dinsdag, september 22, 2020
Home Onze Columnisten Plato: Zwarte Piet in het oog van de storm

Plato: Zwarte Piet in het oog van de storm

Door Kneistikrant-Columnist: Plato (De auteur is Dr. ethicus en rechtsfilosoof) – Echte naam en adres bekend bij de redactie.

Webwinkel Amazon wil alle producten met afbeeldingen van Zwarte Piet uit zijn assortiment nemen. Amazon volgt een initiatief van bol.com. Deze besliste om vanaf september producten met referentie naar Zwarte Piet te weren. 

Amazon verwijst naar zijn gedragscode, die stelt dat het geen producten toestaat die haat, geweld, raciale, seksuele of religieuze onverdraagzaamheid promoten, aanzetten of verheerlijken, of organisaties met dergelijke opvattingen promoten. Bol.com ziet er een bewijs in van een voortschrijdend inzicht en voert de neutrale term Piet in. Roetpieten kunnen nog wel. Bol.com is immers de winkel van ons allemaal.

Ook chocolatiers ontsnappen er niet aan. Facebook stelde geen foto’s van traditionele Zwarte Pieten meer toe te laten. Pech voor Zwarte Pieten gemaakt van chocolade. Dat mocht de een Sint-Niklase chocolatier ervaren. Die  kreeg bericht dat zijn foto’s met chocolade Zwarte Pieten werden gebannen omdat ze een haatdragend karakter zouden hebben. 

Oud zeer

De discussie omtrent Zwarte Piet is niet nieuw. In het verschenen boek (2017): De identiteitscrisis van Zwarte Piet brengen de auteurs Euwijk en Rensen de historische, culturele en sociale achtergrond van Zwarte Piet in kaart en nuanceren een en ander.

De eerste klachten die zij hebben gevonden, dateren uit 1927. De eigenlijke kritiek op Zwarte Piet, in de media verscheen, in 1930 in het zogenaamde Neger-nummer van het Nederlandse blad De Groene Amsterdammer. Het verhaal wil ook dat toen in december 1944 door het Amerikaanse leger een jeep werd uitgeleend voor rit van Sint-Niklaas en Piet door Nederlands Limburg, de zwarte Amerikaanse soldaten heftig reageerde: maakte men de bevrijder belachelijk? In Nederlands-Indië, lag het sinterklaasfeest soms gevoelig. In 1952 was er de discussie over deze vernederende voorstelling waaruit men wel eens afleiden kon dat gekleurden lager in rang zijn dan blanken.

Dit zorgde ervoor dat men verklaren moest dat de figuur van de knecht Zwarte Piet, een onschuldige grap is. En de Nederlanders moest men uitleggen, dat er goedbedoelde, onschuldig ogende grapjes zijn, die anderen niet echt smaken kunnen.

In een latere periode ontstond een andere kritiek op Zwarte Piet en Sinterklaas. Voor de enen een door de katholieke kerk gerecupereerd feest, voor de anderen een kindonvriendelijk gebeuren: een beangstigende Zwarte Piet werd onpedagogisch gevonden.

Polemiek

Sinds enkele jaren neemt de polemiek toe en dit alles leidt soms tot vrij bitsige discussies en acties. Eind oktober 2014 diende zelfs UNIA, het Interfederaal Gelijkekansencentrum, zich in de discussie te mengen. Het centrum onderzocht of er bij dat personage sprake is van racisme, en wat onze samenleving er in de toekomst mee moest doen. Het centrum noteerde dat in Vlaanderen het sinterklaasfeest gekend is als zogenaamd immaterieel cultureel erfgoed en het legde de verantwoordelijkheid voor de perceptie bij kinderen van Zwarte Piet en Sinterklaas bij zij die deze figuren vormgeven.  Het Centrum – dat zich niet inlaat met de herkomst van de figuren en de erin vervatte symboliek – stelt vast dat Zwarte Piet onder vele gedaantes opereert: de niet al te snuggere goedlachse figuur, de bestraffende figuur of de goede knecht die geschenken uitdeelt.

UNIA besloot dat er in de figuur van Sinterklaas en (een al dan niet stereotype) Zwarte Piet geen sprake is van een strafbare vorm van racisme of een wettelijk verboden vorm van raciale discriminatie. Wel riep UNIA op om de figuur van Zwarte Piet in elk geval anders voor te stellen dan een domme, ondergeschikte of gevaarlijke zwarte man – waardoor al dan niet gewild stereotypen over zwarte personen in stand worden gehouden.

En in Nederland mengde zelfs een VN-gezant zich in de discussie.  Tijdens haar bezoek aan Nederland vond zij dat de Overheid meer verantwoordelijkheid moest nemen in de discussie over het uiterlijk van Piet, vooral omdat het gaat om evenementen die worden gesubsidieerd. Niet alle gemeenten zijn van plan subsidie te schrappen of eisen te stellen.

Elk jaar de roep om aandacht

Zo herhaalde vorig jaar een actiegroep Dekoloniseer Halle, n.a.v. de intocht van Sinterklaas, de vraag om alle Zwarte Pieten definitief te vervangen door roetpieten. Het is tijd om het voorbijgestreefd model van de helper van Sinterklaas los te laten en aan te haken bij de nieuwe visie op Piet aldus Dekoloniseer Halle. Het einde van Zwarte Piet er gekomen is omdat die zwart geschminkte clown een racistische karikatuur is die mensen van kleur belachelijk maakt.

In Vlaanderen werd een heus Pietenpact in het leven geroepen. Het Pietenpact een Sinterklaasfeest zonder raciale stereotyperingen is een initiatief van de vzw Huis deBuren, een vereniging die zich inzet voor de cultuur van de Lage Landen. De ondertekenaars kan u zelf opzoeken.  De reacties bleven niet uit. Voor de enen een afbraak van een oude traditie, voor de anderen (waaronder het Minderhedenforum) ging het nog niet ver genoeg: niet alleen het raciale aspect is een probleem. De duidelijke machtsverhouding tussen de blanke Sinterklaas en zijn gekleurde knechten past niet meer in onze hedendaagse samenleving.

Het activisme is succesvol. Zo heeft in Nederland bv. de Nederlandse publieke omroep, NTR, beslist bij de nationale Sinterklaasintocht enkel nog roetveegpieten in te zetten. Sylvana Simons (partij Bij1, een jonge partij die staat voor een Nederlandse samenleving met gelijke rechten en gelijke kansen voor iedereen was hier zeer blij mee. Dit maakt deel uit van een strijd om Nederland te dekoloniseren De figuur zwarte Piet is een voorbeeld van de Nederlandse verhouding met haar koloniale geschiedenis. Op onze scholen, in musea, in de openbare ruimte en in ons taalgebruik zijn nog grote stappen te zetten.

Zijn de acties in Vlaanderen eerder gematigd, dan gaat het er in Nederland vaak ruwer aan toe. Voor sommige activisten gaat het immers niet snel en niet ver genoeg.  De bekende activistengroep Grauwe Eeuw had het enige tijd geleden, n.a.v. een Sinterklaasintocht, over een racistische intocht die men moest stoppen. Een kinderfestival, waarbij kinderen als cowboy of indiaan verkleed konden komen, diende verboden te worden omdat een cowboys- en indianenfeest hetzelfde is als nazi’s en Jodenfeest, zo werd gesteld. De actiegroep zou ook betrokken zijn bij een boycotactie in de pittoreske Delfshaven. Daar organiseert men al jaren Ketels aan de Kade, een evenement voor jong en oud, waar het gezamenlijke Rotterdamse verleden tot leven komt. Materiaal en materieel werden besmeurd en er werden leuzen aangebracht verwijzende naar het slavernijverleden. Ook een gedenkteken moest eraan geloven omdat men dacht dat het om Piet Hein (Nederlands luitenant-admiraal en West-Indische Compagnie-commandant) ging. Verkeerd gedacht bleek later.

Bij commentatoren warendiverse reacties te lezen horen. Voormelde acties werden een al eens onzalig, onnodig polariserend en problematisch geheten: de ultieme karikatuur van politieke correctheid, uitgerekend op de kap van een onschuldige kinderfantasie.

Moeizame verwerking van het verleden

Niet enkel bij ons worden straatnamen geweerd, gewijzigd of standbeelden weggehaald (denk aan Leopold II), ook in Nederland is dezelfde tendens te merken. 

Zo veranderde de Amsterdamse J.P. Coenschool zijn naam wegens het koloniale verleden van Coen. De school definieert zich als buurtschool, met vele nationaliteiten en culturen. De naam J.P. Coenschool past niet langer daar voelen wij ons niet meer senang bij, aldus de directrice van de onderwijsinstelling. Jur van Goor, historicus, die een biografie over Coen, Gouverneur-generaal van de Verenigde Oost Indische Compagnie (VOC) schreef, ziet het allemaal genuanceerde. Coen is kind van zijn tijd.

Bepaalde politici en academici verwijzen naar een geïmporteerde trend tot overgevoeligheid als oorzaak voor het weghalen van een straatnaambord of hebben het over een politiek correcte beeldenstorm zonder eind tegen onze geschiedenis en onze cultuur.

De roep om rechtzettingen gaan soms zeer ver. Als voorbeeld kan men verwijzen naar de stijlgids van het (Nederlandse) Tropenmuseum. An sich een interessant document en debat waarin de vraag gesteld wordt hoe wij, in een gewijzigde context, met taal omgaan/dienen om te gaan. De vraag wordt hier gesteld of bepaalde woorden nog van deze tijd zijn.

Meer dan een maatschappelijk debat wordt hier echter verkend of het geen tijd wordt om in te grijpen in de taal.  Dit ingrijpen maakt dan deel uit van de strijd tegen discriminatie en kan eveneens bijdragen tot het herschrijven van de geschiedenis zodat onrecht wordt rechtgezet. Voor het museum gaat het dan in concreto over terminologie, collectieregistratie en museumteksten.  Dit resulteerde in een taalgids: Woorden doen ertoe: een incomplete gids voor woordkeuze binnen de culturele sector. Het museum kiest voor wit, omdat blank voortkomt uit achterhaalde rassentheorieën: Wij gebruiken dat woord, omdat blank de bijklank heeft van ‘puur’, ‘onbevlekt’, in tegenstelling tot zwart. Ik snap dat er witte mensen zijn die dat niet zo gebruiken, maar woorden leven ook buiten ons. In concreto komt het erop neer dat men in de catalogus van de musea de gewraakte termen zichtbaar blijven, alleen worden er soms andere woorden gebruikt om de objecten of afbeeldingen te beschrijven in begeleidende teksten. Er wordt niks weggenomen, alleen iets toegevoegd.

Critici betogen dan weer dat het hier om het fnuiken van de taal en om de dekolonisatie van het museum gaat. Het komt een museum niet toe de geschiedenis te herschrijven. Beter is het dit verleden diepgaand te onderzoeken en de resultaten van dit onderzoek onverbloemd weer te geven en te contextualiseren.

Diversiteit aan opvattingen en overtuigingen creëert diversiteit aan gevoeligheden

Voor filosofen, psychiaters en academici voer voor onderzoek. De Franse filosoof en auteur Alain Finkielkraut ziet als één van de oorzaken oikofobie: men komt ongenuanceerd op voor de andere om van zichzelf te kunnen houden. De nederlandse politicus Thierry Baudet, die eveneens dit verklaringsmodel overneemt van de Engelse psychiater Scruton, heeft het over zelfhaat, over een angst voor het eigene. Men verwerpt zijn verleden, dweept met multiculturalisme en relativisme.

Finkielkraut ziet  ook het verdwijnen van het respect, een houding die ons ervan weerhouden zal, ons onmiddellijk op de voorgrond te plaatsen, ons idee als onwrikbaar aan te brengen en ons luisterbereidheid en zelfonderzoek oplegt, als een van de oorzaken. Terughoudendheid en kennis van zaken zijn anachronismen geworden.

De postmodernistische samenleving eist de erkenning van allen en alles door iedereen op. Door dit te doen hoopt zij het probleem van de intersubjectiviteit op te lossen. Het resultaat is het strelen van het ego en het tegemoetkomen aan elke wens, aan elke vraag, aan elke revendicatie, hoe onbetekenend het onderliggende probleem ook moge zijn. Elke discussie focust op de nood om respect en begrip te hebben voor alles en nog wat.

Kennis van het verleden

Historici ergeren zich aan de manier waarop men naar het verleden kijkt en aangepaste geschiedschrijving niet schuwt. Niet gespeend van de nodige feitenkennis, stort men zich in pamflettistische beuzelarij. Wijsheid achteraf en moraliseren met hedendaagse normen, lijkt het nieuwe gebod.

Kennis en kritische benadering van het verleden is echter nuttig en noodzakelijk: de roep om erkenning is in bepaalde gevallen terecht. België, een van de koplopers inzake wereldtentoonstellingen schuwde het niet specifieke Congolese taferelen neer te zetten. Tot 1935 waren de uitgebeelde scenes op deze tentoonstellingen, naar hedendaagse normen, duidelijk paternalistisch getint. Bezoekers werden er geconfronteerd met een zeer neerbuigende voorstelling van de Congolees. In 1958 nog kon men kennismaken met een Congolees paviljoen met de klassieke hutten, een meer en wat prauwen en natuurlijk inboorlingen. Het door blanke kinderen gooien van bananen zorgde voor een rel.

Makkelijk is het niet steeds: verwezen kan worden naar de discussie over het (vernieuwde) Afrikamuseum in Tervuren dat verweten wordt wel een ietsje beter dan vroeger te zijn maar nog steeds te terughoudend over de ware aard van het kolonialisme te zijn en de ellende, de misbruiken en de uitbuiting (waaraan niemand twijfelt) niet genoeg te accentueren.

Over Zwarte Piet en Sinterklaas hebben we het later nog wel eens.

Een column is een artikel waarin de schrijver zijn mening geeft over een onderwerp. Soms is de tekst humoristisch, soms provocerend, maar het is altijd de persoonlijke kijk op de wereld van de columnist. Een columnist geeft een beschrijving van een gebeurtenis en maakt daarbij zijn eigen mening duidelijk. Een column moet een emotie bij de lezer losmaken, de lezer moet erom kunnen lachen, het stemt hem tot nadenken of maakt hem boos.  Een opiniestukje of een column nemen we graag op in onze krant. Stuur ze naar: redactie@redactie.be

- Advertisment -

Lees ook dit

Red je tuin & de planeet, laat de blaadjes liggen

We hebben net de warmste maar ook de droogste zomer achter de rug. De herfst is begonnen en de blaadjes vallen al...

Stadsgenoot Jozef Monballyu gaat met Ontex 80 miljoen mondmaskers produceren

Ontex is een internationale speler in het produceren van hygiëne-artikelen zoals luiers en maandverband, maar nu biedt het ook chirurgische mondmaskers aan....

Jeugdverblijfcentra trekken aan de alarmbel

De zomer viel -ondanks de coronacrisis- dan wel nog mee, het najaar ziet er niet goed uit. Jeugdverblijfcentra dreigen over de kop...

Veerkracht in de verf bij Stad Damme

Het leven zoals we dat kennen, wordt dit jaar serieus op zijn kop gezet door het coronavirus. Voor veel mensen gaat dit...

Recente reactie van onze lezers