Langs de laagwaterlijn liggen na de storm Odette heel wat uitzonderlijker schelpen. Een otterschelp is er één van en herken je aan de grote ovale schelp waaruit een lange zuigmond komt van wel 10 centimeter die graag wordt gegeten door meeuwen. Deze vrij breekbare schelpen leven ingegraven in het slib en het zand, tot wel 40 cm diep. Door de zware storm zijn de tweekleppige witte schelpen nu uitgespoeld en liggen op sommige plaatsen massaal op het strand en dat is zeldzaam.
Eigenlijk heeft de naam niets te maken met de otter maar wel met een schrijffout. De bioloog die deze soort als eerste beschreef, wilde de schelp ‘Lutaria’ noemen naar lutum wat slik betekent. Per ongeluk schreef hij echter ‘lutraria’ wat otter betekent. De schelp spoelt sinds 2000 regelmatig aan op de stranden van België en Nederland.












