ook dit

Recente reactie van onze lezers