4.2 C
Knokke-Heist
maandag, januari 17, 2022
your alt tag'

Piet Van Haut en de link met Ingrid Caeckaert: het motief

Wat je in de laatste artikels leest van onze uitgeweken stadsgenoot en auteur Piet Baete is een neerslag van jarenlang onderzoek gebaseerd op statement analyse en boerenverstand. Zijn fascinatie voor de zaak begon pas echt toen mijn schoonpa op een blauwe maandag met de Dag Allemaal kwam aandraven en een interview met Ingrids ouders voor mijn neus op tafel legde. Ik had toen net de eerste blogs over de zaak geschreven. Ik was net klaar met mijn opleiding als statement analist. Dus ik begon te lezen, eerder benieuwd dan argwanend. En plots was er dat zinnetje:

Door Piet Baete:

‘Maar ik zou niet weten wie zo’n wrok had tegen onze dochter dat hij dit zou doen. Ingrid had geen vijanden.’

Het kwam uit de mond van moeder Marie-Josephe. 

Negaties (niet, nooit, geen), remember. Altijd interessant, want meestal wijzen ze op gevoeligheid. Marie-Josephe wil hier dat wij weten wat zij niet weet (wie het gedaan heeft) en wat Ingrid niet had (vijanden). 

Nu is het zo: mensen spreken doorgaans niet over wat ze niet weten en wat ze niet hebben, omdat er miljarden dingen zijn die ze niet weten en niet hebben. Een negatie wordt dan ook meestal gebruikt om de aandacht weg te leiden van iets dat gevoelig ligt. Denk aan een dronken man die met dubbele tong in een vol café staat te lallen: “Ik ben niet zat.” Dat, dus. 

Onvermijdelijk stel je als analist nu de vraag: had Ingrid wél vijanden? En weet de moeder wél wie er zo’n wrok had tegen hun dochter? Denk even terug aan hun uitspraak uit deel vijf: “Op een keer zei ze (Ingrid) dat ze iets te weten was gekomen. Maar verder ging ik daar nooit op in. Ik vond niet dat wij ons daarmee te moeien hadden.” Negatie op negatie. 

In Dag Allemaal klinkt dit alsvolgt: 

‘Ze raakte het onderwerp aan, maar zei er verder niets over. En wij vroegen ook niet door, omdat we wisten dat ze er toch niet meer over zou zeggen.’

Drie negaties + de reden waarom zij er als ouders niet op door vroegen: omdat ze wisten dat Ingrid er toch niet meer over zou zeggen. Wil Marie-Josephe ons ervan overtuigen dat ze van niets op de hoogte was, terwijl ze in werkelijkheid wist wat er speelde? Het is een vraag die we ons – op basis van haar woorden – moeten stellen. 

Een laatste detail (dat uiteraard allerminst een detail is), is haar gebruik van het woordje ‘wrok’. Marie-Josephe gebruikt niet ‘haat’ of ‘woede’ of ‘gebroken hart’. Ze zegt ‘wrok’. Haar woorden verraden wat zij denkt (en dit is zowat de kern van statement analyse). Misschien gaat ze ervan uit dat het motief ‘wrok’ was. Misschien wéét ze dat het motief ‘wrok’ was. Maar het belangrijkste van dit allemaal: wat is ‘wrok’ nu exact? Ik citeer u de definitie: ‘een blijvend gevoel van onvrede over geleden of vermeend onrecht.’

Onrecht, jawel. Het ligt perfect in de lijn van de hypothese waar ik nu al in zes blogs een lans voor breek. Dat er dingen waren die niet zo koosjer waren. Misschien gelinkt aan bedrog van Piet Van Haut. Iemand die Ingrid had weten te overtuigen om ook te investeren? Is dat de reden waarom Marie-Josephe in elk interview benadrukt, keer op keer, hoe “correct” Ingrid was? In Dag Allemaal klinkt het: ‘Mensen vertrouwden haar. Ze was door iedereen graag gezien.’ Door ie-de-reen. En wat verder: ‘Ingrid had geen vijanden.’

De mesaanval

Een aantal dingen hadden mijn aandacht getrokken. Ik wilde meer lezen, zoveel als mogelijk, en kreeg een aantal oude interviews te pakken uit diverse magazines. Naarmate ik begon te kauwen op het mogelijke motief (wrok) moest ik terugdenken aan de mesaanval. Ingrid was een paar jaar voor haar dood aangevallen op de parking van hotelschool Spermalie, na een kookles. Ze had een ernstige steekwonde in haar onderrug en verklaarde aan familie en vrienden dat ze op een mes was gaan zitten. 

Een getuige mailde me hierover: “Zo vertelde xxx korte tijd na 16 maart 1991 dat Ingrid op een avond (de juiste datum is me onbekend) nog bij haar kwam aanbellen omdat ze een wonde te verzorgen had. Die situeerde zich ter hoogte van haar onderrug, aan haar staartbeen. Het was een “lelijke” kwetsuur die eigenlijk door een dokter had moeten bekeken worden, maar dat wilde Ingrid niet. Op de vraag van xxx waar ze die wonde had opgelopen, antwoordde Ingrid dat ze haar koksmes in haar auto had gegooid en dat ze er was gaan opzitten.

Tegenover mij trok mevr. xxx die uitleg sterk in twijfel. Ze opperde dat het haar volledig onmogelijk leek je eigen mes in je auto te gooien op de bestuurderszetel, waar het met het lemmet loodrecht omhoog moet blijven steken zijn (het heft zou dus tussen de zitting en de rugsteun vast hebben gezeten) opdat het een dergelijke verwonding zou kunnen veroorzaken.

Ze voegde eraan toe dat geen enkel redelijk mens een mes – ongeacht hoe – op de autostoel smijt waar je als bestuurder plaats moet nemen. Bovendien betrof het hier geen aardappelschiller, maar een attribuut dat gehanteerd wordt in professionele middens. Hoe dan ook: xxx geloofde geen woord van het verhaal van Ingrid, maar discreet als ze was, drong ze niet verder aan op iets anders dan wat Ingrid desbetreffend kwijt wilde.”

Ik analyseerde een van de interviews die de ouders gaven samen met het internationale team van statement analisten onder leiding van Peter Hyatt. Een expert ter zake zei toen: “De kans dat de mesaanval op de parking van de hotelschool kan worden gelinkt aan de dodelijke mesaanval twee jaar later op de trappen voor Ingrids appartementsgebouw is bijzonder groot. Meer dan waarschijnlijk is het dezelfde dader.” We raakten het er over eens dat eerste mesaanval ook meer dan waarschijnlijk een “waarschuwing” was. 

Waarom zweeg ze?

Wetende dat Ingrid twee jaar na de eerste mesaanval om het leven werd gebracht met een mes, doet mij sterk vermoeden dat over het eerste voorval heeft gelogen. Waarom deed ze schimmig over de eerste mesaanval op de parking? Waarom wilde ze haar wonde niet door een dokter laten hechten en waarom verzon ze een lamlendig excuus voor wat er was gebeurd? Want laat ons serieus blijven. Elk normaal voelend mens die in het donker van een parking een messteek in zijn onderrug krijgt, heeft een héél goeie reden nodig om de waarheid niet aan het licht te brengen. En om erover te liegen. 

Wilde ze iets geheim houden dat haar reputatie mogelijk kon schaden? Dacht ze dat ze een scheve situatie alsnog recht kon trekken? Kende ze de dader? Begreep ze zijn ‘wrok’? Stond hij dicht bij haar? 

Ook dit moet je even lezen

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in

Hier praat men over