8.6 C
Knokke-Heist
zaterdag, januari 29, 2022

Plato: Wat de luchtfotografie vanuit een Amerikaans verkenningsvliegtuig aan het licht bracht en brengt

Augustus 1945.

Een Amerikaans legervliegtuig, een tot verkenningsvliegtuig omgebouwde B-17 Flying Fortress bommenwerper, overvliegt onze kust en neemt haarscherpe foto’s van de kuststrook en dit van Nederlandse grens tot de Franse grens. De strijd is gestreden en dat kan nu in alle veiligheid.

Deze operatie krijgt de codenaam: Casey Jones (genoemd naar een Amerikaanse luchtvaartpionier). Beschikbare bommenwerpers, worden hiervoor uitgerust als verkenningsvliegtuig en krijgen de benodigde camera’s. De 305de Bomb Group krijgt de opdracht om zo veel mogelijk gedetailleerde foto’s te maken. In de periode juli tot december 1945, is het vliegveld van Brustem bij Sint-Truiden het zenuwknooppunt van deze operatie.

Dat de Amerikaanse luchtmacht foto’s wilde maken was niet toevallig. Vanaf midden 1944 werd er reeds aan gedacht om Europa, IJsland en ook Noord-Afrika in kaart te brengen via luchtfotografie. Tot 1945 was dit, gezien het inzetten van de luchtmacht voor andere belangrijke opdrachten, moeilijk te realiseren.

De toestand nu, eind 1945, vastleggen zou hoe dan ook toch nog wel eens nuttig kunnen zijn. Had men de voorbije jaren immers niet vastgesteld hoe belangrijk dergelijke foto’s waren. Het belang van luchtfotografie kon niet worden genegeerd? En wat met mogelijke conflicten die nog wel eens zouden kunnen voorkomen. Anticipeerde men op eventuele problemen?

Wie het boek doorneemt waant zich in de cockpit van het legervliegtuig

In totaal werden 244 luchtfoto’s, op lage hoogte, door verkenningsvlucht 9AF/0027, gemaakt. Men slaagde er blijkbaar in om geen enkele meter over te slaan: dankzij de gebruikte fotografische techniek kon de gehele kuststrook ononderbroken worden vastgelegd.

Archeologen van de Universiteit van Gent ontdekten dit filmmateriaal in de US National Archives in Maryland. De foto’s waren er veilig opgeborgen. Voor dit boek verkende een andere auteur, Jeroen Cornilly, de kustarchitectuur. Beide verkenningen sluiten probleemloos bij elkaar aan.

Op bepaalde foto’s zal men behalve het visuele ook metadata vinden. Bovenaan de foto’s is informatie te vinden omtrent de vlucht, de Amerikaanse eenheid, de datum, de camera (met focusinformatie), of de foto schuin of in obliek werd genomen en over welke foto op welke rol het juist gaat. Dat de foto’s in obliek worden genomen is zeker interessant. De foto wordt dan immers onder een hoek van 45 graden met het aardoppervlak gemaakt. Hierdoor worden ook de achter- en/of zijkanten van gebouwen en objecten zichtbaar.

Het vakantiegevoel van augustus 1945

De foto’s zijn haarscherp. Er is van alles op te zien: de zee, het strand, de duinen, de badplaatsen en de dorpen in het hinterland. Wie aandachtig kijkt herkent probleemloos bepaalde straten, gebouwen, woningen, parken, duinenrijen en kustgedeelten. Het verzamelde beeldmateriaal doet bijwijlen vreemd aan: zijn die stipjes badgasten die probleemloos zonnen, ziet men echt hier en daar wandelaars die genieten van een dagje zee. Was hier wel oorlog geweest? Kunnen dit strandtenten of cabines zijn?   

Op de blauwe bladzijden helpen de auteurs de lezer/kijker met zo’n 800 herkenningspunten die via de coördinaten op de foto’s teruggevonden kunnen worden. Elke gemeente, elke badplaats wordt uitvoerig belicht. Talrijke foto’s geven ook een beeld van het (toeristische) leven voor de Tweede Wereldoorlog.

Dat de oorlog nog maar net voorbij is, is duidelijk te merken aan de nog aanwezige fortificaties. De beelden tonen de gehavende kustlijn met obstakels die her en der nog aanwezig zijn of waarvan men de aanwezigheid kan raden. Dichtgemetselde ramen en deuren, namaak militaire installaties, gecamoufleerde installaties, gehavende gebouwen, gesloopte gebouwen … het overvloedig aangereikte fotomateriaal geeft een goed beeld van dat wat er te vinden was. Opvallend is een foto met kraampjes op de antitankmuur bij het Sint-Laureinsstrand te Westende. Op de muur zijn, in 1945, alvast de prijzen voor wafels, friet en ijsjes af te lezen.

Knokke en Heist komen in dit boek uitvoerig aan bod. We krijgen, los van het beeldmateriaal uit 1945, wat foto’s die in de tijd teruggaan. Zo zien we het golfterrein met op de achtergrond enkele villa’s (1929), baders op het strand van Knokke (1933) of foto’s van strandgasten (1928). De als dijkbar gecamoufleerde bunker met het logo van de Compagnie Het Zoute (1945) op de zeedijk van Knokke laat een surrealistische indruk na. In Duinbergen herkennen we het Stübenpark (1941), een houten staak met een artilleriegranaat (1942) en te Heist krijgen we nog snel een beeld van het oostelijke deel van de zeedijk met het Grand Hôtel des Bains (1892).

De kust was veel minder bebouwd dan men wellicht denkt

De kuststrook, zo blijkt uit het fotomateriaal, is in 1945 relatief weinig ontwikkeld. De bebouwing is vrij geconcentreerd. De ongerepte ruimte is verbazend te heten. Eenmaal voorbij deze kuststrook en weg van enkele invalswegen is er veel, veel open ruimte.  Hier en daar zien we enkele villa’s, wat woningen en wat lintbebouwing, maar vooral veel duinen en polders.  Waar enkele decennia later appartementsbouw aanwezig is, was in 1945 vaak nog helemaal niets te zien.

Dit is de belangrijkste verdienste van dit boek. Het fotomateriaal confronteert de lezer/kijker met de werkelijkheid zoals deze vastligt in de landschapsfoto’s anno 1945. Een van de samenstellers van het boek Cornilly wijst terecht op de “weidsheid van de kust”. Hij ontkracht ook het gekende verhaal dat bijvoorbeeld vooral villa’s werden neergehaald om flatgebouwen te kunnen bouwen.

Een van de foto’s die het meeste frappeert, is die van een stukje Albertstrand in Knokke. Uit de vele oude beschikbare ansichtkaarten en de verhalen werd/wordt al eens de indruk gewekt dat de zeedijk daar al tijdens het interbellum grotendeels was volgebouwd, maar eigenlijk was meer dan de helft van de ruimte nog leeg in 1945. Dit is trouwens het geval voor geheel Kneistiland.

Veel vakantiegangers en tweede verblijvers konden er trouwens niet zijn. Het vakantiegevoel was tot 1936 het voorrecht van een zeer select publiek. De eerste week betaald verlof kwam er pas na een politiek woelige periode (1932 – 1936) met stakingen voor betere loons- en arbeidsvoorwaarden. Tot 1936 was betaald verlof trouwens slechts in enkele bedrijven de regel. Voor kleinere ondernemingen was het wachten tot 1938. In 1955 kregen werknemers 6 tot 12 dagen verlof (6-dagenweek). In 1980 werd de 24 dagen betaald verlof de regel.

Pas als het gebeurd is, merkt men dat de oude stad verdwenen is, zonder sporen na te laten

De opmerking die Geert Bekaert in 1996 maakte over de gedaanteverwisseling die de kust onderging is meer dan ooit actueel: “Pas als het gebeurd is, merkt men dat de oude stad (hij had het over Oostende) verdwenen is, zonder sporen na te laten.”. De oorspronkelijke architectuur is vaak weg of kon, niet zonder de nodige tegenkanting, slechts op de valreep worden gered. Alles van waarde is immers weerloos. Enkele decennia later is inderdaad te zien is hoe de Vlaamse kust volgestouwd werd met vakantieverblijven (waarvan de kwaliteit en esthetiek vaak voor verbetering vatbaar is) en verworden is tot een ware verdedigingslinie.

Een vlucht over de kust anno 2022 en een vergelijking met het in 1945 verzamelde materiaal zou ons inderdaad doen inzien hoe hier en daar ruimtelijke boulimie en architecturale armoede hebben toegeslagen. Het massatoerisme en de bouwwoede hebben enkele jaren later op beslissende wijze het landschap hertekend. Voor bepaalde zones van de kust is men nu reeds aan een vierde of vijfde generatie bebouwing bezig.  Ruimtelijke planning werd en wordt welwillend aangepast. Niets blijkt zo veranderlijk als de bouwhoogte. Toerisme en tweede verblijfstoerisme werd en wordt, alle woordkramerij en spindoctorpraktijken ten spijt, nog te veel gezien als een zuiver economisch of speculatief gegeven.

Toch zijn er ook hoopvolle tekens: het Rubensplein met zijn sculpturen of de ronde, opvallend gele en frivool ogende reddingspost te Knokke- Heist. Beide tonen aan dat het, indien men wil, ook anders kan.

Elkeen kan wel wat in het boek vinden

Voor de historici zijn er de (restanten) van fortificaties, de bunkers en de Atlantikwall. Voor de architectuurliefhebbers zijn er de beelden met de (nu soms verdwenen) hotels, stijlvolle villa’s of urbanisatieprojecten. Dit laatste is vooral de verdienste van Jeroen Cornilly die gerust een deskundige op dat vlak mag worden geheten.

Het belang van dit werk zit hem zeker in de vaststelling hoe in 1945 de kustzone en het hinterland er rustig bijlagen en hoe amper enkele decennia later alles veranderde. De confrontatie kan niet duidelijker zijn. Zeker de “leegte” van het hinterland en van vele kuststroken in 1945 blijven bij.

De uitgave zelf mag trouwens zeer verzorgd worden geheten: 83 luchtfoto’s in groot formaat afgedrukt, luchtfoto’s die op een dubbele pagina van 38 cm hoogte en 60 cm breedte afgedrukt worden en samen een panorama van ca. 50 meter vormen.

Het boek daagt uit. Bij elke “verkenning” zal men meer en meer ontdekken. Een collectorsitem dus.

Wie de smaak te pakken heeft: Stichelbaut, B., Gheyle, W., Cornilly, J., & de Meyer, M. “De Kust. 4 augustus 1945. De zomer van de vrijheid”. Hardcover op 38×30 cm, 264 blz. Uitgeverij: Tijdsbeeld.

Ook dit moet je even lezen

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in

Hier praat men over