HomeOnze ColumnistenPlato: Van een schip dat slagzij maakt ! Naar een risico op...

Plato: Van een schip dat slagzij maakt ! Naar een risico op het zinken van het schip ?

Van een schip dat slagzij maakt ! (Prof. Dr. Brice De Ruyver – 2017) naar een risico op het zinken van het schip ? (Prof. Dr. Jelle Janssens – 2021)

De moeizame eenmaking

In 2001 en 2002 werd een belangrijke hervorming van het politieapparaat in België doorgevoerd. Deze reorganisatie betekende een ware  breuk met het verleden. Onmiddellijke oorzaak was de zogeheten zaak-Dutroux. De politici – onder druk gezet door de bevolking die massaal protesteerde tegen de gang van zaken – waren van oordeel dat het gebrek aan samenwerking tussen de politie, de gerechtelijke politie en de Rijkswacht er voor hadden gezorgd dat het verkeerd was gelopen. De oplossing bestond er in om over te gaan tot een integratie van de bestaande diensten. 

Het was niet de eerste keer dat er werd gepleit voor een reorganisatie. In de 70er en 80er jaren van de vorige eeuw kwam alles in een stroomversnelling. In 1988 oordeelde een  parlementaire onderzoekscommissie belast met het onderzoek van de bestrijding van banditisme en het terrorisme (de zogeheten Bendecommissie) dat een en ander duidelijk mank liep. Het verslag van deze commssie was dan ook niet mals. Er was sprake van wantrouwen, een gebrek aan collegialiteit en een tekort aan coördinatie tussen de politiediensten en de magistratuur en er werd gewezen op rivaliteiten. Ook werd onderstreept dat de bevoegdheden van de politiediensten elkaar vaak overlapten.

Eerste evaluaties

Tien jaar na deze hervorming werd een eerste algemene evaluatie mogelijk. De samenwerking tussen de verschillende politiediensten – gerechtelijk, federaal en lokaal – leek verbeterd. De invoering van databestanden betekende een flinke stap vooruit. De recrutering en opleiding waren echter nog voor verbetering vatbaar. Problematisch was het toestoppen van taken allerhande aan de politie: de kerntaken kwamen in het gedrang.

Niet onbelangrijk zou ook het optreden van het Comité P zijn. Het Comité P is een onafhankelijk en neutraal orgaan dat ten dienste staat van de wetgevende macht en deze bijstaat in haar toezicht op de uitvoerende macht. Meer bepaald ziet het Comité P toe op de wijze waarop, bij de uitoefening van de politiefunctie, de doeltreffendheid, doelmatigheid en coördinatie worden verwezenlijkt en op de wijze waarop de fundamentele rechten en vrijheden worden nageleefd en gestimuleerd. Op hun website zijn niet enkel diverse doorlichtingen en voorstellen omtrent de werking van de politie in ons land terug te vinden, men krijgt ook een goed beeld van de opeenvolgende inspanningen van de wetgever om de de werking te stroomlijnen. Zo was er het zogeheten Pinksterplan, gevolgd door bevoegdheidsuitbreidingen in 1998, 2004-2005, 2006, 2018 en 2019.

Zoals steeds zijn er de klassieke Belgische problemen. Na de aanslagen in Brussel en Zaventem en zeker na rellen in Brussel werd  het aanslepende dossier over de mogelijke fusie van de Brusselse politiezones andermaal opgediept. Dit zorgde er bijvoorbeeld voor dat professor  Herman Matthijs in 2017 het nuttig vond om de knelpunten te inventariseren: met 19 Burgemeesters, korpschefs van diverse zones met telkens één politiecollege en een politieraad, een Brusselse regering, een Gouverneur, adjuncten, diverse federale ministers die iets te maken hebben met het Brussels veiligheidsbeleid (Binnenlandse Zaken, Justitie en Landsverdediging) is het niet eenvoudig werken.

Matthijs verwees ook naar een gebrek aan planning, een commandostructuur die beter moest, een manke samenwerking met andere zones en het probleem van de rekrutering en de demotivatie van de politiefunctionarissen ingevolge het eerder lakse bestraffingsbeleid.  

Delikaat bleek het bespreken van het doorknippen van de band tussen politie en gemeente.  Het reorganiseren door alles onder het niveau van het Gewest onder te bregen bleek moeilijk verteerbaar voor bepaalde Brusselse mandatarissen. Het zou ook de doos van Pandora kunnen openen: wat als men hierna ook de gemeenten zou fusioneren. De lokale baronnen wilden geen macht afstaan.

Matthijs was niet mals ” De politiehervorming heeft een mega onoverzichtelijk en niet werkbare structuur gecreëerd, die op zijn minst heel veel geld heeft gekost aan de begrotingen. Maar de politieke wereld moet zich wel de vraag stellen of de huidige efficiëntie tegenover het publiek , in casu de belastingbetalers, er wel op voortuit is gegaan is. “ De vraag naar “value for money” werd gesteld.

Het gebrek aan slagkracht werd ook onderstreept door een rapport van het Comité P: de Politiezones over heel België hebben problemen met politieversterking. Zeker de werking van de Brusselse politiezones baarde zorgen.  Vooral bij onaangekondigde evenementen, zoals rellen, zijn die niet in staat snel genoeg te reageren. Het rapport sprak van een gebrek aan middelen en training. Rellen en grote evenementen (sportwedstrijden allerhande en betogingen) slorpen inderdaad veel mankracht op en kosten uiteindelijk veel aan de belastingbetaler.

Korte tijd nadien werd het auditrapport van KPMG, een internationale accountants- en adviesorganisatie, bekendgemaakt. KPMG merkte op dat eigenlijke selectie en recrutering mank liep. Vacatures raken moeilijk ingevuld, waardoor zowel een reorganisatie als een herzien van de recruteringsprocedures noodzakelijk bleken. Toenmalig minister Jambon maakte extra fondsen vrij bestemd voor aanwervingen, maar niet alle functies raakten ingevuld. Meer nog: de nieuwe recruten waren niet steeds de meest geschikte.

Wat later maakte toenmalig politiebaas De Bolle bekend dat er capaciteitsproblemen waren bij de zogeheten niet-prioritaire eenheden (weg-, spoorweg- en de scheepvaartpolitie). Dit resulteerde in bv. langere wachttijden. Er werden echter ook andere praktische problemen gemeld waaronder bv. problemen bij de aankoop van nieuwe voertuigen. Om het personeelstekort op te vangen werd de privatiseringspiste aangeboord: outsourcing van bepaalde taken (bv. onthaalfuncties) aan de privésector bleek bespreekbaar. 

De situatie van de politiefunctionaris op het terrein was dan weer het onderzoeksitem van een groep onderzoekers van de Katholieke Universiteit te Leuven. De doorlichting wilde de   werkdruk bij de federale politie en twaalf lokale politiezones in kaar brengen. De onderzoekers stelden een  groeiende “malaise” bij de politie vast. Er werd gesproken over stress, uitputting, afstand, verhoogde kans op een burn-out,  het ontbreken van voldoening, een gebrek aan enthousiasme en absenteïsme. Ook suicidegedachten bleken een groeiend probleem te zijn. In een reactie erkende de bevoegde minister de rekruteringsproblemen en de noodzaak om de opleiding te versterken. Het sanctioneren van verbaal en fysiek geweld jegens politiefunctionarissen en hulpverleners kwam ook ter sprake.  

De Belgische geïntegreerde politie anno 2021 – een zinkend schip?

De inspanningen resulteerden blijkbaar niet in een significante verbetering. De Gentse professor Jelle Janssens (hoofddocent strafrecht en criminologie – IRCP) windt er geen doekjes om: “De politie is een zinkend schip.”

In bepaalde kleinere zones, dixit de hoogleraar die ook onderzoek voert naar de (re)organisatie  van politiezones, heeft men problemen met de aanwezigheid op het terrein.  De burger kan er niet langer op rekenen dat de minimale basiszorg wordt verzekerd. Het wordt tijd voor schaalvergroting, effectieve en efficiënte leiding, aandacht voor nieuwe vormen van criminaliteit en het aantrekken van geschikt, gespecialiseerd, personeel.

Eerder reeds had hij zich o.m. laten opmerken door het houden van een pleidooi voor een onderzoeken van en een aanpakken van de deals tussen criminele organisaties en legale ondernemingen. Illegale inkomsten worden geïnvesteerd in de immobiliënsector, de transportsector, in bruidswinkels, in massagesalons maar ook in supermarkten. Deze  witwaspraktijken hebben een rechtstreekse impact op de globale economie.

Volgens professor Jelle Janssens, die zijn visie op 21 januari via Webinar te Menen verduidelijkte,  is er onder meer geen visie bij politici meer omtrent de werking van de politie en heerst er vaak een verouderde mentaliteit in de veiligheidszorg. Hij had o.a. ook binnen de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten en binnen een professioneel netwerk van politiefunctionarissen in Limburg zijn visie verduidelijk.

Professor Janssens pleit voor schaalvergroting  Er is, zo stelt hij, echter een tegenstand te noteren tegen een schaalvergroting van de politiezones. Hoewel de schaalvergroting de slagkracht van een organisatie verhoogt verschuilen sommige politici (ook burgemeesters) zich achter het argument van de “afstand” tussen de burger en de politie. Die zou op die wijze te groot worden.

Professor Janssens weerlegt dit. Er zijn vooreerst begrotingstechnische voordelen voor de gemeenten. Er is een veranderend dreigingsbeeld (terrorisme, radicalisering, ondermijnende criminaliteit) met een toename  van het aantal opdrachten en de nood aan specialisatie. Ten slotte is er de toegenomen digitalisering (cybercriminaliteit). Hij noteert ook dat de capaciteit en de middelen onder druk staan en dat dit alles zeker een impact heeft op de werkingsmogelijkheden van de lokale politie.

Inconvenient truth

Uit zijn gegevensverzameling blijkt dat de politie kampt met dit versplinterde politielandschap. De basispolitiezorg staat onder druk (te veel opdrachten, problemen met permanentie, nauwelijks nog ruimte voor lokale criminaliteitsonderzoeken door eigen recherchedienst), er is nood aan vorming, er is te weinig ruimte om te specialiseren (ondanks de nieuwe uitdagingen; de nood aan handhaving, vormen van intrafamiliaal geweld, nieuwe drugs…) en men dreigt niet te kunnen anticiperen op de veranderde veiligheidszorg (vaak verouderde aanpak, globalisering en complexiteit van problemen, nieuwe vormen van criminaliteit vragen een andere aanpak).

Hoewel niet alle zones over dezelfde kam kunnen worden geschoren (bepaalde zones krijgen bv. duidelijk meer geld toegestopt) is de “inconvenient truth” dat het schip dreigt te zinken. Er moet dus dringend werk worden gemaakt van een nieuwe organisatiestructuur en -cultuur.

Er zijn, dixit Janssens, dan ook ten onrechte aarzelingen bij politici en burgemeesters. De redenen voor deze aarzeling zijn, zoals hiervoor gesteld, terug te vinden in het doorknippen van de lokale verankering van de politie (controleverlies?), de vrees voor de financiële gevolgen (meerkost ?) en het ontbreken van een algemene visie op veiligheid (burgemeesters vertrouwen te veel op politie !).

Bepaalde burgemeesters moeten echter worden overtuigd van de noodzaak van schaalvergroting. Er moeten prioriteiten worden gesteld en hiervoor moet men ook de allocatie van financiële middelen durven herzien. De pleinvrees moet worden overwonnen en dit in het belang van zowel de politiefunctionarissen als van de burgers.

De door Vlaams minister van Financiën en Begroting Matthias Diependaele “Vlaamse brede heroverweging”, een efficiëntie-oefening waarbij de uitgaven onder de loep worden gelegd, kan een goede denkpiste zijn: waar moeten overheden, (en waarom dus ook niet lokale overheden) prioritair aandacht aan schenken. Op federaal, gewestelijk en provinciaal vlak kan het Rekenhof ideeën aanbrengen. Nu nog doorgedreven audits op lokaal vlak.

De middelen zijn immers schaars, de uitdagingen velerlei.

Van een schip dat slagzij maakt ! (Prof. Dr. Brice De Ruyver – 2017) naar een risico op het zinken van het schip ? (Prof. Dr. Jelle Janssens – 2021)

De moeizame eenmaking

In 2001 en 2002 werd een belangrijke hervorming van het politieapparaat in België doorgevoerd. Deze reorganisatie betekende een ware  breuk met het verleden. Onmiddellijke oorzaak was de zogeheten zaak-Dutroux. De politici – onder druk gezet door de bevolking die massaal protesteerde tegen de gang van zaken – waren van oordeel dat het gebrek aan samenwerking tussen de politie, de gerechtelijke politie en de Rijkswacht er voor hadden gezorgd dat het verkeerd was gelopen. De oplossing bestond er in om over te gaan tot een integratie van de bestaande diensten. 

Het was niet de eerste keer dat er werd gepleit voor een reorganisatie. In de 70er en 80er jaren van de vorige eeuw kwam alles in een stroomversnelling. In 1988 oordeelde een  parlementaire onderzoekscommissie belast met het onderzoek van de bestrijding van banditisme en het terrorisme (de zogeheten Bendecommissie) dat een en ander duidelijk mank liep. Het verslag van deze commssie was dan ook niet mals. Er was sprake van wantrouwen, een gebrek aan collegialiteit en een tekort aan coördinatie tussen de politiediensten en de magistratuur en er werd gewezen op rivaliteiten. Ook werd onderstreept dat de bevoegdheden van de politiediensten elkaar vaak overlapten.

Eerste evaluaties

Tien jaar na deze hervorming werd een eerste algemene evaluatie mogelijk. De samenwerking tussen de verschillende politiediensten – gerechtelijk, federaal en lokaal – leek verbeterd. De invoering van databestanden betekende een flinke stap vooruit. De recrutering en opleiding waren echter nog voor verbetering vatbaar. Problematisch was het toestoppen van taken allerhande aan de politie: de kerntaken kwamen in het gedrang.

Niet onbelangrijk zou ook het optreden van het Comité P zijn. Het Comité P is een onafhankelijk en neutraal orgaan dat ten dienste staat van de wetgevende macht en deze bijstaat in haar toezicht op de uitvoerende macht. Meer bepaald ziet het Comité P toe op de wijze waarop, bij de uitoefening van de politiefunctie, de doeltreffendheid, doelmatigheid en coördinatie worden verwezenlijkt en op de wijze waarop de fundamentele rechten en vrijheden worden nageleefd en gestimuleerd. Op hun website zijn niet enkel diverse doorlichtingen en voorstellen omtrent de werking van de politie in ons land terug te vinden, men krijgt ook een goed beeld van de opeenvolgende inspanningen van de wetgever om de de werking te stroomlijnen. Zo was er het zogeheten Pinksterplan, gevolgd door bevoegdheidsuitbreidingen in 1998, 2004-2005, 2006, 2018 en 2019.

Zoals steeds zijn er de klassieke Belgische problemen. Na de aanslagen in Brussel en Zaventem en zeker na rellen in Brussel werd  het aanslepende dossier over de mogelijke fusie van de Brusselse politiezones andermaal opgediept. Dit zorgde er bijvoorbeeld voor dat professor  Herman Matthijs in 2017 het nuttig vond om de knelpunten te inventariseren: met 19 Burgemeesters, korpschefs van diverse zones met telkens één politiecollege en een politieraad, een Brusselse regering, een Gouverneur, adjuncten, diverse federale ministers die iets te maken hebben met het Brussels veiligheidsbeleid (Binnenlandse Zaken, Justitie en Landsverdediging) is het niet eenvoudig werken.

Matthijs verwees ook naar een gebrek aan planning, een commandostructuur die beter moest, een manke samenwerking met andere zones en het probleem van de rekrutering en de demotivatie van de politiefunctionarissen ingevolge het eerder lakse bestraffingsbeleid.  

Delikaat bleek het bespreken van het doorknippen van de band tussen politie en gemeente.  Het reorganiseren door alles onder het niveau van het Gewest onder te bregen bleek moeilijk verteerbaar voor bepaalde Brusselse mandatarissen. Het zou ook de doos van Pandora kunnen openen: wat als men hierna ook de gemeenten zou fusioneren. De lokale baronnen wilden geen macht afstaan.

Matthijs was niet mals ” De politiehervorming heeft een mega onoverzichtelijk en niet werkbare structuur gecreëerd, die op zijn minst heel veel geld heeft gekost aan de begrotingen. Maar de politieke wereld moet zich wel de vraag stellen of de huidige efficiëntie tegenover het publiek , in casu de belastingbetalers, er wel op voortuit is gegaan is. “ De vraag naar “value for money” werd gesteld.

Het gebrek aan slagkracht werd ook onderstreept door een rapport van het Comité P: de Politiezones over heel België hebben problemen met politieversterking. Zeker de werking van de Brusselse politiezones baarde zorgen.  Vooral bij onaangekondigde evenementen, zoals rellen, zijn die niet in staat snel genoeg te reageren. Het rapport sprak van een gebrek aan middelen en training. Rellen en grote evenementen (sportwedstrijden allerhande en betogingen) slorpen inderdaad veel mankracht op en kosten uiteindelijk veel aan de belastingbetaler.

Korte tijd nadien werd het auditrapport van KPMG, een internationale accountants- en adviesorganisatie, bekendgemaakt. KPMG merkte op dat eigenlijke selectie en recrutering mank liep. Vacatures raken moeilijk ingevuld, waardoor zowel een reorganisatie als een herzien van de recruteringsprocedures noodzakelijk bleken. Toenmalig minister Jambon maakte extra fondsen vrij bestemd voor aanwervingen, maar niet alle functies raakten ingevuld. Meer nog: de nieuwe recruten waren niet steeds de meest geschikte.

Wat later maakte toenmalig politiebaas De Bolle bekend dat er capaciteitsproblemen waren bij de zogeheten niet-prioritaire eenheden (weg-, spoorweg- en de scheepvaartpolitie). Dit resulteerde in bv. langere wachttijden. Er werden echter ook andere praktische problemen gemeld waaronder bv. problemen bij de aankoop van nieuwe voertuigen. Om het personeelstekort op te vangen werd de privatiseringspiste aangeboord: outsourcing van bepaalde taken (bv. onthaalfuncties) aan de privésector bleek bespreekbaar. 

De situatie van de politiefunctionaris op het terrein was dan weer het onderzoeksitem van een groep onderzoekers van de Katholieke Universiteit te Leuven. De doorlichting wilde de   werkdruk bij de federale politie en twaalf lokale politiezones in kaar brengen. De onderzoekers stelden een  groeiende “malaise” bij de politie vast. Er werd gesproken over stress, uitputting, afstand, verhoogde kans op een burn-out,  het ontbreken van voldoening, een gebrek aan enthousiasme en absenteïsme. Ook suicidegedachten bleken een groeiend probleem te zijn. In een reactie erkende de bevoegde minister de rekruteringsproblemen en de noodzaak om de opleiding te versterken. Het sanctioneren van verbaal en fysiek geweld jegens politiefunctionarissen en hulpverleners kwam ook ter sprake.  

De Belgische geïntegreerde politie anno 2021 – een zinkend schip?

De inspanningen resulteerden blijkbaar niet in een significante verbetering. De Gentse professor Jelle Janssens (hoofddocent strafrecht en criminologie – IRCP) windt er geen doekjes om: “De politie is een zinkend schip.”

In bepaalde kleinere zones, dixit de hoogleraar die ook onderzoek voert naar de (re)organisatie  van politiezones, heeft men problemen met de aanwezigheid op het terrein.  De burger kan er niet langer op rekenen dat de minimale basiszorg wordt verzekerd. Het wordt tijd voor schaalvergroting, effectieve en efficiënte leiding, aandacht voor nieuwe vormen van criminaliteit en het aantrekken van geschikt, gespecialiseerd, personeel.

Eerder reeds had hij zich o.m. laten opmerken door het houden van een pleidooi voor een onderzoeken van en een aanpakken van de deals tussen criminele organisaties en legale ondernemingen. Illegale inkomsten worden geïnvesteerd in de immobiliënsector, de transportsector, in bruidswinkels, in massagesalons maar ook in supermarkten. Deze  witwaspraktijken hebben een rechtstreekse impact op de globale economie.

Volgens professor Jelle Janssens, die zijn visie op 21 januari via Webinar te Menen verduidelijkte,  is er onder meer geen visie bij politici meer omtrent de werking van de politie en heerst er vaak een verouderde mentaliteit in de veiligheidszorg. Hij had o.a. ook binnen de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten en binnen een professioneel netwerk van politiefunctionarissen in Limburg zijn visie verduidelijk.

Professor Janssens pleit voor schaalvergroting  Er is, zo stelt hij, echter een tegenstand te noteren tegen een schaalvergroting van de politiezones. Hoewel de schaalvergroting de slagkracht van een organisatie verhoogt verschuilen sommige politici (ook burgemeesters) zich achter het argument van de “afstand” tussen de burger en de politie. Die zou op die wijze te groot worden.

Professor Janssens weerlegt dit. Er zijn vooreerst begrotingstechnische voordelen voor de gemeenten. Er is een veranderend dreigingsbeeld (terrorisme, radicalisering, ondermijnende criminaliteit) met een toename  van het aantal opdrachten en de nood aan specialisatie. Ten slotte is er de toegenomen digitalisering (cybercriminaliteit). Hij noteert ook dat de capaciteit en de middelen onder druk staan en dat dit alles zeker een impact heeft op de werkingsmogelijkheden van de lokale politie.

Inconvenient truth

Uit zijn gegevensverzameling blijkt dat de politie kampt met dit versplinterde politielandschap. De basispolitiezorg staat onder druk (te veel opdrachten, problemen met permanentie, nauwelijks nog ruimte voor lokale criminaliteitsonderzoeken door eigen recherchedienst), er is nood aan vorming, er is te weinig ruimte om te specialiseren (ondanks de nieuwe uitdagingen; de nood aan handhaving, vormen van intrafamiliaal geweld, nieuwe drugs…) en men dreigt niet te kunnen anticiperen op de veranderde veiligheidszorg (vaak verouderde aanpak, globalisering en complexiteit van problemen, nieuwe vormen van criminaliteit vragen een andere aanpak).

Hoewel niet alle zones over dezelfde kam kunnen worden geschoren (bepaalde zones krijgen bv. duidelijk meer geld toegestopt) is de “inconvenient truth” dat het schip dreigt te zinken. Er moet dus dringend werk worden gemaakt van een nieuwe organisatiestructuur en -cultuur.

Er zijn, dixit Janssens, dan ook ten onrechte aarzelingen bij politici en burgemeesters. De redenen voor deze aarzeling zijn, zoals hiervoor gesteld, terug te vinden in het doorknippen van de lokale verankering van de politie (controleverlies?), de vrees voor de financiële gevolgen (meerkost ?) en het ontbreken van een algemene visie op veiligheid (burgemeesters vertrouwen te veel op politie !).

Bepaalde burgemeesters moeten echter worden overtuigd van de noodzaak van schaalvergroting. Er moeten prioriteiten worden gesteld en hiervoor moet men ook de allocatie van financiële middelen durven herzien. De pleinvrees moet worden overwonnen en dit in het belang van zowel de politiefunctionarissen als van de burgers.

De door Vlaams minister van Financiën en Begroting Matthias Diependaele “Vlaamse brede heroverweging”, een efficiëntie-oefening waarbij de uitgaven onder de loep worden gelegd, kan een goede denkpiste zijn: waar moeten overheden, (en waarom dus ook niet lokale overheden) prioritair aandacht aan schenken. Op federaal, gewestelijk en provinciaal vlak kan het Rekenhof ideeën aanbrengen. Nu nog doorgedreven audits op lokaal vlak.

De middelen zijn immers schaars, de uitdagingen velerlei.

(Prof. Dr. Jelle Janssens – 2021)

De moeizame eenmaking

In 2001 en 2002 werd een belangrijke hervorming van het politieapparaat in België doorgevoerd. Deze reorganisatie betekende een ware  breuk met het verleden. Onmiddellijke oorzaak was de zogeheten zaak-Dutroux. De politici – onder druk gezet door de bevolking die massaal protesteerde tegen de gang van zaken – waren van oordeel dat het gebrek aan samenwerking tussen de politie, de gerechtelijke politie en de Rijkswacht er voor hadden gezorgd dat het verkeerd was gelopen. De oplossing bestond er in om over te gaan tot een integratie van de bestaande diensten. 

Het was niet de eerste keer dat er werd gepleit voor een reorganisatie. In de 70er en 80er jaren van de vorige eeuw kwam alles in een stroomversnelling. In 1988 oordeelde een  parlementaire onderzoekscommissie belast met het onderzoek van de bestrijding van banditisme en het terrorisme (de zogeheten Bendecommissie) dat een en ander duidelijk mank liep. Het verslag van deze commssie was dan ook niet mals. Er was sprake van wantrouwen, een gebrek aan collegialiteit en een tekort aan coördinatie tussen de politiediensten en de magistratuur en er werd gewezen op rivaliteiten. Ook werd onderstreept dat de bevoegdheden van de politiediensten elkaar vaak overlapten.

Eerste evaluaties

Tien jaar na deze hervorming werd een eerste algemene evaluatie mogelijk. De samenwerking tussen de verschillende politiediensten – gerechtelijk, federaal en lokaal – leek verbeterd. De invoering van databestanden betekende een flinke stap vooruit. De recrutering en opleiding waren echter nog voor verbetering vatbaar. Problematisch was het toestoppen van taken allerhande aan de politie: de kerntaken kwamen in het gedrang.

Niet onbelangrijk zou ook het optreden van het Comité P zijn. Het Comité P is een onafhankelijk en neutraal orgaan dat ten dienste staat van de wetgevende macht en deze bijstaat in haar toezicht op de uitvoerende macht. Meer bepaald ziet het Comité P toe op de wijze waarop, bij de uitoefening van de politiefunctie, de doeltreffendheid, doelmatigheid en coördinatie worden verwezenlijkt en op de wijze waarop de fundamentele rechten en vrijheden worden nageleefd en gestimuleerd. Op hun website zijn niet enkel diverse doorlichtingen en voorstellen omtrent de werking van de politie in ons land terug te vinden, men krijgt ook een goed beeld van de opeenvolgende inspanningen van de wetgever om de de werking te stroomlijnen. Zo was er het zogeheten Pinksterplan, gevolgd door bevoegdheidsuitbreidingen in 1998, 2004-2005, 2006, 2018 en 2019.

Zoals steeds zijn er de klassieke Belgische problemen. Na de aanslagen in Brussel en Zaventem en zeker na rellen in Brussel werd  het aanslepende dossier over de mogelijke fusie van de Brusselse politiezones andermaal opgediept. Dit zorgde er bijvoorbeeld voor dat professor  Herman Matthijs in 2017 het nuttig vond om de knelpunten te inventariseren: met 19 Burgemeesters, korpschefs van diverse zones met telkens één politiecollege en een politieraad, een Brusselse regering, een Gouverneur, adjuncten, diverse federale ministers die iets te maken hebben met het Brussels veiligheidsbeleid (Binnenlandse Zaken, Justitie en Landsverdediging) is het niet eenvoudig werken.

Matthijs verwees ook naar een gebrek aan planning, een commandostructuur die beter moest, een manke samenwerking met andere zones en het probleem van de rekrutering en de demotivatie van de politiefunctionarissen ingevolge het eerder lakse bestraffingsbeleid.  

Delikaat bleek het bespreken van het doorknippen van de band tussen politie en gemeente.  Het reorganiseren door alles onder het niveau van het Gewest onder te bregen bleek moeilijk verteerbaar voor bepaalde Brusselse mandatarissen. Het zou ook de doos van Pandora kunnen openen: wat als men hierna ook de gemeenten zou fusioneren. De lokale baronnen wilden geen macht afstaan.

Matthijs was niet mals ” De politiehervorming heeft een mega onoverzichtelijk en niet werkbare structuur gecreëerd, die op zijn minst heel veel geld heeft gekost aan de begrotingen. Maar de politieke wereld moet zich wel de vraag stellen of de huidige efficiëntie tegenover het publiek , in casu de belastingbetalers, er wel op voortuit is gegaan is. “ De vraag naar “value for money” werd gesteld.

Het gebrek aan slagkracht werd ook onderstreept door een rapport van het Comité P: de Politiezones over heel België hebben problemen met politieversterking. Zeker de werking van de Brusselse politiezones baarde zorgen.  Vooral bij onaangekondigde evenementen, zoals rellen, zijn die niet in staat snel genoeg te reageren. Het rapport sprak van een gebrek aan middelen en training. Rellen en grote evenementen (sportwedstrijden allerhande en betogingen) slorpen inderdaad veel mankracht op en kosten uiteindelijk veel aan de belastingbetaler.

Korte tijd nadien werd het auditrapport van KPMG, een internationale accountants- en adviesorganisatie, bekendgemaakt. KPMG merkte op dat eigenlijke selectie en recrutering mank liep. Vacatures raken moeilijk ingevuld, waardoor zowel een reorganisatie als een herzien van de recruteringsprocedures noodzakelijk bleken. Toenmalig minister Jambon maakte extra fondsen vrij bestemd voor aanwervingen, maar niet alle functies raakten ingevuld. Meer nog: de nieuwe recruten waren niet steeds de meest geschikte.

Wat later maakte toenmalig politiebaas De Bolle bekend dat er capaciteitsproblemen waren bij de zogeheten niet-prioritaire eenheden (weg-, spoorweg- en de scheepvaartpolitie). Dit resulteerde in bv. langere wachttijden. Er werden echter ook andere praktische problemen gemeld waaronder bv. problemen bij de aankoop van nieuwe voertuigen. Om het personeelstekort op te vangen werd de privatiseringspiste aangeboord: outsourcing van bepaalde taken (bv. onthaalfuncties) aan de privésector bleek bespreekbaar. 

De situatie van de politiefunctionaris op het terrein was dan weer het onderzoeksitem van een groep onderzoekers van de Katholieke Universiteit te Leuven. De doorlichting wilde de   werkdruk bij de federale politie en twaalf lokale politiezones in kaar brengen. De onderzoekers stelden een  groeiende “malaise” bij de politie vast. Er werd gesproken over stress, uitputting, afstand, verhoogde kans op een burn-out,  het ontbreken van voldoening, een gebrek aan enthousiasme en absenteïsme. Ook suicidegedachten bleken een groeiend probleem te zijn. In een reactie erkende de bevoegde minister de rekruteringsproblemen en de noodzaak om de opleiding te versterken. Het sanctioneren van verbaal en fysiek geweld jegens politiefunctionarissen en hulpverleners kwam ook ter sprake.  

De Belgische geïntegreerde politie anno 2021 – een zinkend schip?

De inspanningen resulteerden blijkbaar niet in een significante verbetering. De Gentse professor Jelle Janssens (hoofddocent strafrecht en criminologie – IRCP) windt er geen doekjes om: “De politie is een zinkend schip.”

In bepaalde kleinere zones, dixit de hoogleraar die ook onderzoek voert naar de (re)organisatie  van politiezones, heeft men problemen met de aanwezigheid op het terrein.  De burger kan er niet langer op rekenen dat de minimale basiszorg wordt verzekerd. Het wordt tijd voor schaalvergroting, effectieve en efficiënte leiding, aandacht voor nieuwe vormen van criminaliteit en het aantrekken van geschikt, gespecialiseerd, personeel.

Eerder reeds had hij zich o.m. laten opmerken door het houden van een pleidooi voor een onderzoeken van en een aanpakken van de deals tussen criminele organisaties en legale ondernemingen. Illegale inkomsten worden geïnvesteerd in de immobiliënsector, de transportsector, in bruidswinkels, in massagesalons maar ook in supermarkten. Deze  witwaspraktijken hebben een rechtstreekse impact op de globale economie.

Volgens professor Jelle Janssens, die zijn visie op 21 januari via Webinar te Menen verduidelijkte,  is er onder meer geen visie bij politici meer omtrent de werking van de politie en heerst er vaak een verouderde mentaliteit in de veiligheidszorg. Hij had o.a. ook binnen de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten en binnen een professioneel netwerk van politiefunctionarissen in Limburg zijn visie verduidelijk.

Professor Janssens pleit voor schaalvergroting  Er is, zo stelt hij, echter een tegenstand te noteren tegen een schaalvergroting van de politiezones. Hoewel de schaalvergroting de slagkracht van een organisatie verhoogt verschuilen sommige politici (ook burgemeesters) zich achter het argument van de “afstand” tussen de burger en de politie. Die zou op die wijze te groot worden.

Professor Janssens weerlegt dit. Er zijn vooreerst begrotingstechnische voordelen voor de gemeenten. Er is een veranderend dreigingsbeeld (terrorisme, radicalisering, ondermijnende criminaliteit) met een toename  van het aantal opdrachten en de nood aan specialisatie. Ten slotte is er de toegenomen digitalisering (cybercriminaliteit). Hij noteert ook dat de capaciteit en de middelen onder druk staan en dat dit alles zeker een impact heeft op de werkingsmogelijkheden van de lokale politie.

Inconvenient truth

Uit zijn gegevensverzameling blijkt dat de politie kampt met dit versplinterde politielandschap. De basispolitiezorg staat onder druk (te veel opdrachten, problemen met permanentie, nauwelijks nog ruimte voor lokale criminaliteitsonderzoeken door eigen recherchedienst), er is nood aan vorming, er is te weinig ruimte om te specialiseren (ondanks de nieuwe uitdagingen; de nood aan handhaving, vormen van intrafamiliaal geweld, nieuwe drugs…) en men dreigt niet te kunnen anticiperen op de veranderde veiligheidszorg (vaak verouderde aanpak, globalisering en complexiteit van problemen, nieuwe vormen van criminaliteit vragen een andere aanpak).

Hoewel niet alle zones over dezelfde kam kunnen worden geschoren (bepaalde zones krijgen bv. duidelijk meer geld toegestopt) is de “inconvenient truth” dat het schip dreigt te zinken. Er moet dus dringend werk worden gemaakt van een nieuwe organisatiestructuur en -cultuur.

Er zijn, dixit Janssens, dan ook ten onrechte aarzelingen bij politici en burgemeesters. De redenen voor deze aarzeling zijn, zoals hiervoor gesteld, terug te vinden in het doorknippen van de lokale verankering van de politie (controleverlies?), de vrees voor de financiële gevolgen (meerkost ?) en het ontbreken van een algemene visie op veiligheid (burgemeesters vertrouwen te veel op politie !).

Bepaalde burgemeesters moeten echter worden overtuigd van de noodzaak van schaalvergroting. Er moeten prioriteiten worden gesteld en hiervoor moet men ook de allocatie van financiële middelen durven herzien. De pleinvrees moet worden overwonnen en dit in het belang van zowel de politiefunctionarissen als van de burgers.

De door Vlaams minister van Financiën en Begroting Matthias Diependaele “Vlaamse brede heroverweging”, een efficiëntie-oefening waarbij de uitgaven onder de loep worden gelegd, kan een goede denkpiste zijn: waar moeten overheden, (en waarom dus ook niet lokale overheden) prioritair aandacht aan schenken. Op federaal, gewestelijk en provinciaal vlak kan het Rekenhof ideeën aanbrengen. Nu nog doorgedreven audits op lokaal vlak.

De middelen zijn immers schaars, de uitdagingen velerlei.

Door Kneistikrant-Columnist: Plato (De auteur is Dr. ethicus en rechtsfilosoof) – Echte naam en adres bekend bij de redactie.

- Advertisment -

Lees ook dit

Recente reactie van onze lezers