zondag, oktober 25, 2020
Home Onze Columnisten Plato: Kerk- of geldfabriek?

Plato: Kerk- of geldfabriek?

Door Kneistikrant-Columnist: Plato (De auteur is Dr. ethicus en rechtsfilosoof) – Echte naam en adres bekend bij de redactie.

Wederopbouw, herbestemming en verkoop van kerken – de ondraaglijke last

In 2013 legde een brand de Sint-Niklaaskerk in deelgemeente Westkapelle in de as. Zowel de Kerkfabriek als het bestuur van de gemeente Knokke-Heist vonden het opportuun om over te gaan tot een wederopbouw.  De renovatie vergde, na eerdere lagere schattingen, uiteindelijk 7 miljoen euro. Een deel daarvan werd door de verzekeraar betaald.  Het resultaat van deze wederopbouw is een knap staalje vakkennis van de betrokken architecten. Het sacrale gedeelte werd aangevuld met een polyvalent gedeelte waaronder een evenementenzone en een vergaderdeel. Toch roept dit alles vragen op.

Uitzonderlijke beslissing

Lange tijd beschouwde de kerkelijke overheid de discussie over o.a. de financiële afspraken en de tussenkomsten m.b.t. het onderhoud, de restauratie of de herbestemming van het kerkelijke goed als een interne en strikt geregelde aangelegenheid waarover discussie niet noodzakelijk was. De opdracht van de (lokale) overheid werd als een historisch verankerde “verworvenheid” beschouwd.

Het tanende kerkbezoek, het multi – religieuze karakter van de samenleving, het streven naar een oplossing voor bepaalde “bestuurlijke” aangelegenheden gezien de federalisering, de vragen naar de financiële houdbaarheid van het systeem en het optimaliseren van het gebruik van de aan de kerkelijke overheden ter beschikking gestelde “vastgoedportefeuille” hebben niet enkel de plaats en de kostprijs van religie, maar ook de problematiek van het behoud en vooral van de kostprijs van roerend en onroerend kerkelijk (beschermd)goed op de agenda geplaatst.

Onvermijdelijk is immers de vraag naar het zinvolle van wederopbouw zeker in een tijd gekenmerkt door verregaande secularisering, levensbeschouwelijke diversiteit en verregaande verankerde financiering van de Rooms-Katholieke kerk. Is souvereiniteit binnen eigen kring, op kosten van de gehele gemeenschap, nog te verantwoorden ?

Vaak wordt verwezen naar buitenlandse voorbeelden die de gelovigen laten betalen voor hun eigen religie en waarbij de kost dus niet naar iedereen wordt doorgeschoven. In diverse landen waaronder Duitsland, Italië of Luxemburg gelden immers andere afspraken of werd de wetgeving aangepast.

Historisch gedateerde lastenafspraken en complexe bevoegdheidsverdeling

In België wordt de materie van de erediensten nog steeds geregeld door drie grondwettelijke principes die sinds 1830/1831 niet fundamenteel wijzigden. De gelijkheid en non-discriminatie zoals voorzien in de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, de vrijheid van erediensten zoals voorzien in de artikelen 19 en 20 van de Grondwet en de (relatieve) scheiding tussen erediensten en staat zoals voorzien in artikel 21, lid 1, van de Grondwet. De verplichting voor de staat om de wedden en pensioenen van de bedienaars en de afgevaardigden van de vrijzinnigheid te betalen, is dan weer ingeschreven in artikel 181 § 1 en 2 van de Grondwet.  Het onderwijs laten we even buiten beschouwing.

Opeenvolgende staatshervormingen hebben de bevoegdheidsverdeling echter aangepast.  De materie van de erediensten valt momenteel zowel onder de bevoegdheid van de federale staat als van de gewesten/gemeenschappen. Ook de gemeenten dragen de last van een verplichte bijdrage.

Zo vallen de erkenning van de erediensten en niet-confessionele levensbeschouwingen, de wedden en de pensioenen van de bedienaars van de erkende erediensten en van de afgevaardigden van de door de wet erkende niet-confessionele levensbeschouwing onder de bevoegdheid van de federale staat  (FOD Justitie – Dienst Erediensten en vrijzinnigheid). Voor bv. de financiering van de gebouwen zijn de gewesten en gemeenschappen bevoegd. Ook de provinciebesturen zijn betrokken partij.

Weinigen durven deze doos van Pandora te openen uit vrees van jozefisme te worden beschuldigd.

De gemeente zelf heeft een aantal verplichtingen tegenover alle erkende eredienstenbesturen op het grondgebied, met name de rooms-katholieke, de protestantse, de anglicaanse en Israëlitische erediensten: nl. het bijpassen van de exploitatietekorten, het bijdragen in investeringen gebouwen eredienst en de huisvesting van de bedienaar via een pastorij of woning of woonstvergoeding – eventueel ook secretariaatsvergoeding. De lijst kan nog verder worden aangevuld. Een financieel loodzware erfenis.

Geldstroom

De erkende erediensten (katholieke, protestantse, anglicaanse, israëlitische en orthodoxe erediensten) rijven op die manier (jaar 2019) via het federale niveau 85.955.484 euro binnen. Er wordt geen opsplitsing meer gemaakt tussen de erkende erediensten ! De vrijzinnige levensbeschouwing krijgt (2019) 16.437.230 euro. Voor de islamische eredienst is (2019) 2.998.862 euro. In totaal is er dus een bedrag van 105.391.576 euro voor de bezoldiging. Er is ook een toelage voorzien voor de erkenning van het Boeddhisme van (vastlegging 2019) 156.000 euro.

Daarnaast zijn er natuurlijk ook de pensioenen eveneens ten laste van de overheid. De begrotingstabel 2019 leert dat er een bedrag (initieel) van 26.600.000 euro is voorzien voor de pensioen van de bedienaren van de eredienst. Opgemerkt moet worden dat de bedienaren van de eredienst over een voordelige loopbaanbreuk beschikken. Voor de dienstjaren voor 1 januari 2012 is dit 1/20, nadien wordt de  loopbaanbreuk 1/48. De loopbaanbreuk van Jan modaal is 1/60 !

De rechtstreekse betaling van de wedden en pensioenen van de bedienaren van de erediensten is trouwens in de Grondwet verankerd. Over het hoe dit alles in 1830 -1831 in der haast in het Nationaal Congres gebeurde is een roman te schijven.

De Room-Katholieke Kerk haalt het merendeel van dat geld binnen en zij heeft ook het gros van de door de overheid bezoldigde personeelsleden.

De katholieke eredienst slaagde er zelfs in om parochieassistenten erkend te krijgen. De kerkelijke overheid heeft dit ambt gecreëerd om tegemoet te komen aan de noden ontstaan door het priestertekort. De overheid heeft dit probleemloos aanvaard en wettelijk verankerd. Hun erkend aantal bedraagt momenteel 341. Hiervoor diende een elastische interpretatie aan artikel 181 van de Grondwet te worden gegeven: de compensatiegedachte (vooral voor de verbeurdverklaringen tijdens de Franse periode) voor de erediensten (en de niet-confessionele levensbeschouwing) werd ingeruild  van het feit dat zij “door hun erkenning beantwoorden aan een maatschappelijke behoefte waaraan de Staat zijn bescherming moet verlenen.”.

Over de verbeurdverklaring van kerkelijke goederen, kloosters e.a. en de praktijken van de clerus in deze, in onze eertijds aangehechte gewesten, is ook een afzonderlijk verhaal te schrijven.

De katholieke eredienst (Bron: FOD Justitie) heeft 2824,5 voltijdse personneelsequivalenten. Ter vergelijking de protestanten hebben er 138, de anglicanen hebben er 18, de israëlitische gemeenschap 34,5, de orthodoxen 69,5, de vrijzinnigen 324,85 en de islam 85.

Een overzicht van de werkingskosten en exploitatietoelagen zoals deze te vinden zijn in de jaarrekeningen van de provinciale en lokale overheden reikt dan weer interessante informatie aan. De door ons verzamelde gegevens staan voor de jaren 2014 tot en met 2018 en werden uitgesplitst per niveau (provincie & stad/gemeente/district) en per ontvanger (d.w.z. Erediensten en N.C. – Levensbeschouwingen). Het provinciale niveau laten we even buiten beschouwing. We zoeken hier enkel naar Knokke – Heist en vinden dan dat de exploitatielast erediensten in bedoelde periode 4.332.888 euro bedroeg. De investeringsverrichtingen geven 120.000 euro. Voor de niet – confessionele levensbeschouwingen vinden we niets terug.

Zijn er geen vrijzinnigen, humanisten, atheïsten in Knokke – Heist en hebben ook zij geen rechten ?

Het meten van levensbeschouwelijke betrokkenheid, duidelijker gesteld, het meten van het aantal katholieken protestanten, vrijzinnigen … is niet enkel een methodologisch of theoretisch vraagstuk, maar ook een politieke kwestie met mogelijke heikele gevolgen. Zo is in België een officieel peilen naar levensbeschouwelijk aanhang in feite niet aan de orde.

Levensbeschouwelijke aanhang

Er is echter ontegensprekelijk sprake van een desaffiliatie en een daling van de kerkpraktijk. Deze daling doet zich zowel voor in Vlaanderen, Brussel als Wallonië. Het aantal personen dat zich “ontkerkelijkt” noemt stijgt. Vooral de generaties geboren na 1968 geven een hoog percentage onkerkelijken aan.   Men spreekt in dit verband van een generatie gekenmerkt door “afwezige kerkelijke socialisatie”. De daling van de kerkelijke betrokkenheid in Vlaanderen is vrij goed gedocumenteerd dank zij “specifieke” onderzoeken.

Het begon eigenlijk na het einde van de Tweede Schoolstrijd, die voor een mobilisatie had gezorgd. De grootste ontkerkelijkingsgolf moet worden gesitueerd in de jaren 60 en 70. De daling in de periode 1967 – 1973 zou zich verderzetten, om te versnellen bij de kerkse katholieken en christenen vanaf het eind van de jaren negentig en bij de kerkelijke katholieken en christenen na 2010. Zo is de participatie aan kerkelijke praktijken blijven dalen, om na 2010 een extra neerwaartse knik te kennen. Ook het aantal Vlamingen dat zichzelf als niet behorende tot een godsdienst of kerk beschouwt, neemt na 2010 een sneller toe.

Indien in 1981 driekwart van de ondervraagden zich identificeerde met de katholieke geloofsgemeenschap, dan was dit in 2009 gedaald tot 50 %. In 2009 zag 10% zich als atheïst en kwalificeerde 30% zich als ongelovig. Hier merkt men een gestage stijging. Tussen 1990 en 2009 neemt het percentage onkerkelijken toe met liefst 15 %. Vooral de toename van het percentage “meerdere generaties onkerkelijken” valt op (van 9% in 1990 tot 23% in 2009). De afwezige kerkelijke socialisatie laat zich voelen. Telde men voor wat betreft de vooroorlogse generatie amper 9% “meerdere generaties ontkerkelijken” dan is dit voor de generaties geboren na 1984 gestegen tot 45 %. Secularisering, individualisering en rationalisering werden als de belangrijkste verklaring naar voor geschoven.

 Samengevat: in West-Europa minder en minder katholieken en meer en meer geseculariseerden.

Karel Dobbelaere had in 2006 n.a.v. een uiteenzetting “De godsdienstigheid van de Katholieken in België en Europa” er ook op gewezen dat men kon vaststellen dat er ook sprake is van “ongeloof en religie à la carte, (hij sprak over een “pick and choose religion”) en dit vooral bij de jongere generaties. Ook de vele schandalen in de kerk hebben sporen nagelaten. Spiritualiteit beconcurreert godsdienst. Als oorzaak hiervoor verwees hij o.a. naar de tanende macht van de kerk en het ontstaan van een religieuze markt met naast de oude sekten, nieuwe religieuze bewegingen die zich hadden weten aan te passen aan de geseculariseerde wereld.

Toch weet de Rooms-Katholieke Kerk zich, via een reeks grondwettelijk verankerde verworvenheden (wedden, pensioenen), gedateerde regelgevingen (kerkfabrieken e.a.), tussenkomsten vanuit diverse beleidsniveaus en instanties, de uitbouw van de socialisatiemachine die het katholieke onderwijs is (al zijn er problemen: zie de Dialoogschool),  maar vooral dank zij de pleinvrees van politici, goed stand te houden.

In diverse middens stelt men vragen bij de vrij dubbelzinnige houding waarbij men binnen “cultusmiddens” enerzijds elke regeling blijft zien als een inmenging in het recht van erkende erediensten op eerbiediging van hun werking, maar anderzijds probleemloos de samenleving “belast” met de zorg voor de materiële aspecten van de “levensbeschouwingen”.

Bijkomende vraag is of men, verwijzende naar het gelijkheidsbeginsel en de non-discriminatie erin zal slagen alle “levensbeschouwingen” (bestaande en die levensbeschouwingen die aan de deur zullen kloppen, met elk hun eigen karakteristieken) een gelijke behandeling te garanderen.

Achterhaalde prerogatieven van de Rooms-Katholieke Kerk

Na de Franse periode en het kortstondig horen bij Nederland zat de Rooms-Katholieke Kerk met een stevige kater. Verzet was haar evenwel niet onbekend. Meer nog, zeker onder het bewind van Willem I had zij zich getraind in lobbywerk, agitprop en stiekem overleg. De poging van Willem I om het onderwijs op een hoger niveau te tillen en de aanpak van de seminaries werd niet gesmaakt.

Het kwam erop aan snel de macht en het gezag die de clerus in het ancien régime genoot zo goed als mogelijk te herstellen.

De financiële tussenkomsten werden gezien als een compensatie voor het “verlies” van de goederen. Tijdens de Franse Revolutie werden de kerkelijke goederen aangeslagen en ter beschikking gesteld van de natie. De opeenvolgende concessies van Napoleon en Willem I (teruggave goederen e.d. ) waren niet voldoende.

Het bekende Concordaat dat Napoleon Bonaparte de 26 messidor van het jaar IX afsloot met Paus Pius VII regelde een en ander. Deze “politieke “ afspraken werden in 1802 bekrachtigd en in 1803 kregen de bisschoppen de opdracht zogeheten kerkfabrieken op te zetten. Het Keizerlijk decreet van 30 december 1809 verfijnde de werking. In 1830 nam de jonge staat België dit decreet over. Ondertussen kregen de protestantse eredienst en iets later de Israëlitische eredienst eveneens bijzondere aandacht (kerkgemeente, specifieke voordelen…). De momenteel geldende afspraken (lees: verplichtingen) hebben dus een lange voorgeschiedenis.

In september 2019 betaalde Duitsland zijn oorlogsschuld van de Eerste Wereldoorlog af. De Duitse schuld uit de Tweede Wereldoorlog is al sinds 1988 afgelost.

Een duidelijk voorbeeld van de zorgvuldigheid, de alertheid, waarmede de clerus haar positie in 1830 wist te heroveren, is hoe zij handig gebruik maakte van het revolutionaire roes.  Het voorlopig Bewind, een soort tijdelijke regering, vaardigde (periode 12 tot 16 oktober 1830) enkele decreten uit waardoor de manoeuvreerruimte van het Nationaal Congres zeer beperkt werd.  Het rooms-katholieke episcopaat immers een succesvolle strategie uitgewerkt. Het zou zich niet langer enkel beroepen op de oude rechten en het herstel van de traditionele orde. De bisschoppen zouden focussen op het vrijwaren van de door het Voorlopig Bewind verzekerde vrijheden. De brief van toenmalig aartsbisschop de Mean, voorgelezen ter zitting van het Nationaal Congres,  is revelerend. Het moest voor het Congres duidelijk zijn: indien de grondwetgever het vertrouwen van de clerus zou kunnen winnen, dan zou het automatisch het vertrouwen van de gehele bevolking krijgen.

De conclusie is duidelijk: het Nationaal Congres, onder druk van de clerus, kon moeilijk grotere waarborgen toebedelen aan de Rooms – Katholieke Kerk. Het verzet tegen de verregaande constitutionele voorrechten voor de katholieke kerk en de financiële gevolgen was, o.a. ingevolgde de vaagheid van de akkoorden en de vrees om de broze Belgische unie stuk te zien gaan niet steeds succesvol. Wie te ver ging werd van jozefisme beschuldigd.

Een zekere elasticiteit in de interpretatie van de grondwettelijke artikelen zou de clerus goed uitkomen. Het bijzondere van deze Grondwet erin bestond er immers in dat men had zijn “specificiteit” te benadrukken. Het zijn dan ook de felle en hoogstaande debatten van het Congres die aanduiden in welke richting de tekst ervan kan worden geïnterpreteerd.

De gewaarborgde autonomie en het principe van de niet-inmenging drong zich echter niet alleen op aan de wetgevende, maar ook aan de uitvoerende en rechterlijke macht. De Belgische staat liet de organisatiewijze en het interne recht van de katholieke eredienst zo goed als onaangetast.

Slechts enkelen reageerden tegen dat wat later omschreven zou worden als “l’abstention du droit public”. De liberalen waren gerold ! Dit zou het politieke landschap in de 19de eeuw kleuren.

De clerus herpositioneert zich aanvang 20ste eeuw trouwens nog sneller dan voorheen binnen de voor haar belangrijke sectoren: het onderwijs, de caritas en de sociaal – culturele sectoren. Langzamerhand breidt een rijkelijk gefinancierd uitzonderingssysteem zich uit. Schoolpact en de Schoolpactwet illustreren dit.  Het eind van de jaren ’50 gesloten technisch akkoord, leidde tot een quasi officialiseren van het vrij onderwijs. Op educatief vlak staat de overheid controlerecht af tolereert zij de overdracht van de opvoeding en opleiding van haar inwoners over aan een katholieke zuil, een katholieke socialisatiemachine.

Kerkelijk patrimonium

Voor gans België komt men op 3.846 parochies. In Franstalig België zijn er 2.550 kerken. Vlaanderen (Bron: Atlas van het religieus erfgoed in Vlaanderen) telt 1786 eigenlijke parochiekerken. Naast 1786 hoofdgebouwen zijn er 129 bijgebouwen van de eredienst.  Daarvan zijn 1712 opgenomen in de inventaris van het onroerend erfgoed, een duizendtal kunnen rekenen op één of andere beschermingsvorm. Soms zijn de kerken volledig beschermd, soms maken ze deel uit van een beschermd landschap, een stads- of dorpsgezicht. Van sommige kerken is enkel het oudste deel beschermd.  

Blijkens een inventaris zijn de meeste (parochie)kerken niet echt oud zijn te heten. Iets meer dan de helft dateert uit de negentiende en de twintigste eeuw. Het aantal oude (middeleeuwse kerkgebouwen, d.w.z. kerken met middeleeuwse bouwelementen) is eerder beperkt te heten.

Wie in feite eigenaar is van deze gebouwen is niet steeds duidelijk. Historisch onderzoek moet in bepaalde gevallen uitsluitsel geven. Algemeen wordt aangenomen dat kerken gebouwd na 1801 eigendom zijn van een gemeente of van een kerkfabriek.  Bijna de helft van de parochiekerken (871) is volle eigendom van een kerkfabriek. Een kleiner aantal (593) is eigendom van de gemeente. Een beperkt aantal kerken in Vlaanderen is privébezit, en in voorkomend geval “ meestal van een parochiale of dekenale vzw (45 gebouwen) of van een kloosterorde.”( Bron: Kerk & Leven. 28 mei 2014).

Het probleem m.b.t. het benutten van kerken en de kostelijke instandhouding ervan is voornamelijk een probleem van de Rooms-Katholieke Kerk. De omvang van het patrimonium van de Rooms-Katholieke Kerk is hier niet vreemd aan. 

Indien er enig soelaas is voor die kerken die een stedenbouwkundige of cultuurhistorische waarde hebben, dan mag zonder omwegen worden gesteld dat de toestand problematisch is voor vele “gewone” kerken die hoe langer hoe minder “gebruikt” worden.

Het heden terzake uitgestippelde beleid focust op de ontwikkeling van een langetermijnvisie op de parochiekerken. Een “sanering” moet leiden tot het scheppen van een draagvlak voor de financiering van de overblijvende parochiekerken. Dit leidde tot het ontwikkelen van een kerkenbeleidsplan.

Bijkomend gegeven is echter dat lokale overheden (en dus ook de respectieve kerkfabrieken en kerkraden) niet alle op dezelfde wijze geconfronteerd worden met dit probleem. Anders gesteld, bepaalde steden en gemeenten hebben op hun grondgebied meer of minder kerken in verhouding tot hun inwonersaantal. Gemiddeld zijn er (Bron: Vlaams Parlement) vijf tot zes kerkfabrieken per gemeente. In Antwerpen zijn er 69 kerkfabrieken, in Gent telt men er 46. Volgens cijfers van de Vlaamse Regering zou een beperkt aantal kerkfabrieken in Vlaanderen echt zelf bedruipend zijn. Dit wil zeggen dat een beperkt aantal besturen het redden kan zonder tussenkomsten.

Diverse pistes kunnen worden bewandeld: medegebruik: ter beschikkingstelling voor religieuze activiteiten van andere katholieke of christelijke geloofsgemeenschappen; nevenbestemming: gebruik naast het gebruik voor religieuze activiteiten; valorisatie: Initiatieven die, met respect van het normaal gebruik, de betekenis van het kerkgebouw in al zijn aspecten kunnen versterken; herbestemming: geen religieuze activiteiten met desaffectatie van het gebouw.

De historisch gegroeide regelgeving en de vele aanpassingen maken het opzoeken van gegevens met betrekking tot subsidiëring niet eenvoudig en hinderen zowel de transparantie als de vergelijking doorheen de jaren. 

In het algemeen kan worden gesteld dat, ondanks alle inspanningen,  monumentenzorg in Vlaanderen een (financieel) probleemdossier is.  In functie van het beschermde of niet-beschermde statuut van de kerken, kunnen specifieke decreten op het onroerend religieus erfgoed toepasbaar zijn. 

Voor bv. de niet-beschermde kerken alleen al vinden we voor het jaar 2018 in totaal 58 dossiers. Vastgelegd werd een bedrag van 3.756.339,09 euro. Uitbetaalde subsidies: 1.709,414,37 euro.

Uit de gegevensinventarisatie blijkt dat de investeringen in vrijzinnige centra verwaarloosbaar zijn. De investeringen in beschermde en niet-beschermde gebouwen van de eredienst zijn niet onaardig en lopen op.

Het agentschap Onroerend Erfgoed merkt in een studie op dat er sprake is van een toenemende vraag naar financiële ondersteuning en hoe dit alles ook gekenmerkt wordt door een permanente achterstand: “Doorheen alle bijsturingen aan het premie- en subsidiestelsel, bleef de vraag naar financiële ondersteuning voor het beheer van monumenten steeds groter dan het aanbod.”   De cijfers tonen ook aan dat “…de eredienstdossiers, … de grootste vraag vertegenwoordigen en voor de grootste budgettaire druk zorgen.”

In een auditrapport van het Rekenhof wordt opgemerkt hoe de prangende nood aan lange termijnvisie – met aandacht voor een eventuele her- of nevenbestemming van kerken  en de financiële implicaties- en de tendens tot versoepeling van procedures wel eens op gespannen voet zouden kunnen komen te staan.

Voor de volledigheid: in 2018 zijn acht kerkgebouwen overgedragen aan andere christelijke erediensten, bijvoorbeeld de Sint-Godelievekerk in Mariakerke is nu orthodox. 31 kerken werden onttrokken aan de eredienst. 39 parochies werden opgeheven; er blijven er nog 3.791 over.

Besluit

De historisch gegroeide compromispolitiek, het gebrek aan transparantie, de vele ad-hoc constructies, de kosten van de compromispolitiek, gekoppeld aan de vrees om beschuldigd te worden van voornamelijk religieuze intolerantie, hypothekeren elke vorm van “good governance” op het vlak van de erkenning en de financiering van de levensbeschouwingen. Het huidige Belgische systeem heeft zijn houdbaarheidsdatum bereikt, zo niet overschreden. Er is dus nood aan een ontstoffen van de eerder gemaakte afspraken. 

Meer in het bijzonder moeten de paradoxen eigen aan het grondwettelijk en wettelijk stelsel inzake de erediensten worden onderstreept. Deze paradoxen hebben betrekking op de erkenning van de erediensten, de staatsordening, de autonomie van de juridisch godsdienstige ordening en de autonomie van de wijsgerige groeperingen en de fundamentele rechten toegekend aan de bedienaars van de erediensten en de afgevaardigden van de vrijzinnigheid.

Een PEW-rapport (06/12/2019, PEW is een een onafhankelijke Amerikaanse denktank en opinieonderzoeksbureau) stelt dat 54 % van de Belgen verklaren niet te geloven in “god”, 19 % definieert zich duidelijk als atheïst. Dit cijfer zou echter beduidend hoger liggen: eentraps- of tweetrapsvraagstelling beïnvloeden het resultaat.  Katholiek Vlaanderen verschrompelt ook sneller en sneller. De andersgelovigen blijven echter in de kou staan.  

De Commissie van Wijzen (2005 – 2006) en de Werkgroep Magits-Christians (2009-2011) hebben, in opdracht van de toenmalige Ministers van Justitie,  over dit alles meer dan interessant werk geleverd. Er werden vele onduidelijkheden en problemen vastgesteld zoals ongelijkheden op het vlak van de houdbaarheid van de financiering, de houdbaarheid van de pensioenen alsook inconsequenties, dan wel niet langer houdbare particulariteiten op sociaal en fiscaal vlak en op het vlak van wedden.  Wat dit laatste betreft werd onder meer verwezen naar de cumulatie van functies (de al dan niet belastbaarheid van bepaalde voordelen, de onduidelijkheden m.b.t. specifieke inkomsten).

Het meest interessante aan de werkzaamheden van deze studiegroepen was ongetwijfeld de poging om de totale kostprijs van het levensbeschouwelijke pluralisme in kaart te brengen. Deze documenten verdwenen in de onderste lade.

Hierboven kon u een opiniestuk lezen. Zelf schrijven kan natuurlijk ook. Stuur uw opiniestuk naar: redactie@kneistikrant.be

Wat is een opiniestuk?

  • Weerspiegelt de mening van de auteur
  • Subjectief
  • Al dan niet gebaseerd op feiten
  • Vrijheid van meningsuiting (verregaand beschermd, uitzondering: laster en eerroof)
  • Maatschappelijk debat aanzwengelen / sturen

6 REACTIES

  1. Zou Plato wel een vrijzinnige zijn? Misschien toch ook eens een filosoof vinden die al het positieve onderlijnt van wat de katholieken gepresteerd hebben vanaf de geboorte van een kind tot het overlijden van onze medemens.

  2. Bij de Katholieke kerk is er een vergevorderde secularisatie bezig wat op zichzelf niet slecht is. Kerk en staat moeten strikt gescheiden zijn. Vroeger moest je naar katholieke scholen geweest zijn om een bepaalde job te kunnen in de wacht slepen en nog liefst een partijkaart hebben (CVP) ook maar gelukkig is die oneerlijke tijd (grotendeels) voorbij. Voor Christus was trouwens ook iedereen gelijk staat in het evangelie. In vele landen moeten de gelovigen zelf ophoesten voor het vernieuwen, onderhouden of bouwen van een kerk of gebedshuis. Bij ons zijn sommige kerken echte juweeltjes waar buiten of tijdens de erediensten ook concerten en ander culturele activiteiten worden gehouden. Hier is het bijna onmogelijk om de pratikerende gelovigen voor alles te laten opdraaien. Ik vind wel dat die secularisatie er voor ALLE godsdienstige strekkingen zouden moeten zijn maar dat is zeker NIET zo. Ik zal maar geen naam van een bepaald geloof waar kerk en staat nog steeds niet gescheiden zijn noemen want dan ben ik weer eens (zoals zovelen) een persoon met racistische inslag.

  3. Kan “voor wie de mens belangrijk is” deels begrijpen, het aangebrachte van columnist Plato heeft een volledige ‘negatieve klank’ nopens de Rooms Katholieke Kerk.
    “Een vrijzinnige” ?? daar heb ik nog m’n twijfels over, dat belet niet dat ook een R.K. ingestelde z’n eigen mening mag aanbrengen over de financiële aspecten van de R.K. instellingen betaald door de belastingbetaler.
    Wel Plato gaat nogal vlug over sommige gebeurtenissen zoals het seksuele misbruik door katholieke geestelijken, die opzettelijk door atheïsten en anderen geweldig werd uitvergroot met catastrofale gevolgen voor het kerkbezoek, ook velen hebben er zich daardoor laten ontkerkelijkt .
    Zelf ben ik een christen en leef er naar, maar geen katholiek, bedoel daar mee geen kerkganger te zijn, zo zijn er nog veel(denk ik toch), dat kan je zien bij een sterfgeval, doopsel of eerste communie en dergelijke kerkelijke diensten…
    Ook brengt de ontkerkelijking de Westerse samenleving, die is gebouwd/ontstaan op Christelijke beschaving een negatieve kentering mee…
    Een godsdienst vreemd aan onze manier van leven krijgt alle maar mogelijke steun door de overheid, een godsdienst(islam) die openlijk vijandig tegenover onze bevolking, manier van leven en tradities staat, z’n religie zelfs gewelddadig(aanslagen/moorden) probeert op te leggen, de ‘vrouw’ terug in een ondergeschikte rol te duwen met zelfs besnijdenis toe te passen, een misdaad die ook nog altijd in onze streken wordt gepleegd…
    Kan nu het verwijt krijgen dat de “Kerk” hier vroeger ook geen eerbare rol ‘speelde’, zo de kleine man hielp onderdrukken voor de heersende adel…maar die onderdrukking zijn door de eigen bevolking zelf op een betere levenswijze veranderd.
    Hopelijk krijgt die vreemde islam hier geen ‘meerderheid’, iets die heel vlug kan gebeuren door de nog altijd misdadige grote geplande ‘invoer’ van vreemden…
    Vrees dan dat eender welke columnist het zwijgen zal worden opgelegd…

    • De pedofilieschandalen, die inderdaad een echte schande waren en nog zijn voor de Kerk, worden door “half-gelovigen” en atheïsten enorm breed uitgesmeerd om hun gelijk te halen en om zeker geen misvieringen meer te “moeten” bijwonen. Dat “ontkerkelijken” speelde zelfs in de kaart van bepaalde zogezegde VIP-personen die er maar al te graag mee naar buiten kwamen in de roddelweekbladen om zichzelf nog eens in het zonnetje te zetten. Ik vrees echter beste Keerlin dat het Christendom, in vergelijking met de godsdienst waar je enorm over uitweidt en waar velen zelfs schrik voor hebben denkende aan de toekomst, inderdaad nog één van de “bravere” godsdiensten is. Vorig jaar was er de televisie- reportage over de “Islam in Europa” waar jonge mannen hun vrouwen of vriendinnen in boerkini het water instuurden terwijl zijzelf op de dijk westerse meisjes aan het nafluiten waren. Als dat geen schijnheiligheid is vraag ik me af wat het dan wel is. Die vrouwen moeten dit maar accepteren alsof het de normaalste zaak van de wereld is, of hoe een godsdienst vrouwen toch onder de duim kan houden. Let wel, vroeger was het bij Christendom ook zo om van bepaalde andere geloven maar niet te spreken. Jammer dat de de Katholieke Kerk niet “eigentijdser” wordt en dat de rol van de vrouw toch eerder beperkt blijft. Bij de Protestantse Kerk mogen gehuwde mannen én vrouwen dominee zijn terwijl bij de anders zo streng uitziende Orthodoxe Kerk de priesters ook mogen huwen en een gezin stichten…

      • De Middeleeuwse praktijken die in de Islam gelden en die héél veel moslims praktiseren kunnen niet genoeg in het openbaar worden gebracht. Steeds weer en weer, tot onze eigen mensen wakker worden.
        Wat door de meeste politieke partijen en de nationale pers in de doofpot wordt gehouden of wordt verbloemd moet steeds weer publiekelijk worden veroordeeld.

  4. Beste Marc, we mogen niet vergeten dat bepaalde partijen die nu in de “Vivaldi coalitie” zitten deze mensen, die nochtans nog steeds hun godsdienst beoefenen zoals in de Middeleeuwen, nodig hebben om aan stemmen te geraken. Het zou ook onbillijk zijn de mensen die de Islam belijden allemaal over dezelfde kam scheren want er zijn er gelukkig veel die zich aan de tijd aangepast hebben en geen salafistische of andere radicale leer meer zonder nadenken aanvaarden. Velen zijn ook aan het werk en scharen zich niet langer achter het profitariaat maar zo’n mensen die trachten te profiteren van alles en nog wat vind je ook bij de autochtone bevolking.

Comments are closed.

- Advertisment -

Lees ook dit

Scoop stopt

De beruchte dancing Scoop – op de hoek van de Koningin Leopoldlaan en de Kongostraat staat over te nemen. De Scoop bestaat...

BC Knokke-Heist en Scouts Albatros: We gaan Guy zo missen

De club neemt met veel verdriet afscheid van Guy Delacourt (19), speler bij de Heren One en Two. “Hij...

Heel wat havenarbeiders in quarantaine

Dat komt omdat momenteel zo'n 10 procent van de havenarbeiders in quarantaine zit. Dat bevestigt Marc Adriansens, voorzitter van de Zeebrugse werkgeverscentrale...

Update corona besmettingen in de Zwinregio

Tussen 14 tot 20 oktober waren er dagelijks gemiddeld 11.201 nieuwe besmettingen met het coronavirus,...

Recente reactie van onze lezers