13 C
Knokke-Heist
zaterdag, september 18, 2021
spot_img

“Toeristen of varkens, het blijft hard werken”

Patrick Proot en Marijke D’Hondt: We hebben enorm veel troeven

In de polders geprangd tussen Knokke, Heist, Westkapelle en Brugge, op nog geen 4 km van de zee, baten Patrick en Marijke Proot een gemengd akkerbouwbedrijf uit. Gemengd, doordat ze zowat vijftien jaar geleden – wegens problemen om uit te breiden met hun varkens – resoluut gekozen hebben voor toerisme als tweede tak. “We zouden de mensen die onze vergunning weigerden nog eens een boeket bloemen moeten brengen”, vertelde Patrick. Dat wijst erop dat ze tevreden zijn over hun keuze. “Toeristen of varkens, het blijft hard werken, maar we hebben wel vooraf zicht op ons inkomen!”

“We hebben hier ongelooflijk veel troeven”, steekt Patrick van wal, “hier vlak bij het For Freedommuseum, het Zwin, Sluis, Brugge, Damme, de tiendenschuur van Ter Doest … En vanop ons erf kan je aan de noordelijke horizon de kustlijn zien. Heel wat van onze gasten zijn verwonderd hoe rustig het hier is, op onze met honderd knotwilgen omgeven hoeve. Een zee van rust vlakbij de kust.” Ramskapelle (niet te verwarren met het gelijknamige dorp bij Nieuwpoort) is volgens Patrick ook het culinaire mekka van Knokke-Heist. Hij somt enkele namen op: “De kruier, ’t Kantientje, de Côte Belge, grillrestaurant De terp met rundvlees van hun eigen hoeve … en we mogen ook ons dorpscafé Burgerwelzijn niet vergeten. De Sint-Vincentiuskerk is in trek voor huwelijken en dopen, en wordt ook gebruikt voor concerten.”

Kiezen voor toerisme

Patrick begon nochtans op de gewone manier. In 1986 nam hij samen met zijn echtgenote Marijke het ouderlijk bedrijf over. Dat telde toen 90 zeugen en een 30-tal ha akkerbouw. “We hebben dat uitgebreid tot 50 ha en hadden nog uitbreidingsplannen voor een gesloten varkensbedrijf, maar die plannen werden afgekeurd. We lagen op minder dan 100 meter van de dorpskern en in de Noordzeezone, dus te dicht bij de kust.” Patrick bleef niet bij de pakken zitten en volgde een opleiding ‘kleinschalige logiesverstrekking op het platteland’ bij Syntra West in Ieper. “Die duurde een jaar en ik maakte ook een eindwerk. Ondertussen werd in 2004 na grondig wikken en wegen de varkensstapel afgebouwd en zijn we gestart met de aanvraag om een van onze stallen te kunnen verbouwen. Dat proces heeft twee jaar geduurd, omdat het een functiewijziging inhield van landbouw naar hoevetoerisme. Soms waren er absurditeiten. Een landelijke dakkapel moest bijvoorbeeld vervangen worden door een velux, die geweerd wordt in landelijke gebieden. We kregen wel alle medewerking van de gemeente Knokke-Heist. Uiteindelijk zijn we in 2007 gestart met vier verblijven voor vijfpersonen.” Het werd een bed and breakfastformule. In 2017 werden er twee tweepersoonskamers bijgebouwd op de plaats van een oud gebouwtje. En om beter te kunnen omgaan met de coronamaatregelen kwam er enkele weken geleden een extra veranda, waarin het ontbijt wordt geserveerd.

“Die opleiding zou ik iedereen aanraden. We kregen er onder meer een notie van marktonderzoek en leerden hoe we een SWOT-analyse moeten maken. Het is ook mede met de steun van een van de lesgevers dat we uiteindelijk aan onze vergunning voor hoevetoerisme geraakt zijn.”

Akkerbouw

Patrick teelt aardappelen, suikerbieten, wintertarwe, korrelmais en graszaad en heeft ook nog wat weiden. Daarop hield hij een vijftigtal dikbillen, maar die tak is hij aan het afbouwen. “Je hebt evenveel werk aan twintig dikbillen als aan vijftig.” In plaats daarvan laat hij de weiden maaien en wint hij hooi voor de paarden in de buurt.

Boeren in de polder vergt een specifieke aanpak. “Het voordeel van de bodem is het waterhoudend vermogen, wat een pluspunt is in droge zomers. In de polders is een droog jaar doorgaans een goed jaar. ‘Een grasjaar is een kafjaar’, zegt men hier (nat jaar). Het graan is dan kleiner en minder goed van kwaliteit. Maar een nadeel van poldergrond is dat de bodem snel onberijdbaar wordt, wat in het najaar problemen kan opleveren bij het rooien van aardappelen en bieten. Ploegen doen we in het najaar en in het voorjaar moet de grond voldoende droog zijn, vooraleer we die kunnen bewerken. En we moeten telkens hopen dat het in de winter voldoende vriest, opdat de grond zou openvallen.”

De bedrijfszetel is fysiek opgedeeld in een helft voor de gasten en een helft voor de landbouw. “De rechtse helft is de pure landbouwkant. Daar moet ik telkens afwachten wat het weer gaat doen en hoe de markten evolueren om uiteindelijk te weten wat ik heb verdiend. Voor de linkerhelft bereken ik zelf mijn prijs, weet ik hoeveel ik kan verdienen bij een redelijke bezetting en krijg ik daarbovenop positieve reacties van tevreden klanten. Het valt me ook op dat de mensen er geen benul van hebben hoe sterk een landbouwer afhankelijk is van het weer.”

Imago

Patrick en Marijke ervaren uit de dagelijkse gesprekken met hun gasten dat de doorsneemens nog weinig weet van landbouw. “De band met de landbouw is weg, ook al waren bij velen hun grootouders of soms zelfs hun ouders nog boeren. Ik maakte zo ooit mee dat iemand over sla sprak, terwijl hij bij een perceel suikerbieten in het 6 tot 8-bladstadium stond.” De verdiensten zijn voorspelbaarder, maar die komen – net als in de landbouw – niet vanzelf. “Je moet het goed doen. We houden geregeld tevredenheidsenquêtes, en je moet je gasten goed verzorgen, zodat ze achteraf een review schrijven. Toekomstige nieuwe gasten lezen graag reviews, alhoewel een goeie mond-tot-mondreclame nog altijd het beste is. We doen dat met plezier en enthousiasme, want ons uitgangspunt is dat het aangenaam moet zijn voor onze gasten.”

Door: Patrick Dieleman – Boerenbond

Lees ook deze artikels

- Advertisement -

Kneistikrant gebruikt cookies. Als je verder kijkt aanvaard je dus ook onze cookies!