5.9 C
Knokke-Heist
your alt tag'

Plato: Over het opheffen van anonimiteit en de verantwoordelijkheid van het mediaplatform

Onze krant is een platform waar snel en concreet worden gediscussieerd over en naar aanleiding van het nieuws. Dit doen we ook via opiniestukken zoals deze. Elk onderwerp is goed, als er maar een connectie is met het nieuws, en als het maar voor een breder publiek interessant is. Onze redactie beschikt over de naam en de contactgegevens van de schrijver. Ook uw opinie is welkom. Stuur ze naar: Redactie@kneistikrant.be Ben je het eens of oneens met de schrijver hier boven? Reageer dus gerust hier onder.

Vroeger kreeg je berichtgeving voorgeschoteld via de krant, het tijdschrift, de radio of de televisie. De krant behoorde wel tot de een of de andere strekking. Van bepaalde tijdschriften wist je wie de pen hanteerde. De radio en televisie was in handen van de overheid. Subtiele evenwichten stuurden het geheel.

De -ismen zijn ondertussen zo goed als verdwenen. De komst van de lokale radio, de doorbraak van commerciële televisiezenders (eigendom van mediabedrijven) en de internetrevolutie veranderden dit alles razendsnel.

Sociale media zijn geliefkoosde kanalen om zeer snel (al dan niet interessante en/of correcte) informatie te verspreiden. Sociale media hebben ook een taalrevolutie meegebracht: neologismen, nieuwe schrijfregels en informalisering van de taal. Voor taalleerkrachten een hele klus om de “afko’s” en de chattaal bij hun leerlingen te vertalen naar officieel Nederlands en al te vergaande taalverwording te counteren.

Soms is de snelheid positief te beoordelen, vaak is het oppassen geblazen. Sociale media zijn voor sommigen echter de enige bron van nieuws. Deze zijn ideaal om filterbubbels op de gebruiker los te laten. Algoritmen bevredigen snel de weinig kritische gebruiker. Desinformatie, nepberichtgeving en complotliefhebbersvoeding zijn eveneens courante praktijk. Spannende, schokkende berichten, sociaal exhibitionisme en roddel doen het goed. Verschraling wordt gesmaakt. Over de zogeheten bv’s die zich rijk influencen via sociale media en hun adepten kan heel wat geschreven worden.

Borderline

Sociale media, internetberichtgeving, nieuwssites hebben ook de mogelijkheid gecreëerd om in debat te gaan met anderen. De anonimiteit zorgde echter ook voor het lukraak ventileren van ideeën, al dan niet overgoten met een flinke saus hufterigheid. 

Dit brengt ons bij het probleem van het delicate evenwicht tussen de vrijheid van meningsuiting en het recht op bescherming van bv. de eer en goede naam of eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer. Sarcasme kan al eens door de beugel, striemende, giftige of ongefundeerde opmerkingen met intimiderend karakter kunnen, binnen een bepaalde context, dan weer als ongepast worden geclassificeerd.

Om het toch nog positief te zijn: deze berichten zijn een geliefkoosd onderzoeksterrein van taalkundigen, sociologen en (forensisch) psychologen en psychiaters.

Gevaarlijke online challenges, verborgen politieke socialisatie, haatdragende boodschappen vertellen veel en confronteren ons met de vraag waarom het soms allemaal zo onvriendelijk is geworden. Hebben mensen hun emoties niet meer onder controle of zijn sociale media gewoonweg de uitgelezen plek om eens uit de bol te gaan? Zijn het de media die verantwoordelijk zijn voor deze verhuftering? Was het vroeger anders?

Een enige tijd geleden in Denemarken uitgevoerd onderzoek laat toe te veronderstellen dat mensen zich inderdaad op deze media vaak van hun “slechtste” kant laten zien, maar dat het niet zo is dat sociale media en internet meer vijandigheid hebben gecreëerd.

Anders gesteld: wie zich online vijandig uit, is in het gewone leven ook al geen doetje. Het geheel is ook meer dan de som van de delen.

De onderzoekers ondergraven ook de stelling dat de anonimiteit het gal spuwen doet toenemen.

Dit neemt niet weg dat selectief taalgebruik, haat- en scheldpartijen vaak de overhand hebben. De Nederlandse forensisch psychologe Corine de Ruiter stelt vast dat mensen in het Westen vaak hun emoties niet meer onder controle hebben en dit via de sociale media ventileren.

Zij heeft het over “borderline landen”. Het gaat over landen waar mensen zich niet gehoord, onveilig en kwetsbaar voelen.  Velen zijn reageren snel, onvoorspelbaar en heftig op de soms disfunctionerende overheid en op anderen die dan gezien worden als de bron van de ellende. Dit kan gaan van ongepast taalgebruik, digitaal onkruid verspreiden tot cyberpesten. Sociale media vervullen dan de rol van megafoon.

De malaise, het ongenoegen zit diep. De Nederlandse auteur Shoo had het enkele decennia geleden reeds over “verwarde naties”.

If we don’t believe in freedom of expression for people we despise, we don’t believe in it at all. (Noam Chomsky)

Over het opheffen van anonimiteit en de verantwoordelijkheid van het mediaplatform is heel wat discussie.

Algemeen wordt aangenomen dat enige behoedzaamheid aan de dag moet worden gelegd wanneer men weet dat bij ongeverifieerde publicatie over bepaalde onderwerpen discutabele of heftige reacties kunnen komen.

Anonimiteit opheffen is een andere zaak, met voor- en nadelen. Het kan leiden tot zelfcensuur of een probleem opleveren omdat iemands naam en toenaam dan bekend is. Het debat, de disputatie wordt dan gedempt. Bij voorbaat filteren op trefwoorden is ook problematisch: elk woord moet binnen de context worden gezien.

De anonimiteit van het internet heeft echter ook voordelen. Dit is het geval voor klokkenluiders en journalisten. Sociale media laten dan toe de regie van een bericht in handen te nemen. Een klassiek kanaal om anoniem mistoestanden mede te delen is bv. Publeaks. De Publeaks website werd speciaal ontwikkeld voor klokkenluiders die misstanden in de maatschappij aan de pers willen melden. Journalisten zetten het onderzoek in gang terwijl de klokkenluider “verborgen” blijft.

Grenzen?

John Stuart Mill heeft op heldere wijze het belang en de grenzen van de vrije meningsuiting vastgelegd. Elke mening dient aan bod te kunnen komen. Het is immers onmogelijk, op voorhand, te weten of een mening onwaar is. Komt erbij dat het best mogelijk is dat in elke mening een stukje waarheid dan wel onwaarheid schuil kan gaan.

Uit de confrontatie van de standpunten komt wellicht dan toch de waarheid boven. Een de facto onderwerping aan “waarheden” – zonder confrontatie met andere meningen – leidt uiteindelijk tot een vervlakking, een unidemensionaliteit, tot het fnuiken van elke intellectuele zoektocht en in fine tot een “uitholling” van de kracht van elke mening.

Een standpunt, zonder invraagstelling ervan, zonder betwisting, zonder discussie, is geen standpunt meer. Ieder heeft recht op (verkeerde) meningen…in zover hij bereid is deze te confronteren met de mening van anderen.

Mill erkende ook dat er grenzen zijn aan het expressierecht. Bekend is zijn “pakhuisvoorbeeld”: als iemand, een woedende menigte voor de deuren van een graanpakhuis aanspoort dit te plunderen, kan men deze terecht bij de kraag grijpen. Mill wist echter het “schadebeginsel” te focussen op het “handelen” van de mensen en wist de “overtuiging”, “de meningsuiting”, uit het toepassingsgebied te sluiten.

Een praktische handleiding

Marcel Maussen en Meindert Fennema, hebben afspraken m.b.t. tot het voeren van een debat op papier gezet. Zij onderscheiden enerzijds toegangsregels en anderzijds deliberatieregels. Deze zijn telkens drieërlei.

Wat de toegang betreft: niet aanzetten tot geweld, niet oproepen tot uitsluiting van burgers van het publieke debat en de publieke besluitvorming, en het erkennen van de tegenstander als mens. Het debat zelf moet de reflectie op het eigen standpunt stimuleren, moet overtuiging boven dwang en uitsluiting weten te stellen en moet ten slotte ruimte geven aan de ervaringen.

Aan de uitgever, de sitemanager dus de moeilijke taak om twee grondrechten in evenwicht te houden: het recht op vrijheid van meningsuiting en bv. het recht om niet ten onrechte in zijn goede naam aangetast te worden.

Bronnenverificatie en moderatieplicht door de uitgever en /of sitemanager zijn dus zeker verdedigbaar. Het correct gevoerde debat mag echter niet in quarantaine worden geplaatst. Anders gesteld: een ware democratie kan niet zonder de contramine, zonder afwijkende standpunten.

Eén reactie op “Plato: Over het opheffen van anonimiteit en de verantwoordelijkheid van het mediaplatform”

  1. Zeedijk-Knokke avatar
    Zeedijk-Knokke

    Er zijn nog zekerheden in het leven, de redacteur van de Kneistikrant die wekelijks de reacties wist op het opiniestuk van Plato …

    P.S. En nu afwachten of die vent met z’n cryptomunten ook nog eens meermaals dagelijks zijn bedrog probeert te slijten. Mensen trap er niet in, is puur bedrog!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Like & deel onze nieuwsberichten

Geniet elke dag van onze gratis krant en blijf op de hoogte van de laatste nieuwtjes. We waarderen het als je onze berichten op sociale media leuk vindt en deelt, dit helpt ons om onze inhoud nog verder te verspreiden. Dank je wel voor je steun en we hopen je regelmatig terug te zien!

logo kneistikrant

Ook dit moet je even lezen