HomeOnze ColumnistenPlato: Verboden dichters - Met verboden dromen - Vergeten schandalen - Onbegrepen...

Plato: Verboden dichters – Met verboden dromen – Vergeten schandalen – Onbegrepen in hun tijd (Frank Boeijen)

Door Kneistikrant-Columnist: Plato (De auteur is Dr. ethicus en rechtsfilosoof) – Echte naam en adres bekend bij de redactie.

Delphine Lecompte zorgde voor een controverse met haar lezersbrief (22 februari 2021).  Dat de excentrieke Delphine Lecompte van geen van kleintje vervaard is, zal o.m. de lezer van Humo (meer bepaald de rubriek “Ratatouille”) wel weten. Ook de cultuurverantwoordelijken kunnen moeilijk stellen niet op de hoogte te zijn van de specifieke, vaak provocerende, esbattementen, die zowat haar handelsmerk zijn. De schermutseling leidde tot het annuleren (met dading?) van een geplande voorstelling in het cultureel centrum. In een recente lezersbrief trekt ze stevig van leer tegen het schrappen van dit optreden. Ook de betrokken cultuurschepen laat van zich horen. Er wordt Delphine Lecompte verweten de grenzen van het fatsoen te hebben overschreden.  

Dit incident confronteert ons met de vraag vanaf wanneer het maatschappelijke belang van de vrije discussie, de eigen mening, wijken moet voor het belang van de gekwetste. Moet men aanvaarden dat een mening zo maar onderdrukt kan worden. Zijn er bepaalde (fatsoens)grenzen. Veronderstelt een democratie niet een minimum aan respect tussen burgers. Interessante vraag is ook in welke mate de aangeklaagde kritische, eigenzinnige, soms schofferende uitlatingen, bijdragen tot een debat.

Het ezelsproces

Wie herinnert zich nog het incident met Van het Reve, die in 1966, een voorstel voor een boek (eerder een bundel) “Nader tot U” bij de uitgever deponeerde. Dit boek bevatte het verhaal “Brief uit Het Huis, genaamd Het Gras”. Van het Reve beschrijft er zijn ontmoeting met God. Van het Reve werd voor de rechtbank gedaagd en ging na een veroordeling in hoger beroep. Het pleidooi van Van het Reve – die vrijgesproken werd – leidde enerzijds tot een scherper definiëren van dat wat nu begrepen diende te worden onder “lasterlijk”, anderzijds zou het “Ezelsproces” ook zorgen voor een grotere voorzichtigheid in bepaalde kringen.

Het zou ons te ver leiden om alle auteurs die in hun literaire productie bv. de samenleving, bepaalde personen, groepen of de instanties hebben gehekeld, op te sommen en de reacties hierop te bespreken.

Het toneelstukLucifer (1654) van Joost van den Vondel (dichter en toneelschrijver) werd na twee opvoeringen verboden door de calvinistische kerkenraad. Later vinden we het terug op het curriculum van de lessen literatuur. Les Fleurs du mal van de Charles Baudelaire zorgde toendertijd voor een schandaal. Het oeuvre van Baudelaire stoorde en pas midden vorige eeuw werd het verbod tot publicatie opgeheven. Ik kreeg het in mijn atheneumtijd te lezen en te bespreken.

Men staat vaak snel aan de verkeerde kant van de geschiedenis

Werd Hugo Claus niet beschuldigd van blasfemische accenten in zijn werk. De heisa rond Gangreen 1 van Jef Geeraertsof de kritiek op Turks Fruit van Jan Wolkers zijn veelzeggend. De universiteit te Leiden is nu maar al te blij de hoeder van het archief van Jan Wolkers te zijn. Ooit werden The Great Gatsby van F. Scott Fitzgerald, The Catcher in the Rye van J.D. Salinger, The Grapes of Wrath van John Steinbeck, To Kill a Mockingbird van Harper Lee en The Color Purple van Alice Walker verboden. De Da Vinci Code van Dan Brown is in bepaalde landen nog steeds verboden en dan hebben we het nog niet over The Satanic verses van Salman Rushdie.

De Amerikaanse dichter Allen Ginsberg werd in 1957 een bekendheid met zijn bundel Howl and other poems. Deze bundel is nog steeds een van de bestverkochte poëziebundels ooit. Howl, riep toen heftige reacties op. Het werd als obsceen ervaren. De hedendaagse Franse schrijver Michel Houellebecq neemt regelmatig provocerende uitspraken in de mond waarmee hij weldenkenden in de war brengt en het debat aanzwengelt. In verschillende Europese landen is er een bloeiende markt voor satirische bladen. Satire is een krachtig,  maar ook gevaarlijk (zie Charlie Hebdo)  journalistiek wapen.

Ook muziek moet er soms aan geloven. De BBC censureerde gedurende jaren bepaalde nummers; het zijn klassiekers van de Beatles, van Jerry Lee Lewis en van de The Rolling Stones. Zelfs Jose Felicianokwam op de verbodslijst te staan.

Het comfortabele standpunt van J.S. Mill

Voor de in 1859 levende filosoof Mill was het nog allemaal eenvoudig: elke mening dient (in de club, enkel gefrequenteerd door gentlemen die hun klassiekers kennen) aan bod te kunnen komen. De motivering: het is onmogelijk, op voorhand, te weten of een mening onwaar is. Komt erbij dat het best mogelijk is dat in elke mening een stukje waarheid, dan wel onwaarheid schuilgaat. Uit de confrontatie van de standpunten komt wellicht dan toch de waarheid boven.  Een de facto onderwerping – zonder confrontatie – leidt tot een vervlakking, een unidemensionaliteit, tot het fnuiken van elke zoektocht en in fine tot een “uitholling” van de kracht van elke mening.

Mill erkende wel dat er grenzen zijn aan het expressierecht. Bekend is zijn “pakhuisvoorbeeld”: als iemand, een woedende menigte voor de deuren van een graanpakhuis aanspoort dit te plunderen, kan men hem terecht in zijn kraag grijpen. Hij wist echter op het “schadebeginsel” te focussen op het “handelen” van de mensen en wist de “overtuiging”, “de meningsuiting”, uit het toepassingsgebied te sluiten.

If we don’t believe in freedom of expression for people we despise, we don’t believe in it at all (Noam Chomsky)

Het is vrij moeilijk af te bakenen wat je nu wel en net niet mag zeggen. Wanneer men anderen aanzet tot vernielzucht, wanneer men anderen aanzet tot haat, geweld en discriminatie ontstaat een totaal andere situatie. Er is geen formule: elke situatie is anders. Men kan je ook niet verhinderen bepaalde dingen te denken. Men kan je alleen sanctioneren nadat je iets hebt veroorzaakt.

Politicologen Marcel Maussen en Meindert Fennema hebben afspraken m.b.t. tot het correct voeren van een debat op papier gezet.  Zij onderscheiden enerzijds toegangsregels en anderzijds deliberatieregels. Deze zijn telkens drieërlei. Wat de toegang betreft: niet aanzetten tot geweld, niet oproepen tot uitsluiting van burgers van het publieke debat en de publieke besluitvorming en het erkennen van de tegenstander als mens. Het debat zelf moet de reflectie op het eigen standpunt stimuleren, moet overtuiging boven dwang en uitsluiting weten te stellen en moet ten slotte ruimte geven aan de ervaringen.  Welke mening je ook hebt, je moet de maatschappelijke consensus en de wet respecteren.   Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens stelt dan ook dat schokkende, verontrustende of kwetsende meningen getolereerd moeten worden. Er is echter de onvermijdelijke keerzijde: er is zoiets als een wederwoord en er zijn grenzen.

De vrijheid van meningsuiting stelt alleen iets voor als anderen ook dingen mogen zeggen die jij niet horen wilt (David van Mill)

Zangers, acteurs, kunstenaars, u vult maar aan, laten vaak en graag van zich horen en het publiek smult ervan: hoort het niet tot het wezen van de kunstenaar om zich buiten de gevestigde orde te plaatsen en (al dan niet prettig) gestoorde opmerkingen te produceren. Zei Brusselmans niet “Ontzeg mij het recht op bullshitten en ik besta niet meer.”.

Is overdrijving in bepaalde gevallen eerder een stijlfiguur, dan moet worden vastgesteld dat bv. talrijke televisieprogramma’s op schaamteloosheid en stompzinnigheid drijven. En de markt speelt mee: zie de bijhorende reclamebundels. Zonder schaamte werd door een modemerk enkele jaren geleden een stervende aidspatiënt ten tonele gevoerd. Het pretpark kent geen grenzen meer: banaliteit is de norm.

Dat Delphine Lecompte een eigengereid, antiautoritair, uitdagend standpunt inneemt mag niemand verwonderen. Net deze minderheidshouding, deze uitdagende invraagstelling, het schofferen hoort tot haar wezen.  Het kan gebeuren dat bij het uitoefenen van dit recht op meningsuiting men anderen onnodig kwetste of beledigde. Wie zich beledigd voelt, wie zich gekwetst voelt, wie meent dat bepaalde uitspraken kunnen leiden tot geweld, kan reageren, kan aangifte doen. De grens van dit alles is moeilijk te trekken, uiteindelijk beslist in fine de rechter daarover.

Een democratie kan niet zonder de contramine, zonder afwijkende standpunten. Tot het wezen van de democratie hoort, zoals Lefort zegt, de onzekerheid, de onvoorspelbaarheid.

Er is hier geen sprake van confrontatie, van debat, van disputatio.  De betrokkene kon ook moeilijk reageren. Daarom oordeelde een derde, nl. de betrokken schepen dat het om onaanvaardbare uitspraken ging en dat uitsluiten de enige oplossing was. Een topic echter voor een grondige discussie over censuur in de kunstensector. Het zou dan ook interessant zijn te vernemen wat de houding van de directie en van het bestuursorgaan van het cultureel centrum is. Hoe denkt ook de cultuurraad over deze schrapping. Wat denken de overige leden van de gemeenteraad hierover.  

Voer voor een studiedag of uiteenzetting in het cultureel centrum te Knokke – Heist?  En … nodig Delphine Lecompte dan uit. Dan kan men het recht op antwoord en de disputatio, concretiseren.

De commotie en het schrappen van het optreden resulteerden ondertussen in een godsgeschenk voor de pers en een behoorlijke publiciteit voor de vermaledijde artieste zelf.

Een column is een artikel waarin de schrijver zijn mening geeft over een onderwerp. Soms is de tekst humoristisch, soms provocerend, maar het is altijd de persoonlijke kijk op de wereld van de columnist. Een columnist geeft een beschrijving van een gebeurtenis en maakt daarbij zijn eigen mening duidelijk. Een column moet een emotie bij de lezer losmaken, de lezer moet erom kunnen lachen, het stemt hem tot nadenken of maakt hem boos.  Een opiniestukje of een column nemen we graag op in onze krant. Stuur ze naar: redactie@redactie.be

- Advertisment -

Lees ook dit

Recente reactie van onze lezers