13 C
Knokke-Heist
zaterdag, september 18, 2021
spot_img

Stadsgenoot en Olympisch begeleider Joachim Schoonacker terug uit Tokyo

Elke Spelen schrijven hun eigen verhaal. Altijd met winnaars en verliezers, maar op meerdere vlakken was Tokio 2020 uniek. Waarom zal de 32e Olympiade voor eeuwig de geschiedenisboeken ingaan?

De Spelen van de pandemie

Iedere podiumfoto – met mondmaskers – zal er ons voorgoed aan herinneren.

Deze Spelen waren de meest bizarre ooit.

Als een sterrengerecht zonder kruiding: het essentiële (de atleten) was er maar het extraatje ontbrak. Geen duizenden dolle fans in de tribunes. Geen festivalsfeer in het atletendorp.

Vele atleten waren gedwongen om hun tijd in Tokio vooral tussen de slaapkamermuren door te brengen. En constant sluimerde het gevaar van een positieve coronatest.

Door straf organisatorisch werk bleven corona-uitbraken overigens beperkt. Van de 57.100 afgenomen tests waren er amper 0,02% positief.

De Spelen van het mentaal welzijn

“Mentale gezondheid gaat boven sport.”

Haar boodschap was krachtig, de timing ongezien. Op 27 juli besliste turnlegende Simon Biles te passen voor de teamfinale, omdat ze kampte met “twisties” – lichaam en geest die plots niet meer communiceren.

Een moment dat voor eeuwig de olympische geschiedenis ingaat. Biles – één van de supervedetten in Tokio – bleek ook gewoon maar een persoon van vlees en bloed. Gebukt onder de enorme druk die op haar schouders rustte.

“Het is jammer dat dit net op de Spelen gebeurt”, zuchtte ze.

Wel, achteraf bleek het net het ideale moment om de kwestie bespreekbaarder te maken.

Vele atleten volgden haar spoor door openlijk over de mentale druk te praten. Onder meer onze olympisch kampioene Nafi Thiam. Bijna allemaal haalden ze de impact van social media aan – vele atleten meden die deze Spelen bewust.

Nog dit: ondanks haar moeilijkheden haalde Biles toch nog zilver en brons. Groots.

De Belgische ploeg is erin geslaagd het succes van de Olympische Spelen van Rio te overtreffen in Tokio. Ook sportjournalist Maarten Vangramberen vindt de balans heel positief. “Maar het zou een mooie ambitie zijn om de komende Spelen telkens in de top 20 af te sluiten.”

We sluiten af met 7 medailles, dat is even veel als op de Spelen van Londen 1948. Toen waren er inderdaad minder medailles, maar toen was sport ook vooral voor de elite weggelegd en was het veel minder mondiaal.

We mogen dus spreken van een grand cru wat de Spelen van de Belgen betreft.

Wat opvalt is de diversiteit. Het is veel makkelijker om medailles te halen in vrouwensporten of dure sporten, omdat daar niet iedereen in de wereld met gelijke wapens strijdt. Maar dat wringt met onze volksaard.

We scoren dan ook in de echt grote sporten: atletiek, gymnastiek, hockey, paardensport, wielrennen en judo. Allemaal grote sporten en dat is belangrijk.

Lees ook deze artikels

- Advertisement -

Kneistikrant gebruikt cookies. Als je verder kijkt aanvaard je dus ook onze cookies!